nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

18.12.2018 Visserijrapport is gedegen en breed gedragen werkstuk

Samen met het Landbouwrapport (LARA) is het Visserijrapport (VIRA) uitgegroeid tot een tweejaarlijkse traditie. Als Vlaams infocentrum land- en tuinbouw verdiepen we ons normaliter in het LARA en krijgt VIRA niet de aandacht die het verdient. Opdat al die waardevolle informatie over de Vlaamse visserij en aquacultuur niet door de mazen van het net zou glippen, verkennen we in dit artikel het Visserijrapport. Dat start bij een beschrijving van de sector en de uitdagingen waarmee de visserij geconfronteerd wordt: economische leefbaarheid, de generatiewissel, ecologische duurzaamheid, samenwerking in de keten, klimaatverandering, … Zie je de gelijkenissen met landbouw?

Het nieuwe Visserijrapport heeft de verdienste om de uitdagingen anno 2018 in kaart te brengen en in perspectief te plaatsen, rekening houdend met de internationale context. Wat zijn de sterktes, zwaktes, opportuniteiten en bedreigingen voor de visserij en de aquacultuur? “Dit rapport bevat een SWOT-analyse, die een goed beeld geeft van wat er leeft in de sector en een mooie aanvulling vormt bij de sectorbeschrijving”, prijst Patricia De Clercq, secretaris-generaal van het Departement Landbouw en Visserij.

De Vlaamse visserij is een gemengde visserij en bevist dus meerdere bestanden tegelijk. Pladijs en tong nemen in 2017 respectievelijk 34 en 10 procent van het aangevoerde visvolume voor hun rekening. Inktvis en rode poon volgen op afstand met een aandeel van elk ongeveer 6 procent. In de top tien staan voorts rog, langoustines, sint-jakobsschelp, garnaal, kabeljauw en hondshaai. Tong staat garant voor 28 procentvan de waardecreatie. In 2011 was dat nog 47 procent. Het aandeel van pladijs is in dezelfde periode gestegen van 11 naar 17 procent. Langoustines, inktvis, zeeduivel, tarbot, garnalen, tongschar, rog en sint-jakobsschelp vervolledigen de top tien.

De totale aanvoer van de commerciële Vlaamse zeevisserij bedroeg vorig jaar 22.142 ton. De visveiling in Zeebrugge is de onbetwistbare nummer één met 10.718 ton. Oostende klokt af op 5.706 ton. Nieuwpoort is een kleinere speler met 304 ton, vooral garnalen. De Vlaamse Visveiling exploiteert de twee grote veilingen. In Nederland liggen de voornaamste buitenlandse havens voor onze vloot. De totale aanvoerwaarde van onze visserij klokt af op 88,2 miljoen euro.

De Vlaamse vissersvloot is zowel actief in de eigen zeegebieden als in de EU-wateren, waarvan de Noordzee, het Oostelijk Kanaal, het Bristol-Kanaal, de Keltische Zee en de Golf van Gascogne het belangrijkste zijn. De vloot heeft ook historische rechten in de Noorse wateren. België heeft een quotum voor 64 visbestanden. In 15 jaar tijd is de Vlaamse vissersvloot bijna gehalveerd. Eind 2017 bestond de vloot nog uit 71 commerciële vaartuigen, waarvan 33 grote boten en 38 kleine. 55 van de 71 vaartuigen zijn 20 jaar of ouder.

Beter gesteld is het met de gemiddelde leeftijd van de zeevissers. In vergelijking met de gemiddeld 54 jaar oude landbouwers zijn zij jong: 38 jaar. Volgens het sociaal secretariaat Besox telt de visserijsector 382 erkende zeevissers. Het gevaar van het beroep blijkt uit het aantal arbeidsongevallen. Het aantal geregistreerde ongevallen schommelt sinds 2012 tussen de 30 en 40 per jaar. In 2013, 2015 en 2016 vielen er respectievelijk 1, 4 en 2 dodelijke slachtoffers te betreuren. Naast hun eigen veiligheid hebben vissers nog andere zorgen: de jonge generatie voelt nog weinig voor het beroep en sinds 2000 is het aantal boten gedaald met bijna de helft. Behalve met het ontbreken van een geschikte opvolger binnen de rederijen heeft de jaarlijkse krimp ook te maken met de hoge exploitatiekosten.

Op de andere uitdagingen voor de Vlaamse visserij, die verrassend gelijklopend zijn met de problemen waarmee de land- en tuinbouw worstelt, gaan we in een volgend artikel dieper in. De hele lijst uitdagingen lijkt één op één geknipt uit het Landbouwrapport en geplakt in het Visserijrapport: economische leefbaarheid, instroom in de sector, ecologische duurzaamheid, ruimte (om te vissen), innovatie, Brexit, samenwerking in de keten, consumptie van lokale – in dit geval vis, klimaatverandering en, tot slot toch één afwijkende uitdaging, de ontwikkeling van een volwaardige aquacultuursector.

Meer info: Visserijrapport 2018

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Departement Landbouw en Visserij

Volg VILT ook via