nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

15.04.2019 VIB krijgt alsnog vergunning voor CRISPR-maïsveldproef

De federale overheid heeft aan het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) een vergunning verleend voor een veldproef met maïsplanten die aangepast zijn met behulp van de CRISPR-techniek. Met deze goedkeuring kan VIB de in 2017 gestarte veldproef verder zetten, want het Europees Hof van Justitie besliste in juli 2018 dat aanpassingen aan planten die aangebracht zijn met behulp van de CRISPR-techniek onder de ggo-wetgeving moeten vallen. In de wetenschappelijke wereld is nochtans consensus dat CRISPR-mutanten op zijn minst zo veilig zijn als traditionele mutanten.

VIB startte in 2017 met een veldproef waarbij via de CRISPR-Cas-methode wijzigingen zijn aangebracht in het DNA van genen van maïsplanten die betrokken zijn bij het herstel van DNA-schade. Op die manier hopen de onderzoekers dat de schade in het DNA van de planten als gevolg van omgevingsstress zoals hitte, UV-straling, droogte, enz., zich gemakkelijker ophoopt. Zo kunnen deze planten fungeren als een soort van biosensor voor de gevolgen van omgevingsstress op het DNA.

“Het gaat dus om basisonderzoek naar de gevolgen van de voor planten steeds moeilijkere groeiomstandigheden veroorzaakt door de klimaatverandering”, legt Dirk Inzé, wetenschappelijk directeur van VIB-UGent-centrum voor Planten Systeembiologie, uit. Hij benadrukt dat de planten niet bedoeld zijn om verder te ontwikkelen. “Ze zullen nooit op de markt of in de voedselketen terechtkomen.” VIB werkt voor de CRISPR-maïsveldproef praktisch samen met ILVO, het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek.

Toen VIB met de veldproef van start ging, werd de CRISPR-Cas-techniek nog niet gezien als een ggo-techniek en kon het starten zonder vergunning. Maar in juli 2018 kwam er een uitspraak van het Europees Hof van Justitie de bepaalde dat mutaties die zijn aangebracht met behulp van CRISPR onder de bepalingen van de ggo-wetgeving vallen. “Nochtans gaat het in veel gevallen om het introduceren van kleine erfelijke variaties die ook spontaan in de natuur kunnen ontstaan of het gevolg zijn van traditionele veredelingsmethoden. In die gevallen zijn de CRISPR-mutanten ook niet te onderscheiden van hun klassieke evenknie”, stelt Inzé.

Waarom dan toch kiezen voor CRISPR in plaats van traditionele veredelingstechnieken? “Het voordeel van deze techniek is dat hij erg doelgericht en chirurgisch precies wijzigingen kan aanbrengen in gewassen. Zo kan de CRISPR-techniek helpen om planten te ontwikkelen die kunnen bijdragen tot het realiseren van belangrijke duurzaamheidsdoelstellingen, zoals het verkleinen van de milieu-impact van de landbouw, het bestand maken van planten tegen klimaatstress, het nog gezonder maken van ons voedsel en het beschermen van de biodiversiteit”, aldus VIB.

Het onderzoeksinstituut is blij met de toelating van de federale overheid, maar blijft het betreurenswaardig vinden dat de CRISPR-mutanten vergunningstechnisch anders worden behandeld dan niet te onderscheiden traditionele mutanten die niet onder de vergunningsplicht vallen.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: VIB

Volg VILT ook via