nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

"Varkenssector is het waard om er onze mouwen voor op te stropen"
18.05.2015  Varkenshouderij

Investeren in onderzoek en onderwijs ten behoeve van de varkenssector is een bewuste positieve keuze voor de drie partners die onlangs samen de ‘varkenscampus’ openden op de ILVO-site in Melle. Die partners zijn het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek, Universiteit Gent en Hogeschool Gent. De varkenshouderij is in Vlaanderen goed voor 40 procent van de economische waarde van dierlijke productie. Varkens vertegenwoordigen 1,46 miljard euro productiewaarde, tegenover 3,56 miljard euro voor alle dierlijke producten samen en 5,48 miljard euro voor heel de Vlaamse landbouwsector. “Deze sector is het waard om er onze mouwen voor op te stropen”, verklaart administrateur-generaal van ILVO Joris Relaes. De sector realiseert jaar na jaar een positief saldo op de handelsbalans, vertegenwoordigt één procent van de wereldproductie en vijf procent van de totale Europese varkensproductie. Op ILVO richten een tiental wetenschappers hun onderzoek geheel of gedeeltelijk op veevoeding, praktijkmanagement, dierenwelzijn, luchtemissies en aspecten van diergeneeskunde binnen de varkenshouderij. Een overzicht van hun recente resultaten.

Preciezer voederen en de voederconversie optimaliseren, daar heeft ILVO al heel wat onderzoek rond verricht. Waar zijn de nutritionisten nu op aan het werken?
Sam Millet: Wij onderzoeken de nutriëntenbehoeftes voor verschillende gewichtsklassen, van gespeende big tot vleesvarken. Één recente proef bevestigde dat de lysinebehoefte van biggen eigenlijk flink hoger ligt dan het gangbare lysinegehalte dat je in praktijkvoeders aantreft. In die proef verdeelden we 180 biggen van 4 tot 9 weken oud over 5 voederbehandelingen. De voeders verschilden in darmverteerbaar lysinegehalte per kilogram gepelleteerd voeder. Binnen de geteste gehaltes steeg de dagelijkse voederopname met 24 gram en de dagelijkse groei met 35 gram per extra gram darmverteerbaar lysine. Daardoor daalde de voederconversie met 0,075 punten per extra gram darmverteerbaar lysine. Voederfirma’s kunnen deze informatie gebruiken om hun voeders te optimaliseren. Er spelen natuurlijk nog andere factoren een rol, zoals de kostprijs van het voeder en het maximale eiwitgehalte.

2018 komt snel dichterbij, de datum waarop de Europese varkenssector vrijwillig wil afstappen van onverdoofde chirurgische castratie. De alternatieven en de marktbereidheid worden door jullie in de gaten gehouden. Waar staan we nu?
Marijke Aluwé: Het houden van intacte beren en daarbij horend het selecteren van varkens met minder risico op berengeur is één alternatief met kans op slagen, waarover verschillende studies lopen. Een ander alternatief is immunocastratie. Bij deze laatste methode worden twee injecties van een gonadotropine-releasing factor toegediend, die ervoor zorgt dat de ontwikkeling en de secretiefunctie van de testes tijdelijk onderdrukt worden. Je ziet dus een significante daling van geslachtshormonen en bijgevolg minder seksueel en agressief gedrag. Daarnaast verlagen bij immunocastratie de androstenon- en skatolconcentraties, waardoor berengeur in vlees van immunocastraten niet optreedt. In de EU is er voor immunocastraat karkassen vooralsnog een beperkte afzetmarkt, en de varkenshouders zitten met de kosten voor het vaccin.

In het onderzoek zijn we momenteel bezig met het tijdstip van toediening van de tweede vaccinatie en het effect daarvan op de voederopname, de groei en de slachthuisresultaten. Er loopt een experiment om de effecten te vergelijken van een tweede vaccinatie vroeger (op 75 kilo of 6 weken voor slacht) of later (op 85 kilo of 4 weken voor slacht). We hebben al geconstateerd dat vroege vaccinatie gepaard gaat met een hoger slachtrendement, 78 procent in plaats van 77.4 procent, wat deels verklaard kan worden door het lichter maagdarmpakket, maar niet door testesgewicht. Er was geen significant verschil in de groeiprestaties of karkaskwaliteit. Wel zien we een trend voor een hoger intramusculair vetgehalte bij vroege vaccinatie, wat de smakelijkheid en malsheid van het vlees ten goede kan komen.

