nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

11.12.2017 Vlaamse landbouw legt geen foutloos mestparcours af

Regionaal zijn er positieve uitschieters, maar over het algemeen is de waterkwaliteit op het Vlaamse platteland niet goed. Hoewel elk nieuw mestactieplan strenger was dan het vorige wordt er onvoldoende vooruitgang geboekt. De resultaten voor zowel nitraat als fosfaat zijn ver verwijderd van de doelstellingen. Indien alle 24.000 boeren en tuinders foutloos zouden omspringen met mest, dan was de situatie uitzichtloos. Het klinkt vreemd maar eigenlijk is het dus positief dat zowel controleurs van de Mestbank als bedrijfsbegeleiders vaststellen dat sommige veehouders ondoordacht omspringen met mestopslag of -afvoer, de bemestingsstrategie nog niet altijd op punt staat en de mestsamenstelling de realiteit onvoldoende weerspiegelt. Er zit met andere woorden nog rek op, maar de tijd dringt.

De mestbalans is in Vlaanderen al sedert 2007 in evenwicht, wat wil zeggen dat alle dierlijke mest oordeelkundig geplaatst kan worden. Ofwel wordt de mest uitgereden op (Vlaamse) landbouwgrond binnen de normale bemestingsnormen of de derogatienorm, ofwel wordt de ruwe mest eerst verwerkt waarna het eindproduct aantrekkelijk is voor export naar mestarme regio’s. Door de aanscherping van de fosfaatbemestingsnormen in de periode 2007-2016, is het mestgebruik op Vlaamse landbouwpercelen gedaald.

Vorig jaar bedroeg de totale productie van dierlijke mest in Vlaanderen 127 miljoen kilo stikstof. Als de afzetmogelijkheden voor dierlijke mest op Vlaamse gronden (117 miljoen kg N) en het gebruik van dierlijke mest op percelen buiten Vlaanderen (1 miljoen kg N) in mindering worden gebracht, dan bekom je een globaal mestoverschot van 9 miljoen kilo stikstof. Dat is gelijkaardig aan de situatie in 2015. Op Vlaams niveau wordt dit mestoverschot verwerkt, door mestafvoer naar mestverwerkingsinstallaties en naar afnemers buiten Vlaanderen.

In theorie zou dierlijke mest dus geen milieudruk meer mogen veroorzaken in Vlaanderen, maar het tegendeel blijkt waar. De oppervlaktewaterkwaliteit blijft met 21 procent rode MAP-meetpunten, die de norm van 50 mg nitraat per liter overschrijden, onbereikbaar ver verwijderd van de vijf-procent-doelstelling in 2018. Voor fosfaat wordt geen status quo maar een kleine verbetering gemeld, maar een reden tot juichen is dat niet want 67 procent van alle meetpunten overschrijdt de milieukwaliteitsnorm voor fosfaat.

Vlaams minister Joke Schauvliege kondigt samen met de Vlaamse Landmaatschappij aan dat “bijkomende en gerichtere maatregelen nodig zullen zijn om een duidelijke verbetering van de waterkwaliteit te realiseren”. De maatregelen uit het vijfde mestactieplan brachten niet de verhoopte vooruitgang. In de tweede helft van 2017 is een tussentijdse evaluatie voorzien voor Europa.

Gezien de status quo wacht minister Schauvliege niet om vanaf 1 januari 2018 alvast twee nieuwe maatregelen in te voeren. De mestsamenstelling wordt correcter bepaald en de één meter brede teeltvrije strook wordt in focusgebied verplicht langs alle waterlopen, ook naast de kleinste gracht. Dat heeft het voordeel van de duidelijkheid. Wanneer hier verplicht gras of een andere bodembedekker groeit en geen productieve teelt, dan verdwijnt de verleiding om die laatste rij maïs kort tegen de gracht te zaaien, en ze vervolgens ook te bemesten en ‘schoon’ te spuiten.

Anno 2017 is de kloof tussen de waterkwaliteitsdoelstellingen en de meetresultaten nog altijd zo groot dat je je kan afvragen of ze überhaupt wel overbrugbaar is door het keurslijf waarin land- en tuinbouwers zitten nog wat strakker aan te spannen. Wat dat betreft zijn de kleine en grotere fouten in mestaanvoer en -afvoer in feite goed nieuws, want ze doen vermoeden dat er nog behoorlijk wat marge is als iedereen even hard zijn best zou doen. Controleacties door de Mestbank en begeleidingsacties van coördinatiecentrum CVBB en de (ter ziele gegane) VLM-dienst Bedrijfsadvies wijzen er op dat er zeker nog vooruitgang mogelijk is.

Zo blijkt bijvoorbeeld dat een niet doordachte bemestingsstrategie in vele gevallen de oorzaak is van een te hoog nitraatresidu. Bij doorgelichte veebedrijven blijkt dat de mestopslag of de mestafvoer vaak niet op orde is, waardoor de nutriëntenbalans op papier wel evenwichtig lijkt, maar er toch te veel mest op het bedrijf blijft. Op glastuinbouwbedrijven zijn de meest voorkomende gebreken nutriëntenverliezen via lekkende folies of het niet of alleszins niet voldoende opvangen van drainwater of spuistroom. Uit de resultaten van de mestanalyses uitgevoerd tijdens terreincontroles, en de sensibiliserende acties rond de afvoer van varkensmest met onrealistisch hoge inhoudswaarde, blijkt dat er ook op het vlak van de mestsamenstelling nog veel verbetering mogelijk is.

Het Mestrapport 2017 biedt een meer gedetailleerd inzicht in de vaststellingen tijdens controles en begeleidingsacties. Daar gaan we later dieper op in.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: VLM

Volg VILT ook via