nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

21.12.2017 Vernieuwing komt van jongere boer op groter bedrijf

Ongeveer de helft van de Vlaamse landbouwbedrijven heeft de voorbije twee jaar een kleine of grotere vernieuwing doorgevoerd in zijn bedrijfsvoering. Het percentage innoverende bedrijven is het hoogst in de tuinbouw (56%) en het laagst in de akkerbouw (37%). Bedrijven die de vlucht vooruit kiezen, hebben meestal een jongere bedrijfsleider en een grotere economische omvang. Dat leidt het Departement Landbouw en Visserij af uit een enquête bij 527 landbouwers die deelnemen aan het Landbouwmonitoringsnetwerk.

Om de innovatiegraad bij land- en tuinbouwbedrijven in kaart te brengen, informeerde de Vlaamse landbouwadministratie zich bij de boeren en tuinders die hun boekhouding delen met de overheid. Net zoals in 2007, 2012 en 2014 werd hen gevraagd welke innovaties zij de jongste twee jaar realiseerden. In de enquête is sprake van vier soorten innovaties: procesinnovaties, productinnovaties en vernieuwingen op vlak van verkoop en organisatie. Voor het goede begrip: vaak gaat het om eerder kleine vernieuwingen die enkel nieuw zijn voor het bedrijf in kwestie, maar niet voor de sector in zijn geheel.

Procesinnovaties zijn goed voor meer dan de helft (56%) van de verbeteringen. Het betreft bijvoorbeeld de aankoop van nieuwe en betere machines, de uitrusting van bedrijfsgebouwen, computersturing, automatisatie en precisietoepassingen. In één op de vijf gevallen is het de vermarkting die anders en vernieuwend wordt aangepakt, bijvoorbeeld door het zoeken van een nieuw afzetkanaal (hoeveverkoop, webshop, automaten), de ontwikkeling van nieuwe verpakkingen, de vernieuwing van de afspraken met de afnemer of de start van verbredingsactiviteiten op het bedrijf.

Van de beschreven innovaties heeft 16 procent betrekking op de bedrijfsorganisatie, bijvoorbeeld de aanwerving van extra arbeidskrachten, de instap van gezinsleden in het bedrijf, de verbetering van de arbeidsorganisatie of de aanpassing van de juridische structuur van het bedrijf. De resterende negen procent van de verbeteringen zijn productinnovaties: de keuze voor nieuwe of verbeterde cultivars en rassen, de ontwikkeling van een nieuwe verwerkingsactiviteit of de ontwikkeling van nieuwe producten (voornamelijk door tuinbouwbedrijven).

Een terugkerend gegeven is dat het vooral gaat om vrij bescheiden veranderingen binnen de huidige bedrijfsvoering. Bij de product- en procesinnovaties gaat het doorgaans om vernieuwingen die beschikbaar zijn op de markt. Slechts in een beperkt aantal gevallen gaat het om technologie of producten die zelf ontwikkeld werden en/of die tot een grote verschuiving in de bedrijfsvoering leiden. Toch zijn er ook bedrijfsleiders die ervoor kiezen om hun bedrijfsvoering werkelijk op zijn kop te zetten door een bedrijfstak af te stoten of toe te voegen, of om te schakelen naar biolandbouw.

Op bedrijven met een iets oudere bedrijfsleider wordt er minder vernieuwd. Slechts 35 procent van de 55-plussers meldt nog een innovatie op het eigen bedrijf. Wanneer de bedrijfsleider een diploma hoger of universitair onderwijs heeft, is de kans groot dat hij meer vernieuwingen doorvoerde de voorbije twee jaar dan lager opgeleide collega’s. Speelt ook een rol: de bedrijfsgrootte, weliswaar uitgedrukt in euro. Bedrijven die een innovatie doorvoerden, hebben gemiddeld een grotere standaard output dan bedrijven die dat niet deden: 541.000 tegenover 378.000 euro.

Het Departement Landbouw en Visserij besluit dat het aandeel innoverende bedrijven in land- en tuinbouw met 50 procent opnieuw hoog ligt. “Dat hoge cijfer wijst op een continu verbeteringsproces”, klinkt het. Nog volgens het Departement onderstrepen de resultaten de nood aan een divers palet van beleidsinstrumenten omwille van de verschillende noden van de bedrijven op het vlak van innovatie en vernieuwingen.

Via het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) kunnen boeren en tuinders 15 dan wel 30 procent subsidie krijgen voor meer en minder gangbare investeringen, en tot wel 40 procent van de investeringskosten recupereren als ze erg vernieuwend voor de dag komen en de overheid in hen een pionier ziet. Op dit moment lanceert minister Schauvliege een nieuwe oproep voor de innovatiesteun die een aanvulling is op de gewone investeringssteun. Daarvoor maakt ze 6,5 miljoen euro vrij. Meer info volgt nog.

Het rapport 'Innovatie in de Vlaamse land- en tuinbouw' vind je hier.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Loonwerk Defour

Volg VILT ook via