nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

03.03.2017 Veldverkenners zet cijfers vlees en klimaat op een rij

De laatste weken werd duchtig over-en-weer gepingpongd met stellingen en cijfers over de impact van vleesconsumptie en -productie op het klimaat. Veldverkenners zet de belangrijkste cijfers op een rij, en zoekt uit waarom ze elkaar soms tegenspreken. “Alles hangt af van welke aspecten je meetelt in de berekening van de CO2-uitstoot. Daarmee moet je altijd rekening houden, anders vergelijk je appels met peren”, klinkt het.

Dagen Zonder Vlees is al aan zijn zesde editie toe en op de populariteit ervan zit voorlopig nog geen sleet. Meer dan 110.000 Vlamingen engageren zich dit jaar om 40 dagen lang minder vlees en vis te eten. Zo besparen ze het milieu volgens de organisatie evenveel broeikasgassen als 272.406 km autorijden. Een vergelijking die onder meer Boerenbond tegen de borst stuit. “Alsof je beter met de auto rijdt dan vlees te eten”, zei woordvoerder Anne-Marie Vangeenberghe daar deze week nog over.

Veldverkenners merkte eerder al op dat de cijfers die in het klimaatdebat gebruikt worden, elkaar nogal eens tegenspreken. Vorig najaar publiceerde het daarom een boekje waarin duiding wordt gegeven bij die cijfers. Nu herhaalt het medium de belangrijkste conclusies daaruit op zijn website. “Alles hangt af van welke aspecten je meetelt, bijvoorbeeld al dan niet ook transport en productie van inputs zoals diervoeder en kunstmest. Daarmee moet je altijd rekening houden, anders vergelijk je appels met peren”, klinkt het.

Wereldwijd is landbouw, bosbouw en ander landgebruik volgens het internationaal klimaatpanel IPCC (dé standaard op vlak van klimaatrapportering) verantwoordelijk voor 24 procent van de menselijke broeikasgasuitstoot. Energie is verantwoordelijk voor 34,6 procent en industrie voor 21 procent. Andere bronnen zijn transport (14%) en bouw (6,4%). Belangrijke kanttekening: bij de categorie landbouw, bosbouw en ander landgebruik wordt ook de uitstoot door onder meer bosbranden, turfbranden en turfontginning gerekend. Laat je bosbouw en ander landgebruik achterwege, dan stoot de land- en tuinbouw volgens het IPCC nog zo’n 10 tot 12 procent van alle menselijke broeikasgassen uit.”

Veehouderij is volgens een andere bron, de Wereldvoedselorganisatie FAO, verantwoordelijk voor 14,5 procent van de uitstoot. Hoe kan dat meer zijn dan land- en tuinbouw in zijn geheel?”, vraagt Veldverkenners zich af. “Heel eenvoudig”, klinkt het: “FAO gebruikt een andere methode om de uitstoot te bepalen. Ze gebruikt een totale ketenbenadering: ook de directe en indirecte uitstoot in de schakels voor en na de dierlijke productie worden meegerekend, zoals emissies bij de productie en het transport van voeders, kunstmest en het verwerkte eindproduct.”

Vervolgens merkt Veldverkenners op dat mondiale cijfers niet zomaar doorgetrokken kunnen worden naar Europa, Vlaanderen of alle land- en tuinbouwers binnen Europa en Vlaanderen. “Want de verschillen in uitstoot tussen de regio’s zijn groot. Azië is volgens de FAO de grootste producent van landbouwgerelateerde broeikasgassen (44%). Daarna volgen Amerika (25%), Afrika (15%) en dan pas Europa (12%).” Desondanks zijn mondiale cijfers belangrijk, klinkt het nog. “De klimaatverandering houdt immers geen rekening met landsgrenzen. De uitstoot en de gevolgen daarvan op het klimaat aan de andere kant van de wereld, hebben daardoor ook invloed op het klimaat bij ons.”

Daarna zoomt Veldverkenners in op Europa en Vlaanderen. “In Europa is landbouw verantwoordelijk voor 10 procent van de menselijke broeikasgasuitstoot, energie voor 79 procent, industrie voor 8 procent en afval voor 3 procent. Deze cijfers zijn niet afkomstig van het IPCC of de FAO, maar van EMA, het Europees Milieuagentschap. Veehouderij op zich stoot volgens het JRC, het Joint Research Centre van de Europese Commissie, 9 tot 13 procent van de menselijke broeikasgassen in Europa uit. Dat is 13 procent wanneer emissies door landgebruik en veranderingen in landgebruik (bv. ontbossing) meegeteld worden.”

“In Vlaanderen ten slotte is landbouw verantwoordelijk voor 8 procent van de menselijke broeikasgasuitstoot. Industrie telt voor 25 procent, energie voor 21 procent, verkeer voor 22 procent, huishoudens voor 13 procent en handel en diensten voor 6 procent. Zo’n 70 procent van de uitstoot door de landbouw wordt toegewezen aan de veehouderij. Dat brengt het aandeel veehouderij in de totale Vlaamse uitstoot op 5 procent. Deze cijfers zijn berekend door de VMM, de Vlaamse Milieumaatschappij.”

Het volledige artikel kan je lezen op .  

Bron: Veldverkenners

Volg VILT ook via