nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

08.06.2017 Vlaamse boer moet aarden op multifunctioneel platteland

Door de landbouwcommissie van het Vlaams Parlement gevraagd naar de grote uitdagingen voor landbouw identificeert adviesraad SALV er vijf. De tweede uitdaging is een hele mondvol: “Hoe kunnen landbouwbedrijven in Vlaanderen optimaal functioneren binnen de multifunctionele open ruimte?”. De landbouwadviesraad verwijst in dit verband naar zijn advies over het Witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Daarin wordt het groeiend probleem aangekaart van landbouwgrond en bedrijfsgebouwen die in niet-agrarisch gebruik zijn. Ook het verder blijven volbouwen en versnipperen van de open ruimte is voor landbouw een probleem.

De ruimtelijke context waarbinnen een Vlaamse boer of tuinder werkt, is bijzonder uitdagend. Zo uitdagend dat landbouwadviesraad SALV het aanstipt als één van de vijf grote uitdagingen voor een duurzame toekomst van de landbouw. In de periode 2001-2016 nam het ruimtebeslag iedere dag met gemiddeld zes hectare toe in Vlaanderen. De overblijvende open ruimte wordt niet alleen kleiner maar versnippert ook.

Op het platteland dat in veel gevallen schuilgaat achter de lintbebouwing zoeken landbouwers naar ruimte om te boeren. De nabijheid van de consument is daarbij zowel een voor- als nadeel. Voor degenen die hun producten verkopen via de korte keten, is het een belangrijke troef. Maar de verstedelijking en versnippering van het landschap zorgen ook voor spanningen tussen de verschillende gebruiksvormen (landbouw, natuur, industrie, wonen, enz.).

Wat ook voor spanningen zorgt, zijn de groeiende maatschappelijke verwachtingen rond beleving, inrichting en gebruik van de open ruimte. Denk bijvoorbeeld aan de bescherming van het landschap in functie van onroerend erfgoed. Of aan de vraag voor extra water bufferend vermogen in de open ruimte om de toenemende verharding op te vangen. Wanneer er aan waterpeilbeheer gedaan wordt, zijn de belangen van landbouw (bewerkbare percelen) en natuur (vernatting in functie van gewenste soorten) dikwijls niet dezelfde. Ook het behalen van natuurdoelstellingen in de omgeving van landbouwbedrijven is een bijzonder moeilijke oefening.

Verder merkt de SALV nog op dat een steeds groter aandeel van de landbouwgrond en landbouwbedrijfsgebouwen in niet-agrarisch gebruik zijn. Uit een toelichting door een ILVO-onderzoeker op een SALV-raadszitting blijkt dat hoeves worden verkocht met gemiddeld 4 à 5 hectare grond en dat 90 procent van de nieuwe tuinoppervlakte in agrarisch gebied ligt. Ook landbouwgrond die niet aan een hoeve gekoppeld is, wordt meer en meer gebruikt voor niet-landbouwdoeleinden (verpaarding, vertuining). Het toenemende niet-agrarische gebruik van gronden stuwt de prijzen de hoogte in, waardoor het voor landbouwers steeds moeilijker wordt om landbouwgronden te kunnen kopen.

In zijn advies over het Witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen stelde de SALV ook dat vergunningenbeleid en handhaving de realisatie van beleidsdoelen moet ondersteunen. Slechts 15 procent van het niet-agrarisch gebruik van hoeves is vergunbaar. Door een gebrek aan handhaving ontstaat een gedoogbeleid dat niet-agrarisch gebruik stimuleert. Hierdoor wordt er eerder voor gekozen om nieuwe gronden aan te snijden voor landbouwgebouwen, dan om bestaande landbouwinfrastructuur te hergebruiken of te herwaarderen.

Meer weten over de grote landbouwuitdagingen? Lees de verkennende SALV-nota of volg het op VILT.be.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via