Een hoger slachtrendement is altijd goed nieuws voor de varkenshouder. Maar een optimaal productieproces gaat over meer dan het slachtrendement, nietwaar?
Frederik Leen: Uiteraard, je moet de economische cijfers altijd goed in de gaten houden. In mijn onderzoek over de bepaling van het optimale slachtgewicht leg ik een paar verbanden bloot. We weten allemaal dat veranderingen in gemiddeld slachtgewicht op jaarbasis belangrijke gevolgen hebben voor voedergebruik, afmestduur en aantal afmestrondes, en dus voor de rentabiliteit van varkensbedrijven en slachthuizen. Om een voorbeeld te geven: stel dat twee gelijkaardige bedrijven verschillen in gemiddelde voederconversie, dan zal het bedrijf met een minder goede voederconversie een lager optimaal slachtgewicht hebben omdat het dan economische interessanter is om minder voeder te gaan gebruiken. In dat geval zullen er meer biggen worden opgezet en zullen de opbrengsten per varkensplaats toenemen.

varkens.voeder_provW-Vla.jpg

Veranderingen in slachtgewicht hebben bijvoorbeeld ook een belangrijke invloed op milieukundige factoren want bij toenemend lichaamsgewicht neemt de mestproductie toe. De nutriënteninhoud van de mest is afhankelijk van de voedersamenstelling die ook weer verandert afhankelijk van lichaamsgewicht. Als we al die parameters binnen het varkensbedrijf dan nog eens samenbrengen met economische parameters zoals de marktprijzen voor biggen, voeder en vleesvarkens, dan kunnen we via een rekentool het optimale slachtgewicht bepalen voor elk individueel bedrijf. Daar zijn we nog niet mee klaar, maar we hebben al iets interessants ontdekt. Bij het opstellen van bedrijfsplannen, bijvoorbeeld bij uitbouw van het bedrijf, moet een varkenshouder best het gemiddelde slachtgewicht op langere termijn optimaliseren. Maar bij de dagdagelijkse korte termijn beslissingen over wanneer een lot varkens te verkopen, zitten sommigen al vast aan de (lage) flexibiliteit van de biggenaanvoer. Die heeft een grote invloed. Gesloten bedrijven in een meerwekensysteem of afmestbedrijven afhankelijk van een biggenleverancier in een meerwekensysteem, hebben een zeer rigide aanvoer van biggen. Zij missen daardoor kansen om op marktomstandigheden in te spelen, zeker als ze hun slachtgewicht zouden willen verhogen. Op korte termijn kunnen ze vaak enkel kiezen voor het verlagen van het slachtgewicht. Voor deze bedrijven is het heel belangrijk dat ze de berekening voor de langere termijn goed in beeld hebben omdat er minder bijstuurmogelijkheden zijn op korte termijn.

Milieukundige factoren, en dan vooral in relatie tot luchtemissies, zijn een belangrijk element geworden in de varkenshouderij. Recent werd een doctoraatswerk afgerond waarbij werd gefocust op eerder brongerichte maatregelen voor emissiereductie. Kunnen jullie daar meer over vertellen?
Peter Demeyer & Sam Millet: Wij hebben een zogenaamde “multi-polluentenstrategie” uitgetest, dat wil zeggen dat we de luchtkwaliteit in varkensstallen gelijktijdig bepalen aan de hand van verschillende parameters die we tegelijk meten, meer bepaald temperatuur, relatieve vochtigheid, ammoniak, methaan, lachgas, kooldioxide en fijn stof. Wij hebben al vergelijkingen gemaakt qua stalreiniging, stalsysteem en voedermanagement. Onze resultaten toonden geen duidelijke verschillen in binnenluchtconcentraties van de verschillende polluenten wanneer er droog of nat gereinigd werd tussen mestrondes. Ook tussen het traditionele volroostersysteem en het geteste ammoniakemissiearme systeem waren er amper verschillen waarneembaar. Wat we wel zagen, was een opmerkelijk resultaat bij verschillen in voedermanagement: in een proef met een 600-tal biggen bleek pelleteren van voeders namelijk positief voor de groeiprestaties, maar negatief voor het fijn stofgehalte in de stal.

