nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

19.10.2018 Veebedrijven gaan stallucht nog beter 'wassen'

Vlaanderen is verstedelijkt en dichtbevolkt maar bovenal welvarend. De keerzijde is dat heel wat menselijke activiteiten voor luchtemissies zorgen. Het Vlaamse luchtbeleidsplan bevat doelstellingen op korte, middellange (2030) en lange (2050) termijn die afgeleid zijn van de Europese grenswaarden en de na te streven advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie. Het plan bevat een belangrijk luik over wegverkeer, focust bij de huishoudens op houtkachels en zet voor de landbouw voornamelijk in op luchtwassers die stalemissies filteren. De Vlaamse adviesraden vragen een stimulerend beleid (bv. premies) indien het de bedoeling is om emissiearme staltechnieken breder ingang te doen vinden. Een luchtwasser tref je nu alleen aan op vrij recent gebouwde stallen.

De afgelopen decennia hebben de verschillende overheden maatregelen doorgevoerd om de uitstoot van vervuilende stoffen naar de lucht terug te dringen. Het gevoerde beleid leidde tot emissiereducties in diverse sectoren en een gestage verbetering van de luchtkwaliteit. De emissie van de kleinste partikels fijn stof nam bijvoorbeeld af met 32 procent, terwijl de uitstoot zwaveldioxide met 75 procent verminderde tussen 2000 en 2016. “Dit is positief”, oordelen de Vlaamse adviesraden (SALV, SERV en Minaraad), “maar er blijven belangrijke uitdagingen in de verbetering van de luchtkwaliteit.”

Luchtverontreiniging zorgt voor een gemiddelde levensduurverkorting bij de Vlaming met negen maanden. Volgens het Europees Milieuagentschap waren er in 2013 in België ongeveer 10.050 vroegtijdige overlijdens toe te schrijven aan hoge concentraties fijn stof, stikstofdioxiden van het verkeer en ozon. Ecosystemen staan in onze regio onder druk door verzuring en zeker door vermesting. Vorig jaar werd op 85 procent van de oppervlakte bos, heide en soortenrijk grasland de kritische last voor vermesting overschreden, die voor verzuring op 28 procent van de oppervlakte. Langdurige overschrijdingen van de kritische lasten zorgen ervoor dat gevoelige ecosystemen niet of amper herstellen, zelfs niet met beheermaatregelen.

Logisch dus dat de adviesraden SALV, SERV en Minaraad de nood aan een Vlaams luchtbeleidsplan erkennen, en zich in een gezamenlijk advies positief uitspreken over bijkomende maatregelen. Het plan hanteert de (strenge) WHO-advieswaarden als langetermijndoelstellingen voor 2050. De WHO-normen worden in veel gevallen overschreden, terwijl de Europese grenswaarden vorig jaar veelal gerespecteerd werden. De Wereldgezondheidsorganisatie kijkt enkel naar de gezondheid van de mens, en houdt geen rekening met economische gevolgen of technische haalbaarheid van normen.

De raden vinden het positief dat het plan ook kwantitatieve doelstellingen op (middel)lange termijn bevat voor het terugdringen van de gezondheidsschade door luchtvervuiling. Gezien de impact van transport op de luchtkwaliteit in Vlaanderen bevat het plan een belangrijk luik over wegverkeer. Grootste nieuwigheid is een slimme kilometerheffing voor personenwagens. De Vlaamse adviesraden steunen dat idee en vinden dat het tarief van de heffing afgestemd moet zijn op de reële milieuprestaties van voertuigen, het tijdstip waarop ze in het verkeer zijn en de plaats waar ze zich bevinden. Om de uitstoot door huishoudens te verkleinen, wordt vooral ingezet op de vervanging van oude houtkachels. Een premieregeling kan er voor zorgen dat de oudere en meest vervuilende kachels versneld buiten gebruik gesteld worden.

