nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

10.07.2017 Vlaams soja-areaal zal samen met de teeltkennis groeien

De meeste landbouwgewassen hebben geleden onder de droogte, niet de soja want die staat er prachtig bij op Vlaamse velden. Soja, in Vlaanderen? Een vijftal akkerbouwers experimenteren met de teelt, niet op eigen houtje maar op vraag van afnemer Alpro en in nauw contact met toeleverancier AVEVE. De goesting is bij iedereen groot om van sojateelt een succes te maken. “Als ik het gewas nu zie staan op het veld, heb ik er een goed oog in”, zegt akkerbouwer Jimmy De Prins uit Grimbergen. Hij rekent op de teeltbegeleiding door Sanac (groep AVEVE), de wetenschappelijke ondersteuning door ILVO en de sojaprijs inclusief premie van Alpro om het sojaverhaal te doen lukken, ook financieel.

Achter de schermen is de voorbije vier jaar onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden van sojateelt in Vlaanderen. De resultaten zijn beter dan verwacht zodat ILVO, trekker van het IWT-project, uitpakt met de eerste teeltervaringen. Die beperken zich niet tot kleine proefveldjes want dankzij vijf pioniers groeit er dit jaar 25 hectare soja tussen de velden met granen, maïs, aardappelen en andere gewassen die meer vertrouwd aandoen op het platteland. De pers werd eind juni uitgenodigd op de productiesite zaaizaden van AVEVE in Landen (Vlaams-Brabant) om kennis te nemen van de succesvolle samenwerking die aan de basis ligt van de eerste Vlaamse soja.

AVEVE slaat de handen in elkaar met Alpro zodat de vijf pioniers zich niet alleen verzekerd weten van zaaizaad en teeltbegeleiding maar ook van een afzetkanaal. Bij Alpro kijken ze er naar uit om in hun fabriek in Wevelgem lokaal geteelde soja te kunnen verwerken tot plantaardige voeding. “We vertrekken van noten, haver en rijst maar soja blijft ons basisproduct en onze eerste liefde”, vertelt Greet Vanderheyden, duurzaamheidsmanager bij Alpro. De Europese marktleider in plantaardige voeding kiest voor niet genetisch gemodificeerde sojabonen en koopt de helft daarvan reeds aan in Europa: Frankrijk, Italië, Oostenrijk en Nederland. Vlaanderen mag nu aan dat lijstje toegevoegd worden want het is de bedoeling om het soja-areaal verder op te schalen.

Daarbij zal niet overhaast te werk worden gegaan want een nieuwe teelt komt best binnen langs de grote poort. Een gebrek aan kennis zou van landbouwers die een teeltmislukking ervaren de grootste tegenstanders maken, weet Geert Rombouts, voorlichter bij het Departement Landbouw en Visserij. Het soja-areaal beetje bij beetje opdrijven, is ook de aanpak die AVEVE voor ogen heeft. “We geloven in sojateelt maar bekijken het op lange en niet op korte termijn. We willen kennis opbouwen het areaal langzaam opschalen. Dat laat ons toe om in de beginfase alle praktijkpercelen van kortbij op te volgen en de telers bij te staan. Voor een nieuwe teelt als soja is dat ontzettend belangrijk. Alle projectpartners zijn het er over eens dat dit de beste aanpak is”, vertelt Dieter Peeters, verkoopmanager bij AVEVE Land- en tuinbouw.

Voor het perfectioneren van de teelttechniek wordt op landbouwonderzoeksinstituut ILVO gerekend. “Sinds 2012 leggen we proefvelden met soja aan”, vertelt Johan Van Waes, wetenschappelijk directeur van ILVO eenheid Plant. Alleen zeer vroeg rijpende rassen zijn geschikt in onze contreien. Naast het screenen van reeds bestaande Nederlandse en Deense sojavariëteiten is ILVO ook gestart met een eigen veredelingsprogramma dat vanaf 2020 vruchten (lees: vroeg afrijpende variëteiten) moet afwerpen. AVEVE informeert op zijn beurt bij de zaadfirma’s waarmee het nauwe commerciële contacten onderhoudt naar de ervaringen met bepaalde sojavariëteiten. In Landen zijn dit seizoen de rassen Sultana en Shouna gezaaid, die het meest geschikt lijken wat betreft vroegrijpheid en eiwitgehalte. Dieter Peeters verwacht zeker nog nieuwkomers in het rassengamma.

Van Waes legt uit welke teeltaspecten onderzocht worden: “Behalve vroegrijpheid is dat bijvoorbeeld ook ziektegevoeligheid en gewasbescherming. Laat zaaien is nodig vanwege het risico op vorstschade. Dat schept de mogelijkheid om een vals zaaibed aan te leggen en het onkruid te bestrijden met minder herbiciden, wat naar duurzaamheid van de teelt toe een belangrijk punt is.” Door het korte groeiseizoen (mei-september/oktober) kan er maar drie ton soja per hectare geoogst worden, aan een vochtgehalte van rond de 20 procent zodat drogen noodzakelijk is. Zowel qua rassengenetica als qua teelttechniek ziet de ILVO-onderzoeker nog marge voor een opbrengstverhoging. In een volgend project zal ILVO inzoomen op een hoge eiwitopbrengst en het beperken van vorst- en vogelschade.

De wetenschapper verwijst naar de teeltgids die tot stand is gekomen na het IWT-project. Daarin wordt ook het enten van de zaden beschreven, de aandachtspunten bij zaai (tijdstip, diepte, rijafstand), bemesting, teeltrotatie, oogst, enz. Geïnteresseerden kunnen de teeltgids bekomen bij ILVO. In de brochure is ook kennis verwerkt uit onderzoek in de ons omringende landen, vooral Nederland waar veevoederspecialist Agrifirm en Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO) hun schouders onder de teelt hebben gezet.

