nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

03.05.2018 Verhoogt of verlaagt vergisting de mestdruk?

Het co-vergisten van mest, organisch-biologische afvalstromen en energiegewassen resulteert in de productie van groene energie enerzijds en digestaatproducten anderzijds. Door de huidige wetgeving wordt het digestaat als dierlijke mest gezien, ook als het maar een kleine hoeveelheid dierlijke mest bevat, het zogeheten ‘multiplicatoreffect’. Vergisting verhoogt dus de mestdruk? Niet noodzakelijk, want digestaatproducten worden ook geëxporteerd en verder verwerkt. De biogassector kan met andere woorden een flexibele en dus nuttige speler zijn in het nutriëntenverhaal, aldus kenniscentrum Biogas-E. 

Het co-vergisten van mest, organisch-biologische afvalstromen en in mindere mate energiewassen levert Vlaanderen een flinke hoeveelheid groene energie op. Het eindproduct wordt digestaat genoemd en bevat, naargelang de inputs, een specifieke nutriëntensamenstelling. Van zodra digestaatproducten dierlijke mest bevatten krijgen ze volgens de mestwetgeving het statuut ‘dierlijke mest’ toebedeeld. Met andere woorden, de plantaardige inputstromen worden na co-vergisting ook beschouwd als dierlijke mest.

Als er op papier meer dierlijke mest uit de vergister komt dan er oorspronkelijk is ingegaan, zadelt de vergistingssector Vlaanderen dan niet met een bijkomend mestprobleem op door het nutriëntenoverschot nog te vergroten? Om klaarheid te scheppen startte kenniscentrum Biogas-E en UGent een onderzoek op naar de hoeveelheid nutriënten, aanwezig in digestaatproducten, die uiteindelijk wordt uitgereden op Vlaamse landbouwgrond. 

Wat blijkt? Slechts 16 procent van de aanwezige stikstof in digestaatproducten wordt onder het statuut ‘dierlijke mest’ afgezet op Vlaamse landbouwgrond en nog eens 15 procent onder het statuut ‘andere mest’. Van het aanwezige fosfaat wordt uiteindelijk 19 procent afgezet op Vlaamse landbouwgrond. De overige nutriënten worden geëxporteerd of verwerkt via nitrificatie en/of denitrificatie en geven geen aanleiding tot het vergroten van het nutriëntenoverschot in Vlaanderen, wel integendeel, ze dragen net bij tot de afbouw ervan. 

Een soortgelijk beeld bij de vergelijking tussen enerzijds de aanvoer van nutriënten onder de vorm van mest naar co-vergistingsinstallaties en anderzijds de afzet van deze nutriënten naar Vlaamse landbouwgrond. In totaal wordt 7.389 ton stikstof aangevoerd onder het statuut dierlijke mest en wordt 1.320 ton afgezet op Vlaamse landbouwgrond. “De co-vergistingssector is met andere woorden een overduidelijke netto-verwerker van nutriënten”, zo klinkt het. Voor fosfaat hetzelfde verhaal: in 2016 werd 5.406 ton fosfaat aangevoerd naar Vlaamse co-vergistingsinstallaties waarvan uiteindelijk 1.398 ton wordt afgezet naar Vlaamse landbouwgrond.

“De afgelopen jaren hebben heel wat co-vergistingsinstallaties geïnvesteerd in een eigen biologische verwerkingsinstallatie (13 installaties) en/of een eigen drooginstallatie (16 installaties)”, aldus Biogas-E. “Daarnaast wordt het digestaat ook verwerkt bij derden. Het dient ook nog opgemerkt te worden dat verschillende installaties ook over gescheiden lijnen beschikken waardoor plantaardige en dierlijke inputstromen afzonderlijke vergist worden en het multiplicatoreffect dus niet optreedt.”

Meer info: TransBio

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via