nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

10.12.2014 Varroamijt op het voorplan als de boosdoener voor bijen

In de Britse krant The Times wordt geopperd dat een aantal wetenschappers, die meewerkten aan een omvangrijk rapport over de impact van neonicotinoïden op ongewervelden en ook honingbijen, bevooroordeeld waren. Professor Dirk de Graaf, bijenexpert aan de UGent, spreekt zich niet uit over de kwaliteit van die studie, maar wijst er wel op dat de achteruitgang van de honingbij zich niet laat verklaren door neonicotinoïden. De bijensterfte varieert immers flink tussen landen waar dezelfde soorten pesticiden worden gebruikt. De gewasbeschermingsmiddelenindustrie haalt meestal Australië en Nieuw-Zeeland als voorbeeld aan: landen waar dit type insecticiden ingezet wordt maar de honingbij het niettemin zeer goed doet. Professor de Graaf vermoedt dat de beheersing van de varroamijt beter kan in landen met een hoge wintersterfte, zoals België.
Eind juni besloot een internationale groep wetenschappers, verenigd in de Task Force on Systemic Pesticides, dat neonicotinoïden en fipronil (allen insecticiden) aanzienlijke schade toebrengen aan nuttige ongewervelde diersoorten en een belangrijke rol spelen in de achteruitgang van bijen. Het gebruik van drie van de vijf neonicotinoïden die op de markt zijn, werd eind vorig jaar door Europa (tijdelijk) aan banden gelegd. Aanleiding was een duidelijke waarschuwing van voedselveiligheidsautoriteit EFSA omtrent hun schadelijke impact op de bijenpopulatie.
 
Nadat een nota tussen enkele wetenschappers van de taskforce in handen van de Britse krant The Times kwam, wordt de vraag gesteld of die bevooroordeeld te werk gingen. Professor Dirk de Graaf, één van de drijvende krachten achter het bijenexpertiseplatform Honeybee Valley van de UGent, spreekt zich niet uit over hun onderzoek maar zegt wel dat neonicotinoïden niet de enige en ook niet de belangrijkste oorzaak kunnen zijn van de verhoogde bijensterfte. Hij verwijst daarvoor naar EPILOBEE, een groots opgezette monitoring van de honingbijensterfte in 17 EU-landen waarbij de richtlijnen van het Europese referentielaboratorium voor bijengezondheid (EURL) gevolgd werden zodat de resultaten vergeleken kunnen worden.
 
De monitoring bracht aan het licht dat de sterfte onder honingbijen in de winter 2012-2013 nergens zo hoog was als in ons land (33,6%). Een Nederlandse (eigen) monitoring kwam uit op 9,5 procent, in Duitsland sneuvelde 13,6 procent van de bijen gedurende die winter en in Frankrijk 14,1 procent. "Ik stel me daarbij altijd de vraag hoe het mogelijk is dat de honingbijensterfte zo'n grote variabiliteit vertoonde tussen landen waar dezelfde soorten pesticiden worden gebruikt", zegt de Graaf. "Die pesticiden (neonicotinoïden, nvdr.) worden ook in Australië gebruikt, maar daar komt de varroamijt niet voor en daar is ook geen sterfte. Dat zijn frappante voorbeelden die ons moeten waarschuwen dat neonicotinoïden duidelijk niet de key zijn bij de honingbijensterfte. Al zal je me niet horen zeggen dat die insecticiden geen kwaad kunnen, uiteraard zijn die bij een verkeerd gebruik nefast voor niet-doelorganismen."
 
Het EPILOBEE-consortiom stootte overigens op een ander moeilijk te verklaren fenomeen: de bijensterfte is significant hoger in het noorden van Europa. Spannen de kroon: Denemarken (20,2%), Estland en Finland (23,4 en 23,3%), Zweden (28,7%), het Verenigd Koninkrijk (28,8%) en België met 33,6 procent. Als het voor professor de Graaf vaststaat dat neonicotinoïden niet de hoofdoorzaak zijn van de verhoogde honingbijensterfte die vooral Noord-Europa treft, wat dan wel? Volgens de Graaf weegt vooral de impact van de varroamijt door. "In landen waar de beheersing van de varroamijt goed aangestuurd wordt, zoals Duitsland en Nederland, liggen de sterftecijfers lager. Imkers krijgen er duidelijke richtlijnen inzake het tijdstip van behandelen en de manier waarop. De bijenexpert maakt zich sterk dat die aanpak ook in ons land kan werken “en met gemak het hoge sterftecijfer (33,6%) kan halveren”.
 
De enige professionele imker die in Vlaanderen actief is, Herman Torfs uit Aarschot, verklaarde eerder al aan VILT dat ook hij de varroamijt een meer waarschijnlijke boosdoener acht dan gewasbeschermingsmiddelen. "De mijt verzwakt honingbijen zodat in tweede instantie ook virussen en bacteriën meer schade kunnen aanrichten bij de verzwakte bijen", legt Torfs uit in onze wekelijkse duiding.

Bron: Belga / eigen verslaggeving

Volg VILT ook via