nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

13.11.2018 Viskweker is de gedroomde buur voor tuinder

Aquacultuur is in Vlaanderen een jonge en vooralsnog zeer kleine sector. Het merendeel (90%) van de Vlaamse vis wordt wild gevangen. Bovendien importeert Vlaanderen 93 procent van de geconsumeerde vis. Hoewel de landen met een hoge visproductie voor export hun systemen verduurzamen, staan deze momenteel nog lang niet op punt. Twee Vlaamse onderzoekspartners (KU Leuven en Inagro) zien opportuniteiten in land-based aquacultuur. In het kader van een haalbaarheidsstudie gaan zij op zoek naar geschikte vestigingsplaatsen voor viskwekerijen – bijvoorbeeld naast een glastuinbouwbedrijf of biogasinstallatie gelet op de daar aanwezige interessante reststromen – , en naar investeerders voor de business cases die na onderzoek haalbaar lijken.

In 2050 zullen er naar verwachting meer dan 9 miljard mensen zijn. De vraag naar voedsel zal evenredig stijgen, samen met de nood om vervuiling en klimaatverandering tegen te gaan. Dit vergt maatregelen om meer voedsel te produceren op een duurzame manier. Aquacultuur komt hierdoor in beeld. Per kilogram geproduceerde vis ogen zowel het voeder- als het waterverbruik gunstig. In tegenstelling tot wildvangst of aquacultuur op zee vormt land-based aquacultuur – indien goed uitgevoerd – geen bedreiging voor het natuurlijk ecosysteem van de rivieren of de zeeën.

Aquacultuur op zee en op land zijn pionierswerk in Vlaanderen. Daar zijn succesvolle voorbeelden van, zoals de omegabaars van Aqua4C in Kruishoutem, maar de geproduceerde volumes vis blijven bescheiden. Daar willen KU Leuven en Inagro wat aan doen door de mogelijkheden te bestuderen voor land-based aquacultuur in Vlaanderen. Zo’n viskwekerij zou je overal kunnen inplanten waar de wetgeving inzake ruimtelijke ordening dat toelaat. Efficiënter is om als viskweker aansluiting te zoeken bij bestaande bedrijven. Hun reststromen kunnen opgewaardeerd worden tot grondstoffen voor de viskweek. “Denk bijvoorbeeld aan koelwater dat voor een viskweker twee vliegen in één klap is, namelijk water én warmte”, verduidelijkt Janne Tjampens, projectmanager aquacultuur aan KU Leuven. “Ook elektriciteit en een plek om te bouwen, kunnen goedkoper zijn wanneer de kwekerij zich vestigt op of naast een bestaande bedrijfssite.”

Een mooi voorbeeld daarvan is Aqua4C in Kruishoutem. De kwekerij vestigde zich op glastuinbouwzone Stokstorm, naast een tomatenteler. Ondanks de grote behoefte aan water en stroom is het bedrijf niet aangesloten op het net. Het water waar de omegabaars in leeft, is het regenwater dat valt op de tomatenserres. Ook elektriciteit (van zonnepanelen) en warmte (afkomstig van een WKK) komen van dezelfde buren. De bedrijfsleider van Aqua4C is Stijn Van Hoestenberghe, die zijn doctoraat over viskweek aan de KU Leuven in de praktijk kon omzetten nadat hij investeerders vond die geloofden in zijn project. Door de recente kapitaalinjectie van de Limburgse familie Vandersanden, makers van bakstenen voor de bouwsector, kan Aqua4C de productie fors opdrijven. Omegabaars ligt al in de vistoog van onder meer Albert Heijn en Spar en met Carrefour kwamen daar in oktober in één klap 300 verkooppunten bij.

Bekijk ook de reportage die VILT TeeVee maakte over aquacultuur

Als het van KU Leuven en Inagro afhangt, dan komen er naar dat voorbeeld nog heel wat viskwekerijen bij in Vlaanderen. “Daarom voeren we een haalbaarheidsstudie uit die focust op de inplanting van nieuwe viskwekerijen op plaatsen waar ze reststromen uit de glastuinbouw of de industrie optimaal kunnen benutten”, vervolgt Tjampens. “Bovendien ondersteunen we zo de stijgende vraag naar duurzame vis uit aquacultuur en verkleinen we de afhankelijkheid van import voor visconsumptie in eigen land.”

De onderzoekster identificeert momenteel de geschikte locaties in Vlaanderen. “Glastuinbouwbedrijven met een dakoppervlak van zes hectare of groter zijn heel interessant om de koppeling met aquacultuur te realiseren. De viskweker gebruikt het regenwater dat op de serres valt en stuurt het vervolgens in opgewaardeerde vorm terug, namelijk als nutriëntenrijk water dat de tuinder meststoffen uitspaart. De benodigde hoeveelheid elektriciteit en warmte is beperkt zodat de opbrengst van een WKK gedeeld kan worden. Het vaste afval uit de waterbassins kan de tuinder als meststof gebruiken, of het kan afgevoerd worden naar een biogasinstallatie.”

“Een heleboel tuinders en uitbaters van biogasinstallaties lieten hun interesse in de koppeling met aquacultuur al blijken”, zegt Janne Tjampens. “We zijn op zoek naar nog meer geïnteresseerden om alle potentiële vestigingsplaatsen in beeld te krijgen. Ook doen we een oproep aan het bedrijfsleven in onze zoektocht naar investeerders, en aan overheden en andere organisaties om samen de subsidiemogelijkheden voor een vernieuwend aquacultuurproject te bekijken.”

Haalbaarheid Landbased aquaculture in Vlaanderen, kortweg het HaLAVla-project, is een studie uitgevoerd door KU Leuven met medewerking van Inagro, en gesteund door het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV) en het Financieringsinstrument voor de Vlaamse Visserij- en Aquacultuursector (FIVA). Wie interesse heeft en meer wil weten over het project kan contact zoeken met KU Leuven via

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Inagro

Volg VILT ook via