nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

Compost
06.03.2017  Vlaams-Brabant ontdekte 20 jaar geleden het 'zwarte goud'

Het Van Dale Groot woordenboek definieert ‘visionair’ als het vermogen om te voorzien wat er in de toekomst zal gebeuren. Twintig jaar geleden heeft de dienst Landbouw van de provincie Vlaams-Brabant goed aangevoeld dat compost van bijzonder nut kan zijn voor landbouwers. Gaat de bodemvruchtbaarheid achteruit? Laat neerslag in de zomer wekenlang op zich wachten? Kijkt iedereen naar landbouw voor het sluiten van kringlopen? De oplossing is steeds dezelfde en luistert naar de naam compost. Op een akker in Boutersem komen alle voordelen aan het licht omdat er jaar na jaar compost wordt toegediend op dezelfde proefveldjes. Het zwarte goedje is op zijn best wanneer het de tijd krijgt om de bodem meer weerbaar te maken. Bij de Bodemkundige Dienst van België (BDB) leren we wat dat is, een ‘weerbare bodem’. Biologische kringloopspecialist Vlaco ontpopt zich tot een hevig pleitbezorger voor compost, en met Vlaams-Brabants gedeputeerde Monique Swinnen brengen we een bezoek aan de compostproef.

In 2013 maakte de provincie Vlaams-Brabant samen met de Bodemkundige Dienst van België (BDB) een brochure over het gebruik van compost in de landbouw. Gedeputeerde voor Landbouw Monique Swinnen schreef destijds het voorwoord en verwees daarbij naar de compostproef in Boutersem. Die ligt er vandaag nog steeds en viert ondertussen zijn 20ste verjaardag. De provincie loopt hoog op met de langdurige veldproef: enerzijds omdat bodemonderzoekers er belangrijke ontdekkingen blijven doen, en anderzijds omdat het gebruik van compost in de landbouw een duwtje in de rug nodig heeft. Boeren en tuinders kennen de voordelen, maar gaan toch niet massaal overstag. Waarom niet, daar komen we nog uitgebreid op terug.

De interesse is er alleszins want de brochure ‘Aan de slag met compost’ werd honderden keren gedownload en gedrukt in 2.000 exemplaren die inmiddels allemaal de deur uit zijn. Met de verkoop van compost aan landbouwers loopt het in de praktijk zo’n vaart niet. Vorig jaar heeft Ecowerf 6.000 ton gft-compost afgezet op Vlaamse landbouwgrond. Voor het jaar 2015 zijn bij Vlaco de cijfers beschikbaar van alle composteerders, groot en klein, die zich laten certificeren. Toen werd in Vlaanderen ongeveer 360.000 ton gecertificeerde Vlaco-compost geproduceerd, verdeeld over 82.500 ton gft-compost en 277.500 ton groencompost.

compost4_Ecowerf.jpg

De afzetkanalen zijn divers. Grote hoeveelheden hoogkwalitatieve compost gaan naar potgrondfabrikanten. In klein- en bulkverpakking (bigbag, vrac) wordt compost aangeboden aan particulieren. Ook de tuinaanleg is een belangrijke afnemer. Van het totale volume gaat ongeveer 13 procent naar de Vlaamse land- en tuinbouw. Dat is weinig als je vergelijkt met buurlanden Duitsland en Nederland, waar de sector met voorsprong de grootste afnemer is van compost. Zeggen we er wel meteen bij dat compost niet binnen de scope valt (viel, want de Europese Commissie tikte hen op de vingers) van de Duitse mestwetgeving, waarmee de verklaring al voor een groot deel gegeven is.

Compostproef vond zijn thuis in Boutersem
Net zoals de meeste andere Vlaamse landbouwers zijn Luc en zoon Bastiaan Dehertog zich bewust van de voordelen van compost. Het kan ook moeilijk anders want de compostproef wordt onder hun neus uitgevoerd. Al 20 jaar gebruikt de Bodemkundige Dienst daarvoor een perceel in Boutersem van het akkerbouw- en varkensbedrijf van de familie Dehertog. Op 48 kleine proefveldjes te midden van de akker wordt bij herhaling compost aangebracht in verschillende doseringen en met een verschillende frequentie. Eén-, twee- of driejaarlijkse giften van 5 of 10 tot wel 30 en 45 ton compost worden vergeleken met een braakliggend niet bemest veldje en met een object dat al twee decennia lang enkel kunstmest toegediend krijgt.

