nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

25.01.2018 Van overvolle melkpoederstocks is EU noch boer gediend

Vorig jaar is de melkveehouderij overeind gekrabbeld maar veel tijd om de financiële putten uit 2016 te vullen, was bedrijven niet gegund. Vanaf september kwam de zuivelmarkt weer onder druk te staan en sindsdien gaat de melkprijs gestaag onderaf. Wie de 12.600 ton melkpoeder drie paletten hoog gestapeld ziet liggen bij Vincent Logistics in Herstal krijgt het gevoel dat 2018 opnieuw een heel moeilijk jaar wordt. De depot in Herstal is maar één van de zeven locaties in Wallonië waar er melkpoeder opgeslagen wordt. In heel Europa ligt nog 380.000 ton te wachten op een koper. De tijd tikt want melkpoeder is niet eindeloos houdbaar. De European Milk Board hoopt dat de EU het probleem (= overproductie) in de toekomst bij de bron aanpakt.

Groot is de ongerustheid in de melkveehouderij nu de hoge boterprijs de melkprijs niet langer kan stutten, en de zuivelmarkt onder druk komt te staan. De melkprijs heeft vorig najaar een neerwaartse beweging ingezet en iedereen vraagt zich af waar de bodem ligt. Het financieel herstel op melkveebedrijven is te broos om nu al opnieuw een diepe crisis aan te kunnen. Het worst-case-scenario waar European Milk Board (EMB) voor vreest, is er één waarbij de Europese Commissie de neerwaartse prijzenspiraal verergert door melkpoeder uit de interventieopslag aan dumpingprijzen op de markt te brengen.

De melkveehoudersbond heeft 380.000 redenen om het ergste te vrezen, want exact zoveel ton melkpoeder ligt in depots in de lidstaten te wachten op een koper. Sommige paletten staan daar al twee jaar omdat een goed verkoopmoment zich nog niet aanbood. Vraag is of dat er ooit nog komt want veel langer dan drie jaar bewaart de melkpoeder niet, en dat weten kopers ook. De Europese Commissie pakte deze maand het verlies in plaats van de verkooporder weer in te trekken zoals eerder al gebeurde.

Publieke interventie als marktinstrument ter ondersteuning van de landbouwsector hoeft de belastingbetaler niet noodzakelijk geld te kosten. Twee medewerkers van het Waalse landbouwministerie, die groen licht kregen van minister René Collin om acte de présence te geven op het persmoment van EMB, gaven toelichting bij het mechanisme aan de massaal opgedaagde Franstalige pers, waar VILT zich naast schaarde. “Opdat de zuivelmarkt in tijden van crisis sneller een nieuw evenwicht tussen vraag en aanbod zou vinden, koopt Europa melkpoeder op met de bedoeling om die volumes later weer te verkopen. Dit marktinstrument kan budgetneutraal zijn wanneer de hogere marktprijs bij verkoop niet alleen de aankoop maar ook de stockagekosten dekt”, leren we.

De interventieprijs voor magere melkpoeder bedraagt 1.698 euro per ton. Over het verkoopmoment en de verkoopprijs beslist Europa binnen een beheercomité. De lidstaat op wiens grondgebied de interventiepoeder gestockeerd is, pre-financiert de aankoop en bewaart het melkpoeder als een goede huisvader maar kan het niet op eigen houtje weer verkopen. Daarover dient Europa eerst te beslissen binnen het comité. Vervolgens is het aan de lidstaten, of in ons geval de gewesten na de regionalisering van het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau (BIRB), om de transactie financieel te regelen. Het verschil tussen aan- en verkoopprijs int de Commissie, of betaalt ze terug.

Nu de zuivelprijzen opnieuw onder druk komen te staan, wordt de melkpoeder in opslag een blok aan het been van de Europese Commissie. De European Milk Board nam journalisten en beleidsmakers mee op sleeptouw naar Herstal nabij Luik. Daar ligt in een depot van Vincent Logistics 12.600 ton melkpoeder opgeslagen. Dat is zowat 3 procent van al het melkpoeder dat Europa stockeert en 30 procent van het totale volume dat Wallonië opslaat in zeven depots. Sinds eind 2016 doet Europa pogingen om er weer vanaf te geraken, maar de verkoop loopt voor geen meter.

Uit cijfers die EMB opvroeg, blijkt dat vandaag amper 2.084 ton magere melkpoeder opnieuw op de markt kwam. Daarvoor waren 16 verkooporders sinds december 2016 nodig, waarvan er een aantal geen euro in het laatje brachten omdat kopers niet toehapten. Doen ze dat wel, dan is de verkoopprijs altijd aan de lage kant. Waar de melkpoeder eind 2016 nog 2.151 euro per ton opbracht, was dat deze maand maar 1.190 euro meer. De ‘oude’ melkpoeder uit interventie moet concurreren met een voldoende groot aanbod vers product zodat diervoeding stilaan de meest waarschijnlijke afzetmarkt wordt.

