nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

09.02.2018 Vlaanderen voorloper in diervriendelijke konijnenkweek

Van 31 januari tot 7 februari zette promotieorgaan VLAM het konijn in de kijker tijdens de jaarlijkse ‘week van het konijn’. Een ideaal moment om eens stil te staan bij de evolutie van deze kleine veehouderijsector. Het Departement Landbouw en Visserij telt nog een 25-tal professionele kwekers in ons land. Hun aantal neemt stelselmatig af door de dalende consumptie van konijnenvlees. Hoewel ze niet met veel zijn, ontpoppen de Vlaamse konijnenhouders zich tot voortrekkers in Europa op het vlak van dierenwelzijn. De distributie ondersteunt dat door vlees van parkkonijnen onderscheidend in het winkelrek te leggen.

Op initiatief van de Raad voor Dierenwelzijn maakte de konijnensector enkele jaren geleden de omschakeling van batterij- naar parkkonijnen. Een breed draagvlak werd in Vlaanderen gezocht en gevonden onder konijnenhouders, slachthuizen, afnemers en dierenrechtenorganisaties om de klassieke huisvesting te vervangen door een diervriendelijker systeem dat meer inspeelt op het natuurlijk gedrag van een konijn. Dit resulteerde in een nieuwe wetgeving rond huisvesting die gepubliceerd werd op 29 juni 2014.

Een park biedt de konijnen een oppervlakte van 800 cm² per dier, beduidend meer dan in de batterij. Om aan de natuurlijke gedragingen van een konijn te kunnen voldoen, moet een park uitgerust zijn met plateaus en tunnels. In parken is dan minstens 80 procent van de bodem bedekt met voetmatjes of ander materiaal dat veel comfortabeler is dan de oude bodem van draadgaas. Bovendien moet een park uitgerust zijn met verrijkingsmateriaal: houtblokken, stro, hooi, … waaraan de dieren kunnen knagen.

Een dergelijke ingrijpende aanpassing van huisvestingssystemen kan niet van de ene dag op de andere en vraagt een grote inspanning van de sector. De wetgever voorzag dan ook overgangsmaatregelen. Voor bedrijven die reeds voor de invoering van de wetgeving investeerden in verrijkte kooien of parken voor hun vleeskonijnen, geldt een overgangstermijn tot 31 december 2024. Bedrijven die hebben aangegeven te willen stoppen vóór 1 januari 2020, mogen hun bedrijf verderzetten zonder te investeren in parken. De overige bedrijven moesten vóór 1 januari 2016 overschakelen op parkhuisvesting voor vleeskonijnen. Vanaf 1 januari 2025 zullen alle konijnen in verrijkte parken worden gehouden. Hiermee is Vlaanderen een voorloper in Europa.

De Vlaamse overheid ondersteunt de konijnenhouders bij hun investeringen om aan de nieuwe regels te voldoen. Het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds biedt 30 procent steun op investeringen voor het bouwen en/of (her)inrichten van verrijkte parken. Niet alleen de huisvesting is duurder, ook het kweekproces zodat die meerkost vergoed moet worden. De sector creëerde om deze reden het label ‘parkkonijn’ als een manier om in de winkelrekken onderscheidend te zijn van ander konijnenvlees. Door middel van controle door het tracerings- en certificeringssysteem ‘CodiplanPLUS Parkkonijn’ kan de consument zeker zijn dat konijnenvlees met het label ‘parkkonijn’ gegarandeerd uit de juiste huisvesting komt.

Een vijftal grootwarenhuizen ondertekenden een engagementsverklaring waarin zij het label voorbehouden voor vlees afkomstig van bedrijven en slachterijen die werken volgens CodiplanPLUS Parkkonijn. Vlaanderen speelt dus een voortrekkersrol op vlak van dierenwelzijn in de konijnenhouderij, omdat we de eersten in Europa zijn om batterijkonijnen te vervangen door parkkonijnen. Reden genoeg dus om voor lokaal geproduceerd konijnenvlees te kiezen.

Meer weten over de Vlaamse konijnenhouderij? Herlees de sectorspecifieke VILT-duiding.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via