compostproef.Swinnen.Dehertog.geVILT.jpg

“Vooral in suikerbieten en wortelen zien we de verschillen tussen de proefveldjes die telkens een paar vierkante meter groot zijn”, zeggen Luc en Bastiaan Dehertog. Bastiaan toont ons de weg naar het veld in Boutersem. Niet lang nadat we daar aangekomen zijn, rijdt een tractor met aanhangwagen voorbij. “Een collega die ’s winters houtsnippers naar zijn akkers voert om de bodemvruchtbaarheid op te krikken”, vertelt Bastiaan. Door de toediening van houtsnippers breng je veel effectieve organische koolstof aan, dat staat vast. Minder gunstig in vergelijking met compost, is dat er een bepaalde hoeveelheid stikstof aan de bodem onttrokken wordt voor het verteren van de houtsnippers.

Lees ook: Groeit compostgebruik uit tot goede landbouwpraktijk?

Ook Bastiaan Dehertog kijkt zorgelijk wanneer het over het organische stofgehalte van zijn percelen gaat. De fosfor die aanwezig is in compost laat het niet toe, anders zouden zijn akkers bij wijze van spreken zwart zien van de compost. Hetgeen Bastiaan tegenhoudt, is ook voor duizenden andere landbouwers het grote obstakel. Compost is in de eerste plaats een bodemverbeteraar maar tezelfdertijd ook een meststof door de aanwezigheid van stikstof en fosfor. De Mestbank houdt er dus rekening mee bij het berekenen van de mestbalans. Op veel Vlaamse boerderijen werkt de fosfor in meststoffen en bodemverbeteraars limiterend omdat er op het eigen areaal reeds (varkens)mest afgezet wordt die rijk is aan fosfor. Heel wat landbouwers dienen ook rekening te houden met een hoge bodemvoorraad fosfaat op hun percelen als gevolg van een ‘rijke bemestingsgeschiedenis’.

Meer na- dan voordelen aan nutriënten in compost
Bij Vlaco, de vzw die zowel overheden (OVAM en intercommunales) verenigt als bedrijven die organisch-biologisch afval verwerken, kennen ze het probleem dat mestbalans heet. Kwaliteitsverantwoordelijke Wim Vanden Auweele start met te zeggen dat compost vandaag reeds positief gediscrimineerd wordt in het Mestdecreet. “Een landbouwer kan bemesten volgens het percentage werkzame stikstof dat voor compost is vastgelegd op 15 procent. Van groencompost met een stikstofinhoud van 7 kilo per ton komt slechts 1,05 kilo stikstof vrij in het jaar van toepassing. Voor de meer problematische fosfor geldt een vrijstelling van 50 procent wanneer het gecertificeerde gft- of groencompost betreft. Bij toepassing van compost moet slechts de helft van de fosfor meegeteld worden in de bedrijfsbalans, en dit voor een bodem van eender welke fosfaatbeschikbaarheidsklasse.” Voor boerderijcompost geldt de vrijstelling enkel voor gronden in fosfaatklassen 1 en 2.

Hoewel de Vlaamse mestactieplannen voortvloeien uit de Nitraatrichtlijn verdringt fosfor stilaan stikstof als grootste zorgenkind. Dit nutriënt is weinig mobiel in de bodem en spoelt dus niet uit zoals stikstof. Daardoor wordt de landbouwsector tot op de dag van vandaag achtervolgd door de grote giften (varkens)mest die voor de jaren ’90 gebruikelijk waren. De Mestbank hanteert het tegenstelbaar vermoeden dat alle Vlaamse landbouwpercelen thuishoren in fosfaatklasse 4, wat bijvoorbeeld voor maïs de bemestingsnorm doet dalen van 70 (klasse 3) naar 55 kilo fosfaat per hectare. Alleen op percelen in klasse 1 mag meer fosfaat opgebracht worden dan de plant kan benutten. De overheersende strategie is dus fosfaat ‘uitmijnen’ door landbouwgewassen te verplichten om de bodemvoorraad aan te spreken.

