nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

03.07.2017 Vestigingssteun doeltreffender dan extra inkomenssteun

Tussen 2007 en 2020 geeft de Europese Unie 9,6 miljard euro subsidies aan jonge boeren en tuinders om de generatievernieuwing in de landbouw te bevorderen. Met inbegrip van de cofinanciering van de lidstaten voor de vestiging van jonge landbouwers gaat het zelfs om 18,3 miljard euro aan overheidssteun. Bij de Commissie en in de vier lidstaten die het meest uitgeven aan jonge landbouwers (Frankrijk, Spanje, Polen en Italië) ging de Europese Rekenkamer na of deze overheidssteun doeltreffend is. Het kan beter, blijkt uit het verslag van de auditoren, want vooral het extraatje aan inkomenssteun is weinig doelgericht.

Zowel het aantal landbouwers als het aantal jonge landbouwers daalt in de Europese Unie. Tussen 2005 en 2013 gaat het bijvoorbeeld om een daling van het aantal landbouwers jonger dan 44 jaar van 3,3 tot 2,3 miljoen. Via het Europees landbouwbeleid probeert men het tij te keren. Steun voor jonge landbouwers werd reeds in de jaren ’80 ingevoerd. In de periode 2007-2013 hebben bijna 200.000 jonge boeren en tuinders vestigingssteun gekregen. Meer dan 70 procent van de steun voor jonge boeren wordt in die vorm verstrekt. De overige 30 procent in de periode 2014-2020 ontvangen jongeren in de vorm van een extraatje bovenop hun inkomenssteun.

De Europese Rekenkamer heeft nagegaan of deze aanpak doeltreffend is in het licht van de broodnodige generatievernieuwing in land- en tuinbouw. Erg overtuigd lijken de auditoren niet, vooral omdat de Europese beleidsmakers vaag blijven over de verwachte resultaten en impact. “De steun moet doelgerichter worden toegewezen”, aldus de Rekenkamer. Die aanbeveling is pertinenter voor de top-up (+25%) aan inkomenssteun voor jonge boeren dan voor de vestigingssteun uit de tweede pijler van het landbouwbeleid. “De steun uit pijler 1 wordt verstrekt als een jaarlijkse betaling per hectare voor een bedrag en op een tijdstip waaruit geen andere specifieke behoefte blijkt dan in een aanvullend inkomen voorzien.”

Meer krediet krijgt de vestigingsmaatregel uit het plattelandsbeleid waarvan de doelstellingen “gedeeltelijk specifiek, meetbaar, haalbaar en relevant zijn”. De algemene doelstelling, namelijk generatievernieuwing bevorderen, komt erin tot uitdrukking. Bovendien wordt de steun verleend in een vorm (forfaitair bedrag of rentesubsidie op lening) die beter aansluit op de behoeften van jonge landbouwers. Ook is de Rekenkamer gecharmeerd door het feit dat de steun gericht wordt op beter gekwalificeerde landbouwers die een ondernemingsplan uitvoeren dat hen helpt om een levensvatbaar landbouwbedrijf uit te bouwen. Kanttekening die de auditoren daarbij plaatsen: “De ondernemingsplannen zijn van wisselende kwaliteit en in sommige gevallen pasten de nationale autoriteiten geen selectieprocedures toe om prioriteit te geven aan de beste projecten.”

In de vier gecontroleerde lidstaten doet men inspanningen om vestigingssteun aan jonge landbouwers en investeringssteun op elkaar af te stemmen zodat ze versterkend werken. Het auditrapport geeft het Italiaanse plattelandsbeleid als voorbeeld. Jonge landbouwers die zich willen vestigen worden aangemoedigd om samen met vestigingssteun ook investeringssteun aan te vragen. Tot 2013 kregen ze dan meer vestigingssteun, vanaf 2014 verhogen in dat geval hun selectiekansen. De helft van de aanvragers uit de regio Emilia-Romagna ontving beide steuntypes. Gemiddeld zetten deze jongeren grotere, productievere en meer winstgevende landbouwbedrijven op. Ook investeerden en innoveerden ze meer dan anderen. Op deze manier is het rendement van de overheidssteun dubbel zo groot als wanneer alleen vestigingssteun gegeven wordt aan een jongere.

Meer info: Europese Rekenkamer

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via