nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

05.03.2018 Varroamijt grote boosdoener voor bijensterfte in 2016

In het najaar van 2016 lanceerde het Voedselagentschap het HealthyBee-project, een nieuw bewakingsprogramma voor de bijengezondheid. In totaal werden 193 imkers met in totaal 865 bijenkolonies een jaar lang opgevolgd. De gemiddelde wintersterfte 2016-2017 bij de opgevolgde bijenstanden bedroeg bijna 28 procent. Dat is veel meer dan de 10 procent die als normaal wordt beschouwd. De studie toont een sterk verband aan met de besmetting door varroamijt. Phytofar vestigt er namens de gewasbeschermingsmiddelenindustrie de aandacht op dat de gemeten gehaltes chemische producten in stuifmeel nooit van die aard waren dat ze een verhoogd risico vormden voor de bijen.

Van 2012 tot en met 2014 werd de monitoring van bijensterfte door Europa gedirigeerd in het kader van het EPILOBEE-netwerk. In elke lidstaat werden imkers driemaal bezocht: voor en na de winter en tijdens het seizoen. Telkens werd er akte genomen van de imkerpraktijken en het voorkomen van bijenziekten. Tussen landen en regio’s binnen eenzelfde jaar, en doorheen de jaren, waren de sterftecijfers erg variabel. Al snel werd duidelijk dat het probleem vele oorzaken heeft: ziekten en plagen van bijen, invasieve soorten, de intensieve teelt van bijen zelf, omgevingsvervuiling, onvoldoende voedselaanbod het jaar rond en de impact van landbouw (o.a. gewasbeschermingsmiddelen).

Europa stopte de opvolging van de bijensterfte, maar het Voedselagentschap (FAVV) zette de oude methodiek voort met het project HealthyBee’. Een 200-tal imkers kreeg driemaal bezoek: in het najaar van 2016 en tijdens voorjaar en zomer 2017. De zomersterfte bedroeg 3,72 procent maar het is de wintersterfte die met 27,9 procent abnormaal hoog lag. Bijensterfte is volgens het FAVV een multifactorieel probleem. Meest genoemd als oorzaken zijn bijenziekten (o.a. varroamijt, Amerikaans en Europees vuilbroed), de aanwezigheid van chemische residuen, het verarmen van het voedselaanbod (stuifmeel en nectar) en de combinatie van deze factoren.

Bij de start van het project werd bij elke opgevolgde kolonie de varroabesmetting gemeten. Er kon een significant verband aangetoond worden tussen het besmet zijn met de varroamijt en het optreden van bijensterfte. Hoe meer varroamijten aanwezig op de winterbijen, hoe groter de kans is dat deze de winter niet zullen overleven. “Dit onderstreept nogmaals het belang van een tijdige en correct toegepaste varroabestrijding door alle imkers”, aldus het agentschap.

In het voorjaar werd elke nog in leven zijnde kolonie onderzocht op de aanwezigheid van de darmparasiet Nosema. Statistisch onderzoek kon geen significant verband aantonen tussen het besmet zijn met Nosema en het optreden van bijensterfte. Bij 81 imkers werd een stuifmeelmonster genomen voor residu-onderzoek. In 78 stalen kon minstens één residu worden aangetoond, maar in geen enkel geval leverde dit een verhoogd risico voor de bijen op.

Phytofar, de sectorfederatie van de gewasbeschermingsmiddelenindustrie, neemt kennis van die resultaten. “De hoofdrol in de wintersterfte is opnieuw weggelegd voor de varroamijt, een spinachtige die bijennesten infecteert en uitput”, constateert de federatie. “De sporen die gemeten werden van gewasbeschermingsmiddelen en diergeneesmiddelen die imkers inzetten vormden in geen enkel staal een verhoogd risico voor de bijen.” De industrie wijst in dat verband op de strenge toelatingsprocedures voor gewasbeschermingsmiddelen die zeer uitvoerige testen bij bijen opleggen.

Het FAVV zal de resultaten van deze monitoring voorleggen aan haar wetenschappelijk comité voor een grondige analyse. Het is de bedoeling dat daaruit aanbevelingen volgen ter verbetering van de bijengezondheid: goede bijenteeltpraktijken, adviezen omtrent de bestrijding van bepaalde bijenziekte, enz. Halfweg 2017 werd beslist om de monitoring van de bijengezondheid onder te brengen in het meerjarige controleprogramma van het FAVV. Afgelopen najaar is een nieuwe cyclus van bezoeken bij imkers van start gegaan, als onderdeel van het Federaal Bijenplan 2017-2019.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via