varkensstal.Melle_ILVO.geVILT.jpg

De biggen op het fijn gemalen meel groeiden trager dan biggen die grof gemalen meel of pellets kregen. Ze aten het minst van de gepelleteerde voeders en het meest van het grof gemalen meel. Qua voederconversie scoorden de gepelleteerde voeders duidelijk beter dan de meelvoeders. De bevindingen qua fijn stofconcentraties in de stal waren verrassend: daar waar fijn malen een kleine verhoging van het fijn stofgehalte gaf, leidde pelleteren tot meer dan een verdubbeling van het fijn stofgehalte. Deze bevindingen zijn opmerkelijk. Hoewel een lage voederconversie positief is voor het saldo en voor het milieu, zijn hogere concentraties fijn stof eerder nadelig voor de gezondheid van de varkens en de varkenshouder. Verder onderzoek is bijgevolg nodig om na te gaan of deze resultaten voor alle types voeders en pellets gelden.

Wat betreft de gezondheid van de varkens is er natuurlijk ook de kwestie van de infectiedruk door zoönosen? Hoe benadert ILVO die problematiek?
Koen De Reu & Kaat Luyckx: Reiniging en ontsmetting (R&O hierna) van de stalomgeving horen bij een goed hygiënemanagement op het landbouwbedrijf en zijn nodig om pathogene kiemen in de stalomgeving te verwijderen, en dus om het aantal dierziektes en zoönosen, dat zijn infectieziektes die overgedragen worden van dier op de mens, te verminderen. Concreet wordt gemikt op gunstige effecten inzake Salmonella, E. coli, Enterococcus spp.en MRSA in de varkenssector. In verschillende stalcompartimenten hebben wij R&O- technieken uitgetest, waaronder ook het gebruik van probiotica. Bij deze techniek kan je slechte bacteriën bestrijden door goeie te introduceren in de stal. Dat gaat dan anders dan bij een klassieke reiniging en desinfectie tussen twee productieronden. Daar wordt eerst gereinigd om alle vuil zoals mest uit de stal te verwijderen en dan volgt een desinfectiestap om alle bacteriën, zowel schadelijke als onschadelijke, af te doden in de lege stal alvorens er nieuwe jonge biggen in gehuisvest worden.

Nu is er de laatste jaren meer en meer commotie rond het gebruik van desinfectiemiddelen, onder andere omwille van antimicrobiële resistentie ontwikkeling, milieuaspecten, … en zijn er firma’s op de markt die beweren dat een probiotische behandeling met “goede bacteriën” effectiever is dan de klassieke desinfectiestap. Probiotische reiniging werd reeds uitgetest in ziekenhuizen en zou tot goede resultaten leiden al is daar nog bitter weinig wetenschappelijke literatuur over te vinden. Ons nieuwste onderzoek ( ILVO en UGent) bevestigt de beweringen rond de probiotische behandelingen niet. De infectiedruk op de biggen ligt niet lager dan bij de klassieke reiniging en ontsmetting. Zeker niet op het moment dat de nieuwe biggen in de stal aankomen. Maar ook tijdens de ronde hebben we niet geconstateerd dat de infectiedruk van bacteriën zoals Salmonella, E. coli, Enterococcus en MRSA lager lag.

