nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

06.05.2019 Vlaanderen investeert in verduurzaming sierteelt

Tijdens een bedrijfsbezoek aan boomkwekerij Op de Beeck in Putte maakte landbouwminister Koen Van den Heuvel bekend dat Vlaanderen via het Proefcentrum voor Sierteelt (PCS) fors investeert in een duurzame sierteelt. Een nieuwe subsidie van 128.000 euro is bedoeld om de projectmatige kennis rond deelaspecten van duurzaamheid te bundelen en beter te laten doorstromen naar telers. “Specifiek rond de thema’s gewasbescherming en rentabiliteit zullen bedrijven begeleid worden om een stap vooruit te zetten”, kondigt PCS-directeur Bruno Gobin aan. Dat wordt maatwerk want bedrijven zoals Op de Beeck hebben al een hele weg afgelegd. Op het moment dat de minister toekomt, wordt een spuittoestel gevuld met een bestrijdingsmiddel tegen beukenbladluis dat de nuttige insecten spaart. Bovendien is de spuit uitgerust met luchtdrukondersteuning om drift (wegwaaien, nvdr.) van het toegepaste middel tegen te gaan.

Op de boomkwekerij in Putte werd de minister ontvangen door Philip Op de Beeck, de zesde generatie die nu aan het roer staat van het familiebedrijf. Het bedrijf is gespecialiseerd in bos- en haagplantsoen en plantgoed van de snel groeiende populier. “We zijn net aan de opkuis begonnen want de drukste maanden van het jaar liggen achter ons”, vertelt de zaakvoerder. De oogst en verkoop zijn vooral winterwerk omdat de jonge planten met blote wortel gerooid worden. Het verplanten dient te gebeuren na de bladval. Vooraleer de nieuwe bladscheuten beginnen uit te lopen, moet het plantgoed bij de kopers een nieuwe vaste stek in de grond gekregen hebben. Buiten de wintermaanden is het personeel op de boomkwekerij vooral bezig met het zaaien en verplanten van nieuwe boompjes en hagen, en het onkruid- en plaagvrij houden van de plantages.

Wanneer Vlaams landbouwminister Koen Van den Heuvel toekomt voor zijn bedrijfsbezoek staat er net een tractor met spuittoestel op het erf. Gewasbescherming met chemische middelen is bij momenten onderhevig aan maatschappijkritiek, maar Op de Beeck vindt dat geen reden om een essentieel onderdeel van zijn bedrijfsvoering weg te steken. “Het spuittoestel wordt net gevuld met een insecticide tegen de beukenbladluis. Het grote voordeel van het middel dat we gebruiken, is dat alle nuttige insecten een behandeling overleven. De spuit zelf is uitgerust met luchtdrukondersteuning zodat het middel in kwestie niet buiten het veld belandt.” Geïntegreerde gewasbescherming is een sprekend voorbeeld van de evolutie die de boomkwekerij heeft doorgemaakt. Algemeen kan je stellen dat fabrikanten middelen op de markt brengen met een gunstiger risicoprofiel en gebruikers ze met meer zorg toepassen.

Philippe Op de Beeck legt de minister uit dat de versnippering van zijn bedrijfsareaal op vlak van gewasbescherming één voordeel heeft: “De plaagdruk is van perceel tot perceel verschillend. Hoe groter de oppervlakte van één gewas, hoe gevoeliger het is voor aantasting. Daarom groeien hier verschillende soorten”, wijst hij naar een aanplanting van onder meer beuk, haagbeuk, hazelaar, kastanje en lariks op een circa 10 hectare groot perceel. Op een perceel van die omvang is het efficiënter werken dan op een kleine lap grond, maar grote percelen landbouwgrond zijn schaars in de provincie Antwerpen. Voor het perceel dat Op de Beeck toont, is er een langetermijnrelatie met de publieke eigenaar – het OCMW. Rechtszekerheid is belangrijk in het licht van de meerjarige teelten op een boomkwekerij. Bovendien moet de investering in bodemdrainage – wat ook een vorm van gewasbescherming is – terugverdiend kunnen worden. Hoewel collega-landbouwers een perceel in betere staat terugkrijgen, is het voor hen niet vanzelfsprekend om grond voor zeven jaar of langer aan een boomkweker in ‘seizoenpacht’ te geven.

