nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

25.04.2018 "Van nieuwe vrijhandelsakkoorden wordt boer niet beter"

“Nieuwe afzetmarkten openen in het buitenland is niet de manier om de prijsvorming voor de boer te verbeteren. Tegenover de extra exportkansen staat ook altijd import. Boeren zouden elkaar als collega’s en niet als concurrenten moeten zien”, zegt Canadees boerenleider Jan Slomp. De ondervoorzitter van de National Farmers Union kwam in Brussel zijn bekommernis uiten over het vrijhandelsakkoord CETA. Hij was er op uitnodiging van burgerbewegingen die CETA een aanval vinden op de Europese grondrechten. “De competitie wordt zodanig verhoogd dat de strengste normen sneuvelen”, zegt woordvoerder Raf Verbeke.

In Europa is het melkquotum in 2014 afgeschaft. De Canadese zuivelsector kent daarentegen nog altijd een marktreguleringssysteem. Melkveehouders zijn er bereid om zich aan de productiebeperking te houden omdat er een op de productiekosten gebaseerde melkprijs tegenover staat, en invoertarieven om de import van zuivel onder controle te houden. In dat laatste dreigt verandering te komen door het vrijhandelsakkoord met Europa (CETA) dat nog niet formeel in werking is getreden, maar wel al gedeeltelijk wordt toegepast.

Canadese melkveehouders zijn in het bijzonder bevreesd voor de import van circa 17.500 ton Europese kazen. “Voldoende om het einde te betekenen voor 400 melkveebedrijven in Canada, maar een druppel op een hete plaat als Europa op die manier van zijn productieoverschot wil af geraken.” Zo kijkt Jan Slomp, ondervoorzitter van de National Farmers Union in Canada, aan tegen de handelsimpact van CETA. “Als landbouwers moeten we begrijpen dat CETA ons tegen elkaar opzet, maar de prijsvorming niet verbetert. Europa zou de overproductie in de melkveehouderij moeten oplossen.”

In ieder handelsakkoord heb je defensieve maar ook offensieve belangen voor beide partijen. Slomp wordt niet enthousiast van de 80.000 ton varkens- en rundvlees die vanuit Canada de EU wordt binnengeloodst. “Als Europeaan zou ik me daar grote zorgen om maken want groeihormonen worden bij jullie niet toegestaan. In de codex alimentarius waarnaar CETA verwijst, wordt niet gesproken over groeihormoon en het gebruik van ractopamine. Dat ligt in de vorm van vlees binnenkort op de stoep bij Europa. CETA introduceert een nieuwe manier om normering vast te stellen zonder dat er parlementaire controle op bestaat. Als boeren verliezen we sowieso want er is een verschuiving van democratisch afgesproken regels naar regels waar we niet beter van worden. Het probleem van meer in- en uitvoer is dat de prijs op boerniveau niet wezenlijk verbetert.”

Slomp uitte zijn bezorgdheid tegenover journalisten, in een videoboodschap voor het Vlaams Parlement en in een persoonlijk onderhoud met Hendrik Vandamme, voorzitter van het Algemeen Boerensyndicaat. Hij woonde ook al een bijeenkomst van de European Milk Board bij, en sprak met boeren. “In Canada zijn er ook boerenorganisaties, vooral van varkens- en rundveehouders, die positief staan tegenover CETA”, geeft hij toe. “Besef dat de nieuwe generatie handelsakkoorden niet over handel maar over een verschuiving van macht gaan, en wel van de democratie naar internationaal opererende bedrijven. Een beter voorbeeld van werkelijke vrije handel is de internationale graanmarkt, die bijdraagt aan het voeden van de wereld wanneer oogsten verstoord worden door weersomstandigheden. Voor graan gaat het algemeen belang nog samen met het boerenbelang.”

De Canadese boerenleider kwam naar Brussel op uitnodiging van burgerbewegingen. “Door middel van 16.500 handtekeningen hebben wij burgerinitiatieven van CETA-vrije gemeenten een hoorzitting over CETA in het Vlaams Parlement bekomen”, zegt Raf Verbeke van de alliantie D19-20. “Daaraan zal Slomp niet kunnen deelnemen door een agendawijziging van het parlement zodat hij hier nu is.” Verbeke rekent op een hoogstaand debat op 8 mei waarbij voor- en tegenstanders aan bod kunnen komen. Hij vindt het jammer dat de sociale partners zich niet uitspreken over CETA en het tot dusver vooral een Waalse affaire was. In juni zal het Europees Hof van Justitie zich uitspreken over de Belgische vraag omtrent de uitzonderingsrechtbanken voor bedrijven en hun verenigbaarheid met Europees recht.

Volgens Verbeke zou Vlaanderen zich aan een “institutioneel avontuur” wagen met een ratificering van CETA voor de uitspraak van het Europees Hof. Hij wijst op de gevaren van het arbitragesysteem in nieuwe handelsverdragen. Momenteel worden de Belgische staat en de haven van Antwerpen al aangepakt door een containerbedrijf omtrent het concessiesysteem van de haven. “Dat zette het proces opnieuw in gang voor de uitbreiding van het Saefthingedok, wat ten koste gaat van het dorp Doel.” Hij geeft het als voorbeeld om aan te tonen dat handelsverdragen zoals CETA onze regelgeving de komende decennia gaan bepalen.

“De filosofie in landen als Canada en de VS is anders”, vervolgt Raf Verbeke. “Wij kennen het voorzorgsprincipe, daar is de eindverkoper zelf verantwoordelijk voor het veilig en verenigbaar zijn met alle normen van een product. Daarmee vergeleken is het Europese controlesysteem duur. CETA zorgt voor competitiviteit tussen een duur en goedkoop stelsel en dat zet de Europese normen onder druk. Zo creëren nieuwe vrijhandelsverdragen een race to the bottem. De druk van lobbyisten gaat enorm vergroten.”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Raf Verbeke

Volg VILT ook via