Uit deze studies blijkt dat ILVO nauw samenwerkt met varkenshouders die volop in de praktijk staan. Is dat ook bij andere onderzoeksprojecten het geval?
Maarten Crivits & Joost Dessein: Ja, want wij houden nog steeds de resultaten van de dialoogdagen voor de varkenshouderij (2013) in het achterhoofd. Uit dat initiatief bleek dat er kansen schuilen in het meer actief betrekken van de landbouwer. Sommige zaken, zoals het verplicht standaardiseren van de karkasclassificatie of het in voege brengen van een noodfonds of doorrekenmechanisme zijn uiteraard aspecten die de bevoegdheid zijn van een overheid, en waar landbouwers minder rechtstreeks bij betrokken zijn. De landbouwer hoéft ook niet altijd zelf actief te participeren in innovatieve processen. Wat van belang is, is dat het bespreekbaar wordt gemaakt, dat thema- per-thema meer bewust de vraag ‘wie kan en wil hier in participeren en wie niet?’ wordt gesteld.” Wij volgen de resultaten die uit de dialoogdagen voortvloeiden nog steeds op en we willen benadrukken dat het belangrijk is om de uitkomsten van het proces ‘levend te houden’ door regelmatig opvolgingsmomenten te organiseren of zelf met het organiseren van nieuwe dialoogdagen, met nieuwe mogelijke acties.

varkensboer_Inagro.jpg

We pleiten er ook voor om de vraag : ‘kan de landbouwer participeren?’ bewust te stellen bij elk initiatief dat de varkenshouderij aanbelangt. De bijdrage van kleine groepen landbouwers die doelgericht rond een thema aan de slag gaan valt niet te onderschatten en moet steeds als mogelijkheid in overweging worden genomen. Dat sluit ook aan bij de bevindingen van een onlangs afgerond IWT-onderzoek rond netwerken. Het potentieel van samenwerking tussen varkenshouders was daarbij een van de centrale vraagstellingen. Uit het onderzoek blijkt dat netwerken die vanuit groepen landbouwers andere ketenactoren benaderen een onderbenut potentieel voor innovatie bevatten. Dit geldt zowel voor het boer-tot-boer uitwisselen van kennis als het samenwerken in de markt. Vaak blijkt dat het eerste een voorwaarde is voor het tweede. Onderzoekers, voorlichters en landbouworganisaties kunnen ondersteuners zijn in het oprichten van meer landbouwer-gestuurde netwerken en dit als taak beschouwen naast hun meer onderzoeks-, beleids- of bedrijfsgerichte taken.

ILVO heeft een hele batterij kennis, tools en maatregelen in huis die rechtstreeks of onrechtstreeks toepasbaar zijn op varkensbedrijven. Vinden nieuwe onderzoeksresultaten hun weg naar de praktijk?
Marijke Aluwé & Sarah De Smet (Varkensloket): Dat is uiteraard de bedoeling. We zijn daarom blij dat 1.100 geïnteresseerden een kijkje in onze infrastructuur kwamen nemen tijdens de opendeurdag. Er worden hier ook heel geregeld studiedagen voor de sector georganiseerd. Op de ILVO-website en die van het Varkensloket zijn de datums zeker terug te vinden. Nu al in te schrijven in de agenda zijn 'Recent ILVO-onderzoek in de varkenshouderij' op 4 juni en 'Kreupelheid bij zeugen' op 16 juni. Tijdens de BAMST-studiedag 'De plaats van vlees en vleeswaren in ons eetpatroon' op 11 juni bekijken we de vleesproductie in een iets ruimer kader.

Naast deze eenmalige evenementen is er natuurlijk ook nog het Varkensloket, een altijd aanwezig kennisplatform van het Praktijkcentrum Varkens, dat een aanspreekpunt is voor de Vlaamse varkenshouders. Praktijkgerichte resultaten uit de demonstratie- en onderzoeksprojecten worden helder te beschikking gesteld via de website www.varkensloket.be, en ook via nieuwsbrieven, de vakpers en nog meer studiedagen. Twee gecombineerde studiedagen over het optimaal houden van beren en immunocastraten, PED en aangifteplichtige ziekten zullen doorgaan op 9 en 19 juni. Dankzij het Varkensloket kunnen wij niet alleen onze resultaten kenbaar maken, maar worden ook signalen uit de sector opvangen die de basis vormen voor nieuwe onderzoeks- en demoprojecten.

Bron: |

Beeld: ILVO / provincie West-Vlaanderen

In samenwerking met: ILVO

Volg VILT ook via