De prognoses voor de luchtkwaliteitsdoelstellingen zijn gunstig voor de landbouwsector. Door de geleverde inspanningen van de sector zullen de ammoniakemissies tegen 2030 ruim onder de Europese lat van 38,3 kT uitkomen. Het luchtbeleidsplan voorziet concrete maatregelen om nog beter te doen. Door schadelijke emissies verder te beperken (ammoniak, secundair fijn stof, geur), wil de regering de impact verminderen van veebedrijven op de gezondheid en leefomgeving.

In het luik voor de landbouwsector valt op dat de maatregelen gedetailleerd uitgewerkt zijn. Luchtwassers spelen een centrale rol in de reductie van de ammoniakuitstoot van de veehouderij zodat de Vlaamse overheid het belangrijk vindt dat ze goed werken. In de praktijk worden de beoogde emissiereducties niet altijd gehaald, en worden de vergunningsvoorwaarden in die gevallen niet nageleefd. Op nieuwe en bestaande luchtwassers wordt daarom een elektronisch monitoringsysteem verplicht. Voor nieuwe luchtwassers komen er ook hogere prestatievereisten.

Hoewel ammoniakemissiearme staltechnieken sedert 2004 verplicht zijn bij nieuwbouw of een grondige verbouwing van een kippen- of varkensstal vertoeft een groot deel van de veestapel nog in minder goed uitgeruste stallen. Volgens een inschatting van de overheid zit 60 procent van de varkens in 2030 nog steeds niet in een stal met een luchtwasser. Dat is niet de enige ammoniakemissiearme staltechniek, maar wel de meest courante in de varkenssector. Ook het plaatsen van een verhoogde trekschouw verkleint bijvoorbeeld de hinder voor de omgeving omdat het afgiftepunt van de vervuilde stallucht dan hoger ligt.

De Vlaamse overheid wil volgend jaar laten onderzoeken of het technisch en economisch haalbaar is om ook op bestaande stallen een luchtwasser te plaatsen. Het zou kunnen dat andere emissiearme staltechnieken nog altijd meer aangewezen zijn. Nu staan luchtwassers namelijk niet op de lijst met best beschikbare technieken (BBT) voor bestaande stallen wegens simpelweg te duur. Een luchtwasser kost bij aanschaf al gauw 50.000 tot 150.000 euro, en dan moet de stalventilatie nog aangepast worden aan de nieuwe installatie, wat op zijn beurt geld kost. Om emissiearme staltechnieken breder ingang te doen vinden – dus ook op bestaande stallen – sturen de adviesraden aan op een stimulerend beleid, een subsidie.

Wanneer dierlijke mest uitgereden wordt op het land, dan zorgt dat op zijn beurt voor emissies. Die emissiebron naar de lucht is sterk gereduceerd door het mestbeleid dat verplicht tot het injecteren van drijfmest, of alleszins tot het spoedig onderwerken na toediening. De Vlaamse overheid zou graag zien dat mest injecteren de standaardpraktijk wordt, of op zijn minst het uitrijden en onderwerken van de mest elkaar snel opvolgen. Nu is het al zo dat op zaterdag een tweede tractor met cultivator op de akker moet klaar staan wanneer de mest bovengronds gespreid wordt door een mestton voorzien van een ouderwetse ketsplaat. Het idee daarachter is dat de hinder voor omwonenden tijdens het weekend tot het minimum beperkt moet blijven door de mest onmiddellijk onder te werken. Op weekdagen mag er maximum twee uur tijd zitten tussen drijfmest openspreiden en onderwerken.

Op een aantal plaatsen in Vlaanderen is de concentratie aan veebedrijven groot zodat de raden begrip hebben voor de vraag naar bijkomend onderzoek naar de gezondheidseffecten in regio’s met een hoge veedensiteit. Eerder onderzoek (door ILVO) wees uit dat het vaak lastig is om de vinger te leggen op het oorzakelijk verband. Die causaliteit al dan niet vaststellen, vinden de adviesraden de voornaamste taak van toekomstig onderzoek.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: provincie Vlaams-Brabant

Volg VILT ook via