Gelet op de terugval die het Nederlandse soja-areaal kende na een snelle introductie wil men in Vlaanderen niet dezelfde fout maken. Toch zullen Vlaamse landbouwers nog dit jaar geënthousiasmeerd worden voor de teelt. Zij kunnen aan het eind van de zomer een kijkje komen nemen op één van de vier demonstratieplatforms in Beitem (Inagro), Merelbeke (ILVO), Geel (KU Leuven-Technologiecampus Geel) of Landen (AVEVE).

Jimmy De Prins heeft daarop niet gewacht want hij is één van de vijf akkerbouwers die dit seizoen pioniert met soja. De klassieke akkerbouwteelten heeft hij goed in de vingers zodat hij blij is met de extra opportuniteit voor teeltrotatie. Veel belang hecht De Prins aan de verkoopgarantie, en de premie die Alpro bovenop de gangbare sojaprijs doet zodat de teelt ook bij een opbrengst van slechts drie ton kan concurreren met het saldo van tarweteelt. Qua bruto saldo doet wintertarwe beter, maar de teeltkosten van soja liggen lager: geen ziektebestrijding, geen groeiverkorting en geen stikstofbemesting.

De akkerbouwer uit Grimbergen zaaide zelf de soja, wat vrij eenvoudig kan ondanks de gewenste rijafstand van 30 centimeter. De Prins hoefde daarvoor simpelweg één op de twee zaaipijpen van zijn klassieke graanzaaimachine af te sluiten. Hij is gewend zijn grond ploegloos te bewerken en dat is voor soja geen bezwaar. Net zoals het zaaien kan ook het oogsten met materiaal dat reeds beschikbaar is voor de graanteelt. Enkel de instelling van de maaidorser moet aangepast worden, maar alle machinefabrikanten zijn wereldwijd actief en kunnen een landbouwer of loonwerker daaromtrent adviseren. De oogstperioden van granen (juli-augustus) en soja (eind september-begin oktober) vallen niet samen, wat naar arbeidsspreiding toe een voordeel is. Maaidorsers die gedurende een langere periode ingezet kunnen worden, verdienen zichzelf sneller terug.

Vanwege de omvang van zijn areaal beschikt Jimmy De Prins zelf over een oogstmachine zodat hij straks zijn rijkunsten mag tonen om ook de onderste peulen die laag bij de grond hangen mee te dorsen. Tot dusver stelt de teelt hem niet voor grote uitdagingen want de duivenschade waarvoor hij in de landbouwregio rond Brussel bevreesd is, valt mee. Na het kiemen is de soja gedurende twee weken erg aantrekkelijk voor duiven. In die periode heeft De Prins vogelverschrikkers op zijn perceel geplaatst en de lokale jager ingeschakeld. Nu is het gevaar geweken en groeit de soja zienderogen, geholpen door het warme weer. Van de droogte hebben de planten schijnbaar geen last en regen viel net op tijd voor de peulvorming.

Hoe groot de goesting bij de akkerbouwer ook is om een nieuwe teelt toe te voegen aan zijn rotatie, zonder de hulp van de ketenpartners zou De Prins zich er niet aan wagen. “Als je geen teeltbegeleiding hebt en niet weet waar je het geoogste product kwijt kan, dan is er geen beginnen aan als landbouwer. Door Alpro en AVEVE stelt dat probleem zich niet voor soja.” Waar Alpro de soja zal afnemen, staat AVEVE in voor de toelevering van zaden, meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. Via dochteronderneming Sanac doet groep AVEVE ook de teeltbegeleiding. AVEVE zal de eerste Vlaamse soja reinigen, drogen en stockeren in een silo die normaliter dienstdoet voor granen. Op afroep zal een vrachtwagen geladen met soja van Landen naar de Alpro-fabriek in Wevelgem rijden. Voor weinig nieuwe teelten staat de waardeketen in zo’n vroeg stadium al op punt.

Vorig jaar werd in ons land 24 ton soja geoogst. Met de 25 hectare die er nu groeit, zal dat voor 2017 een oogst van 75 à 100 ton worden. Naar 2018 toe wordt gemikt op een verdubbeling van het areaal. Naar het voorbeeld van de Alpro-fabriek in Issenheim die uitsluitend Franse sojabonen verwerkt en in de wetenschap dat hun fabriek in Wevelgem op jaarbasis “een paar tienduizenden tonnen soja” verwerkt, hoeft soja in Vlaanderen geen kleine nicheteelt te blijven. De projectpartners houden het voorlopig op een 1.000-tal hectare in 2025, wat overeenkomst met 3.000 ton soja of misschien wel 5.000 ton als onderzoekers de steile verwachtingen kunnen inlossen.

Het betreft dan de soja die voor Alpro bestemd is want de piste om in Vlaanderen ook soja te telen als eiwitrijk voeder voor het vee is niet volledig verlaten. De bonen droog oogsten, crushen en het meel voederen lijkt niet aangewezen omdat het moeilijk concurreren is met de in verhouding goedkope import uit Zuid-Amerika. Landbouwonderzoekers spelen echter met het idee om de soja groen te oogsten en de versnipperde plant apart of samen met gras dan wel maïs in te kuilen. Onderzoek zal uitwijzen of soja op die manier ook een plek kan verwerven in de teeltrotatie van veehouders.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via