composthoop.jpg

In die context is het bijzonder moeilijk voor compost – die per ton 3 kilo fosfor (of 1,5 kg in geval van groencompost) aan de bodem toevoegt en 50 procent daarvan bijschrijft op de mestbalans – om breed ingang te vinden als bodemverbeteraar op landbouwpercelen. Behalve de fosfor speelt ook het financiële aspect in het nadeel van compost. Akkerbouwers knappen niet af op de paar euro’s per ton (vier euro, zo laat Ecowerf weten) die compost kost. Vroeg in het voorjaar zijn ze echter al bezweken voor het aanbod van de loonwerker om gratis drijfmest uit te rijden. En vol is nu eenmaal vol als het over de mestbalans gaat. In de streek van Boutersem, waar veel akkerbouwers actief zijn, wordt geld toegestoken aan boeren die drijfmest kunnen ontvangen in een eigen opslag. Zo wordt het wel heel verleidelijk om drijfmest te verkiezen boven de lange-termijn-winst met compost.

Langdurige veldproef met compost is unicum
In de biolandbouw, de teelt van meerjarige gewassen (fruitplantages, boomkwekerij) en de tuinaanleg is het gebruik van compost beter ingeburgerd dan bij akkerbouwers. Ook in regio’s met weinig veebedrijven krijgt compost sneller voet aan grond. De grote doorbraak blijft voorlopig uit, maar het inzicht in de voordelen van compost blijft wel groeien. De langdurige veldproef in Boutersem draagt daar in belangrijke mate toe bij. Gedeputeerde voor Landbouw Monique Swinnen bepleit daarom jaar na jaar de financiering van de compostproef door de provincie Vlaams-Brabant.

Swinnen: “Als we een circulaire economie willen realiseren in Vlaanderen, dan moeten we voorrang geven aan (stal)mest en compost in plaats van landbouwers te verplichten om minerale meststoffen te gebruiken.” Ook de klimaatverandering en de zorgen om bodemkwaliteit maken de compostproef anno 2017 minstens zo relevant als 20 jaar geleden. Swinnen ziet dus genoeg redenen om een verlengstuk te breien aan het financieel engagement van de provincie Vlaams-Brabant. Ook Vlaco doet ieder jaar zijn duit in het zakje terwijl Ecowerf een bijdrage levert in de vorm van compost.

Lees ook: Wat kan beleid doen opdat boeren compost omarmen?

“In het buitenland benijdt men ons voor een veldproef van zo lange duur”, reageert Wim Vanden Auweele van Vlaco. Ook Annemie Elsen van de onderzoeksafdeling van BDB pikt in op de historiek van de compostproef: “Twintig jaar geleden was compost niet zo bekend zodat het heel vooruitziend was van de provinciale dienst Landbouw om de bemestingswaarde en het lange-termijn-effect op de bodem te laten onderzoeken.” We vragen haar om een korte selectie te maken uit alle kennis die in twee decennia is opgebouwd.

compostproef.geVILT.jpg

Elsen: “De werkingscoëfficiënt van 15 procent voor stikstof is gebaseerd op het onderzoek in de beginjaren naar het bemestingseffect. Driejaarlijks hebben we ook regenwormen geteld in de compostproef om vast te stellen dat deze nuttige diertjes talrijker voorkomen bij toediening van compost.” Aan de kwaliteiten als bodemverbeteraar wordt al lang niet meer getwijfeld maar de kennisopbouw duurt voort. Elsen verwijst naar doctoraatsonderzoek in samenwerking met BDB omtrent het effect van de frequentie van toediening: “Op het eerste gezicht heeft één keer om de drie jaar 45 ton compost toedienen hetzelfde effect als drie keer na elkaar 15 ton. Bij nader inzien zorgt een jaarlijkse compostgift voor een meer evenwichtige opbouw van de organische koolstof. Het wordt in de bodem in een meer stabiele vorm opgeslagen.”

