nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

10.10.2016 Vlaamse land- en tuinbouw in een ruimer perspectief

De graanoogst draaide deze zomer uit op een mislukking. Wat dat voor de boer betekent, is niet de eerste bekommernis van de media. Journalisten willen weten of brood duurder wordt wanneer er minder tarwe van Vlaamse velden komt. Boerenbond benutte de persconferentie voorafgaand aan de Nazomerontmoeting om zulke misverstanden uit de wereld te helpen. Granen worden wereldwijd verhandeld. De grondstoffenprijs stijgt heus niet als de oogst in Vlaanderen mislukt. Bovendien neemt het aandeel van de loonkost in de prijs van een brood toe. Boerenbond-ondervoorzitter Chris Coenegrachts verwoordt het zo: “Brood is gebakken loon en al lang geen gebakken tarwe meer.”

Boerenbond greep de persbelangstelling voor zijn resultatenraming 2016 aan om duiding te geven bij de context waarbinnen de Vlaamse landbouw functioneert. Op vruchtbare grond die door de verstedelijking steeds schaarser wordt, heeft de sector zich toegelegd op specialisaties met een hogere omzet per hectare zoals tuinbouw en veeteelt. Gemiddeld is in de Europese Unie 11 procent bebouwd. In Vlaanderen is dat drie keer meer, wat landbouwers verplicht om op een kleinere oppervlakte efficiënter te werken. Dat verklaart ook waarom akkerbouw in Vlaanderen (10,7%) een kleiner omzetaandeel heeft dan in Europa (18%).

De vraag of brood duurder zal worden door de slechte graanoogst in onze regio is misplaatst vanwege het kleine aandeel van Vlaanderen in de Europese en wereldwijde landbouwproductie. Alleen voor varkens zijn we op Europees niveau een speler met een beetje formaat, namelijk 4,5 procent van de EU-productie. In andere sectoren komt ons marktaandeel binnen de EU nergens boven de twee procent: rundvee (2%), groenten (2%), melk (1,2%) en akkerbouw (0,8%). Je kan al raden dat er wereldwijd niemand wakker ligt van een mislukte oogst bij ons. Het Vlaamse aandeel zakt internationaal namelijk naar 0,1 procent voor akkerbouw en 0,14 procent voor groenten. De illusie dat we minstens in de varkenssector internationaal wat te betekenen hebben, mogen we ook opbergen (0,9%).

Omgekeerd is de Vlaamse land- en tuinbouw sterk afhankelijk van de wereldmarkt omdat we zoveel exporteren. Als kleine maar productieve regio met een groot ‘buitenland’ manifesteren we ons als netto-exporteur. Al moeten we steeds in het achterhoofd houden dat we op EU-niveau amper 1,3 procent van de landbouwomzet realiseren. “We zijn bijgevolg geen marktbepalende speler en dus prijsvolger”, verduidelijkt Boerenbond. Goed twee derde van de uitvoer van Vlaamse land- en tuinbouwproducten is gericht op onze buurlanden. Daarom zegt Boerenbond dat Vlaamse boeren en tuinders voornamelijk produceren voor hun thuismarkt. Die situeert zich in een straal van enkele honderden kilometers rond Vlaanderen. Voor een groenteteler uit Roeselare is Noord-Frankrijk bijvoorbeeld dichterbij dan Limburg. Kan je dan wel over export spreken?

De export richting verdere bestemmingen binnen en buiten Europa is beperkter maar neemt wel toe in belang. Ook de risico’s nemen daarbij toe: wisselkoersen, grotere prijsvolatiliteit gebonden aan de wereldmarkt en andere moeilijkheden die kunnen opduiken bij export richting verre landen. Daarom hecht Boerenbond belang aan goed onderhandelde handelsakkoorden als CETA en TTIP. Ze creëren naar verluidt niet alleen opportuniteiten maar vergroten ook de zekerheid en voorspelbaarheid van het internationale handelsverkeer.

“Tegen vrijhandel zeggen we ja, mits een aantal randvoorwaarden vervuld zijn zoals het gelijk speelveld. De Vlaamse land- en tuinbouw is exportgericht, dus hebben we in principe voordeel bij goede en evenwichtige handelsakkoorden”, aldus voorzitter Sonja De Becker. Splits je de impact van het vrijhandelsakkoord met de Verenigde Staten uit per deelsector, dan komt aan het licht dat er winnaars (groenten en zuivel) en verliezers (vlees) zijn aan Europese zijde. Chris Coenegrachts, ondervoorzitter van Boerenbond, vindt het vooral belangrijk dat landbouw niet als pasmunt voor andere sectoren wordt gebruikt. In het verleden is het zo gelopen, tot grote frustratie van de landbouwsector.

Het spreekrecht van een sector wordt afgewogen aan diens aandeel in de economie. Voor landbouw – goed voor een productiewaarde van 5,1 miljard euro – is dat teruggevallen tot 0,7 procent van het BBP. In Oost-Europese lidstaten, waar een veel groter deel van de beroepsbevolking in de landbouw actief is, situeert zich dat tussen 4 (Polen, Litouwen, enz.) en 6 procent (Roemenië, Bulgarije) van het BBP.

Volgens Boerenbond mag je in eigen land niet voorbijgaan aan de spilfunctie van landbouw binnen het agrobusinesscomplex, economisch wél een zwaargewicht met een totale omzet van 60 miljard euro. “De agrovoedingsindustrie zou in onze regio niet aanwezig zijn zonder lokale primaire productie. Landbouw is dus een hefboom voor de grootste industriële sector van ons land”, zo benadrukt Sonja De Becker. Daar koppelt ze de vaststelling aan dat de tewerkstelling in andere sectoren erodeert, terwijl die in de agrovoedingsindustrie op niveau blijft. Ook het positief saldo van zes miljard euro op de agrohandelsbalans mag gezien worden. Vlaanderen realiseert 85 procent van dat handelsoverschot.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Cofabel

Volg VILT ook via