nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

03.07.2018 "Uitzondering op Europees verbod neonics eerbare piste"

“In de huidige omstandigheden en met de momenteel beschikbare kennis is een tijdelijke uitzondering op het Europese verbod op neonicotinoïden een eerbare piste”, vertelt Peter Haegeman, secretaris-generaal van de CBB (Confederatie van de Belgische Bietenplanters), in een opiniestuk in De Standaard. “Minstens momenteel hebben neonicotinoïden een plaats in een duurzame teelt.”

Eind april keurde de Europese Commissie een verbod op het gebruik van neonicotinoïden in open lucht goed. Deze stoffen vallen in de klasse van de neurotoxines, wat betekent dat ze het zenuwstelsel van een organisme aanvallen. Volgens wetenschappelijk onderzoek dragen deze stoffen in hoge mate bij aan het sterven van bijen. Het verbod zou tegen eind 2018 overal in Europa van kracht moeten zijn. Maar België ziet dat niet zitten en vraagt om drie jaar uitstel voor de toepassing van het verbod in de bieten- en cichoreiteelt. De beslissing van federaal minister van Landbouw Denis Ducarme (MR) levert hem heel wat kritiek op. Haegeman neemt het in zijn opiniestuk op voor de beslissing.

“De Belgische bietplanters vinden in deze neonicotinoïden momenteel het enige afdoende antwoord op bepaalde virussen en ongedierte die hun teelt bedreigen”, aldus Haegeman, duidend op onder meer de vergelingsziekte, die desastreuze gevolgen kan hebben voor de bietenteelt. Hij stelt ook meteen de vraag of het einde van de Belgische bietenteelt en de daaruit volgende noodzakelijke invoer van bieten, suikerriet en suiker uit andere landen en continenten dan een meer duurzame aanpak is.

Neonicotinoïden worden niet gespoten, maar de zaden van onder meer de bieten worden er mee omhuld. Bij een verbod zal de sector volgens Haegeman moeten teruggrijpen naar herhaalde bladinsecticidebespuitingen, “met zekerheid een stap achteruit” voor bijen, andere bestuivers en nuttige insecten. “Bladbespuitingen zijn risicovoller voor de landbouwers, de bestuivers, de nuttige insecten en het milieu. En ze zijn minder doeltreffend”, aldus Haegeman.

Neonicotinoïden in de zaadomhulling zijn dan ook “de actueel best beschikbare techniek” voor Haegeman. “En, in tegenstelling tot wat sommigen graag beweren, is het momenteel evenmin onomstotelijk bewezen dat ze, zo toegepast, voor bijen desastreuze gevolgen hebben”, verdedigt hij. ”Dat zou enkel zo zijn als de neonicotinoïden lang genoeg en in voldoend hoge concentraties in de grond aanwezig blijven. En dan nog eens, opnieuw in betekenisvolle hoeveelheden, via opname door bloeiende gewassen die na de bieten aangeplant worden, bijen en andere bestuivers bedreigen. Dat risico kan desgevallend verlicht worden door geen bloeiende gewassen na suikerbieten uit te zaaien.” Hij voegt er nog aan toe dat “de verbanden met het dalend aantal bijen nogal kort-door-de-bocht gelegd worden”, en wijst hierbij ook op de invloed van gsm-straling en de varroa-mijt.

Haegeman hoopt evenzeer op een valabel alternatief voor neonicotinoïden, maar dat is er niet, “niet nu en, helaas, ook niet op middellange termijn.” Hij doet daarom dan ook een “oproep aan de diverse stakeholders om rechtstreeks met elkaar in dialoog te gaan, om te zoeken naar een “breed gedragen, ambitieus, maar pragmatisch actieplan.”

Bron: De Standaard/eigen verslaggeving

Volg VILT ook via