nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

20.06.2019 Uit waterbeleidsnota spreekt ongeduld over mestbeleid

In het ontwerp van de Vlaamse waterbeleidsnota voor de periode 2020-2025 staat het blijven verbeteren van de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater als eerste krachtlijn aangestipt. De waterkwaliteit verbeterde in de loop der jaren, maar de beoogde ‘goede toestand’ is nog veraf. Hoge nutriëntengehaltes afkomstig van de landbouw en de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen zoals pesticidenresiduen zijn een belangrijk deel van de verklaring. De Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW), auteur van de ontwerpnota, schrijft: “Vanuit het waterbeleid zullen we nog veel meer wegen op het mestbeleid zodat de noodzakelijke maatregelen ingang vinden.” Hun suggestie om “de transitie naar een duurzamer landbouwsysteem te versnellen”  doet de Vlaamse adviesraden opmerken dat CIW niet de trekker kan zijn van dat proces.

De derde waterbeleidsnota, met daarin de krachtlijnen voor het Vlaamse waterbeleid in de komende vijf jaar, spaart de kritiek aan het adres van landbouw niet. Nog altijd bevindt geen enkel oppervlaktewaterlichaam in Vlaanderen zich in de beoogde ‘goede toestand’ die eigenlijk in 2015 bereikt moest worden. Van de grondwaterlichamen verkeert vier op de vijf in een ontoereikende chemische toestand. Het Vlaamse waterkwaliteitsbeleid is erop gericht om de doelstellingen van de Europese kaderrichtlijn Water te halen, maar de goede toestand lijkt voor de meeste waterlichamen ook tegen 2027 moeilijk haalbaar. In het dichtbevolkte, geïndustrialiseerde, versnipperde en door intensieve landbouw gekenmerkte Vlaanderen is water namelijk onderhevig aan veel vormen van verontreiniging.

De onnatuurlijke inrichting van onze waterlopen is niet bepaald behulpzaam, maar een belangrijke oorzaak van het aanslepen van het probleem is volgens de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) de milieudruk vanuit de landbouw. Concreet gaat het dan over de uitspoeling van nutriënten en de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in water, waarbij specifiek de restanten van pesticiden voornamelijk uit de landbouw komen. Zowel voor de kwaliteit van oppervlaktewater als die van grondwater is het volgens CIW “absoluut noodzakelijk” dat de komende jaren “forse stappen” vooruit gezet worden in het terugdringen van de nutriëntenverontreiniging. Die aanmaning wordt gevolgd door een voornemen: “We zullen vanuit het waterbeleid aansturen op het versnellen van de transitie naar een nog duurzamer landbouw- en voedingssysteem. Hiervoor maken we onder meer gebruik van het overleg rond het strategisch plan voor het nieuw gemeenschappelijk landbouwbeleid.”

De Vlaamse adviesraden (Minaraad, SALV en SERV) hebben dat ook gelezen, erkennen het belang van verduurzaming en steunen dat proces. Wat niet belet dat ze een aantal bedenkingen uiten: “De ambitie van CIW gaat voorbij aan het feit dat er op dit moment geen duidelijk transitieproces voor landbouw is, en dat hierover binnen de Vlaamse overheid geen transitieprioriteit is vastgelegd.” En zelfs al wordt zo’n proces op gang getrokken, dan vinden de adviesraden het niet aan de overheidsactoren uit het waterbeleid om de rol van trekker op te nemen. Sowieso is in het nieuwe mestactieplan voorzien dat er al een eerste evaluatie komt volgend jaar. Als blijkt dat de vooropgestelde doelstellingen niet gehaald worden, dan neemt de Vlaamse regering extra maatregelen. SALV, SERV en Minaraad vragen om bij die evaluatie van MAP6 de effecten van alle generieke en gebiedsgerichte maatregelen uit het mestbeleid zo goed mogelijk in te schatten. Van eventuele extra maatregelen die noodzakelijk zouden lijken, verwachten de adviesraden dat ze getoetst worden op “hun kostenefficiëntie en disproportionaliteit”.

Terug naar de waterbeleidsnota dan, waarin CIW duidelijk laat verstaan dat de vorige mestactieplannen niet het verhoopte resultaat brachten. De waterkwaliteit in landbouwgebied stagneert de laatste jaren, op sommige plaatsen wordt zelfs een verslechtering vastgesteld. Daarom willen de overheidsinstanties binnen CIW dat het waterbeleid harder gaat doorwegen op het mestbeleid. “We willen zorgen voor een betere implementatie van zowel maatregelen aan de bron (minder mest dus minder vee en de nutriënten op de juiste manier op het land brengen), als begeleidende maatregelen om te vermijden dat nutriënten verkeerd terechtkomen.” Dat laatste slaat bijvoorbeeld op erosiebestrijding, bufferstroken, de teeltvrije strook en vanggewassen. Naast het blijven sensibiliseren en begeleiden van landbouwers hecht CIW ook veel belang aan een betere handhaving van de wetgeving inzake landbouw, milieu, mest, erosie, enz. Bij terreincontroles moeten de verschillende bevoegde instanties er volgens CIW voor zorgen dat alle aspecten van een landbouwbedrijfsvoering met impact op water gehandhaafd kunnen worden.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: VLM

Volg VILT ook via