Ondertussen dikt de factuur voor stockage aan want firma’s zoals Vincent Logistics stellen hun infrastructuur natuurlijk niet gratis ter beschikking. Bovendien moeten er regelmatig stalen genomen worden om de kwaliteit van het melkpoeder op te volgen. Vorig jaar kostte de stockage van al die duizenden tonnen melkpoeder bijna 10 miljoen euro. De grootste volumes liggen opgeslagen in Duitsland, Frankrijk en België. Andere lidstaten met aanzienlijke stocks zijn onder meer Italië, Ierland en Polen.

Het oplopende prijskaartje is zuur voor de Europese Commissie, en nog meer voor de belastingbetaler. Het ergste vindt EMB dat melkveehouders er niets mee opschieten want interventie was vorig jaar niet bij machte om de melkprijs te ondersteunen. Bij het begin van de zomer van 2015 bracht de melk 30 cent per kilo op, om een jaar later zijn dieptepunt (25,7 cent) te bereiken. Nochtans was het opkopen van zuivel al in 2015 gestart en een jaar later opgedreven naar 350.000 ton magere melkpoeder en 100.000 ton boter. Van het vrijwillige melkreductieprogramma, dat boeren financieel beloonde om in crisistijd minder te melken, zeggen boerenorganisaties, beleidsmakers en onderzoekers dat het meer bijgedragen heeft aan marktherstel. Critici repliceren dat het pas werd uitgerold toen de zuivelmarkt zijn tweede adem al gevonden had.

Interventie heeft als marktinstrument niet afgedaan in de ogen van EMB-voorzitter Romuald Schaber, maar verdient wel bijsturing. “Interventie is zinvol om een seizoenspiek in de melkproductie af te vlakken. De opgekochte melkpoeder kan gestockeerd en op een later tijdstip, wanneer de marktsituatie gunstiger is, verkocht worden. Het is evenwel niet geschikt als permanent crisisinstrument om een chronisch instabiele markt in balans te brengen. De overvolle depots tonen dat duidelijk aan. Bovendien staat dit interventiepoeder een duurzaam marktherstel in de weg.”

Al dat poeder wegwerken naar verre exportbestemmingen vindt EMB niet verdedigbaar en getuigen van een gebrek aan respect voor de collega-landbouwers in het Zuiden. In de praktijk gebeurt het wel zo, want Thierry Kesteloot van Oxfam Solidariteit constateert dat de poederexport sinds de zuivelcrisis in 2009 verdrievoudigd is. China maar ook Afrika is een groeiende afzetmarkt en geliefkoosd als exportbestemming. Volgens Kesteloot zijn bedrijven als Lactalis fabrieken aan het bouwen in Afrika om interventiepoeder goedkoop te kunnen importeren uit Europa en er ter plekke melk van te maken, eventueel aangelengd met palmolie zodat het met een plantaardig snuifje als verbeterde melk verkocht kan worden.

Diens collega-melkveehouder Erwin Schöpges (MIG/EMB) kan zijn afkeer voor het huidige EU-beleid niet wegsteken: “In deze depot vol melkpoeder zien we hoe Commissievoorzitter Juncker en landbouwcommissaris Hogan de zuivelcrisis laten regeren met belastinggeld. Hier zie je ook het resultaat van marktliberalisering. Wij melkveehouders verdienen een melkprijs die de kosten dekt en onze arbeid fair vergoed. Dan spreek je niet over 35 of 40 maar 45 eurocent voor een liter melk. De Europese Commissie dreigt het interventiepoeder op de markt te brengen aan een prijs die overeenstemt met een melkprijs van minder dan 20 eurocent.”

Betere marktinstrumenten zijn volgens Schöpges nodig om zowel een zuivelcrisis als geldverspilling te vermijden. “Dit belangt niet alleen boeren maar ook burgers aan want je kan dit niet los zien van het soort landbouw dat we in Europa willen (familiaal of industrieel) en van de problemen in het Zuiden. Jaren geleden werd de boeren in Europa al ingeprent dat ze de groeiende wereldbevolking gaan voeden. De prijzen stegen niet en veel boeren legden er het bijltje bij neer. Blijven we zo voortdoen tot er geen jonge boeren meer zijn en enkel de sterksten, de industriëlen, overblijven? Of tot er 1.000 koeien op één bedrijf gemolken worden?”

Als het van de European Milk Board afhangt, dan wordt het probleem van overproductie aan de bron aangepakt. Meer concreet wordt een ‘marktresponsabiliseringsprogramma’ voorgesteld dat de zuivelmarkt van dichtbij opvolgt en ingrijpt indien nodig. Een kleine marktstrubbeling vraagt volgens EMB om het subsidiëren van stockage door private zuivelfirma’s en consumptiebevorderende maatregelen (b.v. kalvermelk). Stuikt de marktindex met 15 procent of meer in elkaar, dan is het officieel crisis in zuivelland. Na het vastleggen van een bepaalde referentieperiode worden melkveehouders dan opgeroepen om in ruil voor een bonus een productiedaling (van minstens 5%) te realiseren. Melkveebedrijven die het omgekeerde doen, betalen een heffing op de melk die ze meer produceren. De vrijwillige melkreductie moet volgens EMB omgezet worden in verplicht 2 of 3 procent minder melken wanneer de marktindex 25 procent inboet.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via