nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

08.02.2018 Verdient RSPO meer krediet dan ngo's het willen geven?

De poging van de Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO) om de productie van palmolie te verduurzamen is niet perfect, maar beter dan niet gecertificeerde productie. Dat is de teneur van een artikel in wetenschapsmagazine EOS. Volgens de ngo’s die het rapport ‘Duurzame palmolie, een mythe?’ schreven, is RSPO een zwaktebod en moet het maskeren dat de problemen in Maleisië en Indonesië groot blijven. Vanuit RSPO wordt gereageerd op het kritische rapport, dat een aantal acties om de geïdentificeerde problemen (ontbossing, landroof, milieuvervuiling, …) aan te pakken niet naar waarde zou schatten. De belangrijkste reden dat ontbossing nog steeds doorgaat, is bijvoorbeeld omdat er nog te veel palmolieplantages geen lid zijn van RSPO.

Als het van ngo’s zoals Oxfam en 11.11.11 afhangt, dan wordt de palmolie-industrie onderworpen aan strenge regels om komaf te maken met de uitwassen. Palmolie is de meest gebruikte plantaardige olie, maar er rijzen bezwaren tegen de industriële teeltwijze. Eén van de grote problemen is dat tropisch regenwoud moet wijken voor palmplantages, wat noch voor het klimaat, noch voor de natuur een goede zaak is. De sector poogt zelf orde op zaken te stellen met vrijwillige certificatieschema’s. Het belangrijkste is de Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO).

Met een vernietigend rapport willen de ngo’s duidelijk maken dat gecertificeerde soja niet gelijk staat aan duurzame soja. Ze staan niet alleen met die analyse. Alleen bestaat er geen simpele oplossing want oliepalm is enorm productief, en als bron van plantaardige olie veel interessanter dan koolzaad en maïs bijvoorbeeld. “De alternatieven zouden een veel grotere landoppervlakte inpalmen”, vertelt Erik Meijaard aan wetenschapsmagazine EOS. Hij adviseert zowel natuurkoepel IUCN als de palmolie-industrie over de verduurzaming van de sector.

Om te vermijden dat veel koolstof ontsnapt uit de veengrond die vaak aangesneden wordt, kan je die grond beter beschermen of telen op zogeheten imperatagraslanden die talrijk aanwezig zijn in Indonesië en geen risico inhouden op vrijkomend CO2. EOS haalt ook het bekende voorbeeld van het Sumatraanse dorpje Dosan aan. De arme dorpelingen legden het veen droog om er palmen te kunnen planten. Na de zoveelste veenbrand besloten ze het roer om te gooieen. Sindsdien beschermen ze het veen door het waterniveau in de bodem met dammen op peil te houden. Met succes: sinds 2012 blijft het vuur er weg.

Op een grotere schaal doet RSPO een dappere poging om de industrie te verduurzamen, en het artikel in EOS is opvallend milder van toon dan het ngo-rapport. “RSPO is meer dan een druppel op een hete plaat. “Volgens de richtlijnen van de RSPO mogen bedrijven geen plantages aanleggen op veengrond en gebieden met een hoge natuurwaarde mogen ze niet ontbossen”, zegt Meijaard. “Na een vergelijkende studie heb ik vastgesteld dat RSPO-concessies nog altijd ontbossen, maar minder dan bedrijven zonder het certificaat. Het is niet perfect, maar wel beter. De RSPO werkt eraan om zichzelf te verbeteren.”

Dat is de boodschap die RSPO ook zelf brengt in een reactie op het ngo-rapport. “We erkennen dat onze inspanningen – hoewel ze aanzienlijke resultaten opleverden – onvoldoende zijn om de hele palmoliemarkt te transformeren. We zijn het eens met de conclusie van het rapport dat ook regeringen en internationale instellingen een rol te spelen hebben. We roepen alle belanghebbenden op om deze markttransformatie ondersteunen. Elke vijf jaar worden de criteria van de RSPO-standaard opnieuw beoordeeld. De tweede beoordelingsronde zal in november van dit jaar ingediend worden na een reeks openbare raadplegingen, die iedereen de gelegenheid geven om bij te dragen aan de standaard.”

Op dit ogenblik is 19 procent van de wereldwijde palmolieproductie volgens de RSPO-normen gecertificeerd. De standaard wil relevant zijn en ambieert dus een groot marktaandeel, maar dat levert de kritiek op dat de lat te laag zou worden gelegd. Bijvoorbeeld voor ontbossing vindt RSPO dat ze meer krediet verdienen dan de ngo’s hen geven. Momenteel bestrijkt de RSPO-certificering 2,5 miljoen hectare en een productie van 11,6 miljoen ton palmolie. “We hebben een lange weg afgelegd sinds 2004 en de braakliggende gebieden hebben ontbossing vertraagd, maar er moet nog meer worden gedaan”, klinkt het. “Te veel palmolieplantages zijn nog steeds geen lid en vallen buiten het bereik van onze certificering. Dit is één van de belangrijkste redenen waarom ontbossing nog steeds doorgaat en het steeds belangrijker wordt om meer spelers tot de RSPO te laten toetreden.” In 2016 werd ‘RSPO NEXT’ gelanceerd, een reeks aanvullende criteria voor bedrijven die zich tot zero ontbossing willen verbinden en dat door derden laten verifiëren.

De sociale problemen in de palmoliesector worden door RSPO niet ontkend. “Deze problemen worden nog verergerd wanneer ze in verband worden gebracht met armoede, slecht bestuur en zwakke wetshandhaving in producerende landen. Het betrekken van nationale en lokale overheden is daarom essentieel.” Op de algemene kritiek dat RSPO “te braaf” is ten aanzien van de eigen leden luidt de repliek: “Via een onafhankelijk klachtenpanel heeft RSPO van 2009 tot september 2017 in totaal 136 klachten ontvangen. Daarvan zijn er 90 opgelost. Sancties voor overtreders zijn onder meer schorsing van RSPO-lidmaatschap en van de mogelijkheid om duurzame palmolie te verhandelen.”

De aanklacht dat het certificeringsschema op maat van de agro-industrie gemaakt zou zijn, en weinig aangepast is voor kleine familiale boeren, vindt RSPO niet terecht. “Bij de oprichting in 2004 werd gefocust op de grotere palmolieproducenten om het gecertifieerde volume palmolie snel op te schalen. In de daaropvolgende jaren is RSPO kleine boeren beginnen te ondersteunen. Van de inkomsten uit de handel in duurzame palmolie wordt 10 procent toegewezen aan kleine producenten die zich laten certificeren door RSPO. Vorig jaar is een strategie uitgerold om kleine palmolieproducenten nog beter te helpen. Door certificering kunnen kleine boeren hun opbrengsten verhogen en aansluiting vinden bij de internationale markt. De afgelopen jaren is het aantal RSPO-gecertificeerde kleine boeren gegroeid, tot 92.398 vandaag de dag.”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Belgische Alliantie voor Duurzame Palmolie

Volg VILT ook via