Grond is kostbaar, en dat uit zich nog op andere manieren. De boomkweker legt uit dat op een derde van zijn areaal groenbedekkers groeien. “Wij waren één van de eerste kwekerijen die groenbedekkers een plaats gaven in het teeltplan. In het begin verklaarden collega’s ons voor gek, want groenbedekkers kosten geld en brengen niets op terwijl grond zo duur is.” Ondertussen is deze langetermijninvestering in een vruchtbare bodem beter ingeburgerd. Voortschrijdend inzicht bij de telers is precies wat minister Van den Heuvel voor ogen heeft met de 128.000 euro subsidie voor het Proefcentrum voor Sierteelt (PCS) in Destelbergen. Daarmee wil hij de bedrijfsvoering in de sierteelt verduurzamen en elk bedrijf op zijn eigen tempo stappen vooruit laten zetten. Met de nodige ondersteuning vanuit het praktijkonderzoek zal dat tempo net een tikkeltje hoger liggen.

Als laagdrempelig kenniscentrum vertaalt PCS onderzoek en kennis naar bruikbare oplossingen. Hierbij wordt projectmatig gewerkt, maar horizontale thema’s zoals gewasbescherming, bemesting, energie en water komen steeds terug. De nieuwe subsidie vanuit Vlaanderen laat het proefcentrum toe om de projectmatige kennis rond deze deelaspecten van duurzaamheid te bundelen en er actief mee aan de slag te gaan. Door middel van advisering op bedrijfsniveau maakt PCS werk van kennisverspreiding rond het ecologische (gewasbescherming) en economische luik (inzicht in de markt en de eigen kostenstructuur) van duurzaamheid. “Essentieel is bijvoorbeeld weten welke teelten je geld opbrengen en welke andere je geld kosten”, zegt PCS-directeur Bruno Gobin. Samen met de voorzitter van het proefcentrum, gedeputeerde Leentje Grillaert, woonde hij het bedrijfsbezoek bij.

De voorbije jaren zijn boomkwekers en siertelers in het algemeen meesters geworden in het drukken van hun kosten. De conjunctuur zat immers niet goed omdat de markt sputterde. Wanneer de publieke sector de vinger op de knip houdt, dan voelen de leveranciers van openbaar groen dat. Sommige bedrijfsleiders hielden het voor bekeken, maar anderen breiden uit zodat het areaal stabiel bleef. Voor beterschap was het dus wachten op het aantrekken van de vraag. “Nu gaat het merkelijk beter en kijk ik optimistisch naar de toekomst”, zegt Philip Op de Beeck. Optimisme dat nodig zal zijn om andere uitdagingen het hoofd te bieden, de klimaatverandering op kop. “De weersextremen nemen toe: de wateroverlast in 2016, de schade door late lentenachtvorst in 2017 en vorig jaar de droogte. Een oude kleiput in de buurt waar ik 8 miljoen liter water uit kon oppompen, bracht redding toen neerslag uitbleef en de planten er erg onder leden.”

De boomkweker uit Putte zetelt in het technisch comité dat het onderzoek rond duurzaamheid bij PCS mee aanstuurt. Duurzaamheid is voor een sector als de boomkwekerij niet alleen een kwestie van het minimaliseren van de eigen milieu-impact, maar ook van het in de verf zetten van de troeven van het eindproduct. Volgens sectorvoorzitter boomkwekerij Lucien Verschoren (AVBS) is de populier de absolute kampioen onder de bomen op vlak van CO2-captatie. Meer groen kan het verschil maken in de strijd tegen de klimaatverandering, en daar hoopt de sector zijn steentje toe bij te dragen. Tegelijk wil de boomkwekerij zijn milieuvoetafdruk verder verkleinen. Met de nieuwe subsidie die nu vanuit Vlaanderen komt, heeft Bruno Gobin daar een goed oog in: “Rond duurzaamheid is op PCS historisch veel kennis opgebouwd. Kennis die we nu gratis ter beschikking kunnen stellen van siertelers.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via