Zeven decennia bodemvruchtbaarheid
Met twee recente publicaties van de Bodemkundige Dienst onderstreept Elsen het belang van bodemvruchtbaarheid. Voor het boek ‘Zeven decennia bodemvruchtbaarheid in België’ werd het archief binnenstebuiten gekeerd. Dat bevat een schat aan informatie want de eerste bodemstalen dateren van kort na de Tweede Wereldoorlog. Van bij het ontstaan van de Bodemkundige Dienst in 1946 hamert de organisatie op het belang van het organische stofgehalte van de bodem. Na de oorlog was het daar heel pover mee gesteld want boeren hadden tijdens de Duitse bezetting weinig dieren en dus weinig stalmest beschikbaar. Men had geen andere keuze dan gronden intensief uitbaten. Scheikundige meststoffen hielpen daarbij.

De geschiedenis lijkt zich te herhalen want halverwege de jaren 2000 had meer dan de helft van de Vlaamse landbouwpercelen een te laag koolstofgehalte. Humusrijke akkers werden stilaan een zeldzaamheid. In 2008-2011 was er een verbetering merkbaar met een duidelijke afname van de percelen in de klassen met een zeer laag (3,9% van de akkerbouwstalen) en laag (11%) koolstofgehalte en met de helft van de percelen in de streefzone. BDB schrijft de recente positieve evolutie van het organische koolstofgehalte toe aan de responsabilisering van landbouwers en het ingang vinden van maatregelen zoals nateelt van groenbedekkers. Boeren zijn ook gestopt met steeds dieper te ploegen en ze telen meer korrelmaïs dan vroeger, wat door de oogstresten die achterblijven gunstig uitpakt.

akker.geploegd_geVILT.jpg

Volgens de meest recente cijfers (2012-2015) houdt de bodemvruchtbaarheid moeizaam stand. Het koolstofgehalte wordt op 43 procent van de akkerbouwpercelen als voldoende beoordeeld. Tel je daar de percelen met een koolstofgehalte boven de streefzone bij op, dan kom je aan 53 procent van de akkers met een goede koolstofvoorziening. Bij de bodemstalen van weilanden zit 45 procent binnen of boven de streefzone. Omgekeerd laat de bodemvruchtbaarheid dus te wensen over op 47 procent van de akkers en 56 procent van de weilanden. “Zeker op akkerbouwpercelen heeft dit gevolgen voor de bodemkwaliteit”, citeert Annemie Elsen uit het boek dat alle recente bodemanalyses overzichtelijk bundelt. Ze somt de risico’s op: dichtslaan van de bodem, erosie en een slechtere waterhuishouding.

Waarom compost zo hard nodig is
De voordelen van compost kan je daar pal tegenover zetten: een betere bodemstructuur, een grotere infiltratiecapaciteit voor het regenwater dankzij de betere kruimelstructuur en vele wormgangen, en een verbetering van het vochtleverend vermogen van de bodem in perioden van droogte. Na jarenlange toediening van compost spoelt de bovenlaag van een hellend perceel minder snel weg bij hevige regenval. Op een vlak perceel zal de bodem niet zo gauw dichtslaan na een regenbui. Akkerbouwers kennen dit fenomeen als ‘verslemping’ en zijn er vooral kort na de aanleg van het zaaibed voor bevreesd. Elsen: “In september plannen we samen met de provincie Vlaams-Brabant en Vlaco een evenement op het proefveld in Boutersem. Wat we dan ongetwijfeld zullen doen, is een zogenaamde profielput graven in de bodem. Landbouwers kunnen dan zelf vaststellen dat de bodem donkerder kleurt op de compostveldjes en er meer wormgangen aanwezig zijn.”

De meerwaarde op vlak van bodemvruchtbaarheid, verlagen van de erosiegevoeligheid en verhoogde opslagcapaciteit van water in de bodem zijn moeilijk in euro’s uit te drukken. Vlaco maakte toch de oefening op basis van de resultaten in Boutersem omdat dit sensibiliserend kan werken. “We komen op een waarde van ongeveer 55 euro per ton groencompost en 65 euro per ton gft-compost. Dit is veel hoger dan de compostprijs. Zo maken we landbouwers duidelijk dat compost zeker zijn geld waard is”, besluit Wim Vanden Auweele.

Meer weten over compost? Bezoek de Vlaco-website, download de brochure ‘Aan de slag met compost’ of breng op 19 september een bezoek aan het ‘compostevent’ dat de provincie Vlaams-Brabant in Boutersem organiseert.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: VILT / Ecowerf

Volg VILT ook via