nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

24.11.2016 Vijf maatregelen verdelen crisissteun onder veehouders

In het ledenblad van Boerenbond dat op donderdag in de bus valt, schrijft voorzitter Sonja De Becker dat er in Vlaanderen nog steeds geen duidelijkheid is over de besteding van de Europese crisisenveloppe. Het gaat om een bedrag van 6,9 miljoen euro dat door Vlaams landbouwminister Joke Schauvliege verhoogd werd zodat in totaal 10 miljoen euro beschikbaar is voor de sectoren in nood. Toeval of niet, diezelfde dag deelt de minister mee dat na overleg met de landbouworganisaties beslist is om vijf maatregelen aan te melden bij de Europese Commissie. De verdeelsleutel zit vernuftiger in elkaar dan gewoon elke veehouder een paar honderd euro gunnen.

Vanwege de aanhoudende crisis in de dierlijke sectoren heeft Europees landbouwcommissaris Phil Hogan bij het begin van de zomer opnieuw centen vrijgemaakt voor een steunpakket. In totaal werd 500 miljoen euro uitgetrokken. Daarvan mogen de lidstaten 350 miljoen euro zelf aanwenden ten behoeve van hun veehouders. Nog eens 150 miljoen euro is bedoeld om de vrijwillige productievermindering in de melkveehouderij te financieren. Vlaanderen kon aanspraak maken op 6,9 miljoen euro uit het crisisbudget, maar minister Schauvliege zorgde voor een top-up. Dat bracht het totaal op 10 miljoen euro.

Na overleg met de landbouworganisaties besliste Joke Schauvliege om vijf maatregelen aan te melden bij de Europese Commissie. Een eerste steunmaatregel gebruikt het areaal blijvend grasland als basis voor de betaling. Melk- en vleesveehouders maar ook schapenhouders die beschikken over minimaal vijf hectare blijvend grasland zullen een betaling ontvangen van ongeveer 50 euro per hectare. De steun wordt afgetopt op een maximum van 30 hectare per bedrijf. In totaal wordt 64 procent van de steun besteed aan deze maatregel, waarvoor ongeveer 9.000 landbouwers in aanmerking komen.

Minister Schauvliege verklaart de keuze voor deze maatregel als volgt: “Landbouwers die blijvend grasland aanhouden voor hun dierlijke productie zorgen voor een duurzaam uitbatingsmodel waarbij de productie van melk, runds- of schapenvlees wordt gedragen door lokaal en eigen ruwvoeder. Tegelijk zorgt blijvend grasland voor het vastleggen en behoud van CO2 als organische koolstof in de bodem.”

Nog eens een vijfde van de steun belandt bij melkveehouders die reeds een IKM-certificaat hebben of voor het einde van het jaar instappen in dit kwaliteitssysteem. Gelet op het huidig aantal deelnemers aan IKM komt dit neer op een steunbedrag van 445 euro per bedrijf. Integrale Kwaliteitszorg Melk (IKM) is een vrijwillig kwaliteitsborgingssysteem waarin naast voedselveiligheid ook andere facetten van een duurzame landbouwproductie (dierengezondheid, dierenwelzijn, milieu, …) aan bod komen.

Tien procent van de steun wordt gereserveerd voor varkenshouders die deelnemen aan de antibioticaregistratie door Certus/Belpork. Het AB Register geeft zowel de varkenshouders als de dierenartsen inzicht in het antibioticagebruik per bedrijf en creëert een vergelijkingsbasis voor bedrijven onderling. De steun wordt toegekend aan varkenshouders die reeds deelnemen aan het AB Register en moedigt andere varkenshouders aan om nog voor de jaarwisseling in te stappen. Met het huidig aantal deelnemers aan het AB Register komt tien procent van 10 miljoen euro neer op een steunbedrag van 400 euro per bedrijf.

De vierde maatregel is bedoeld ter ondersteuning van de testwerking voor fokberen. Zeugen- en vleesvarkenshouders hebben behoefte aan een objectieve vergelijking van de genetica die ingezet kan worden op hun bedrijf. Deze vergelijking zal de varkenshouder in staat stellen om met kennis van zaken een goede berenkeuze te maken. Dit is een belangrijke maatregel om de Vlaamse varkenshouderij lange termijnperspectieven te bieden want de onafhankelijke testwerking creëert niet alleen een meerwaarde voor alle varkenshouders, maar voor de gehele productie- en verwerkingsketen. ILVO zal als onafhankelijke onderzoeksinstelling de testwerking coördineren. In de toekomst zal een toeslag geïnd worden op het niveau van de slacht, maar als overgangsmaatregel wordt voorzien in 180.000 euro voor de financiering van de testwerking in 2017.

De vijfde en laatste maatregel doet beroep op de inventiviteit van de sector om met voorstellen te komen om de economische duurzaamheid van landbouwbedrijven te verbeteren en bij te dragen aan marktstabilisatie. De maatregel wordt aangeduid als ‘EIP’, verwijzend naar de Europese innovatiepartnerschappen. Bedoeling is dat landbouwers, adviseurs, onderzoekers, ondernemers, retailers en/of andere actoren zich rond een bepaald vraagstuk organiseren in een zogenaamde operationele groep. Samen werken ze aan concrete innovaties.

De betrokkenheid van land- en tuinbouwers bij een operationele groep heeft als voordeel dat onderzoeksvragen meer op basis van de praktijk bepaald worden, dat er meer interactie is tussen landbouwers onderling en dat onderzoekers leren hoe hun resultaten in de praktijk gebruikt worden. Op die manier komen innovaties sneller tot stand en verspreiden innovatieve oplossingen zich sneller in de praktijk. Voor deze maatregel wordt 300.000 euro uitgetrokken, met een maximum van 30.000 euro per operationele groep.

Deze vijf maatregelen vormen samen de lang bediscussieerde verdeelsleutel van de Europese crisissteun. Minister Schauvliege zegt dat het niet uitsluitend bedoeld is als hulp in moeilijke tijden. “Door de aard van de maatregelen wil ik het signaal geven dat milieu, klimaat, kwaliteit en innovatie belangrijke onderdelen zijn van de Vlaamse landbouw.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via