nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

Voedsel om over na te denken
20.12.2016  Landbouwrapport 2016

Voedsel om over na te denken. Zo heet de nieuwe editie van het tweejaarlijkse Landbouw- en Visserijrapport. Het rapport heeft als centrale thema ‘voeding’. Het vertrekt van het perspectief van de consument en beschrijft vervolgens de rol van distributie, verwerking en productie voor verschillende productketens. Het naslagwerk bevat niet alleen talrijke tabellen en figuren, maar ook boeiende portretten van bedrijven, die in woord en beeld een blik achter de schermen van de agrovoedingsketen werpen.

Ons voedingssysteem kenmerkt zich door een performante landbouwproductie, een exportgerichte voedingsindustrie en een uitgebreide afzetmarkt met kapitaalkrachtige consumenten. Vlaanderen is centraal gelegen en kan gebruikmaken van uitstekende logistieke voorzieningen. We spreken daarom van de 'Flanders Agrofood Valley'. De Vlaming is ook trots op zijn typische producten en bourgondische levensstijl.

Een greep uit de cijfers die het sociaal-economische belang van de Vlaamse agrovoedingsketen onderstrepen:
• In 2014 telt het Vlaamse agrobusinesscomplex bijna 35.000 bedrijven, goed voor een omzet van 60 miljard euro, een toegevoegde waarde van 8 miljard euro en een tewerkstelling van 145.000 werknemers. Het aantal bedrijven en de tewerkstelling namen sinds 2008 af, maar de omzet en de toegevoegde waarde gingen erop vooruit.
• België exporteerde in 2015 voor 42 miljard euro aan agrovoedingsproducten. De import bedroeg 36 miljard euro. Het handelsoverschot bedraagt dus 6 miljard euro. Vlaanderen heeft een aandeel van 81% in de import en 82% in de export.
• De structuur van de Vlaamse landbouw wordt gekenmerkt door specialisatie, schaalvergroting, verbreding en innovatie. Van de 23.995 landbouwbedrijven in Vlaanderen in 2015 is 89% gespecialiseerd in een van de drie sectoren, met veeteelt als veruit de belangrijkste specialisatie, gevolgd door tuinbouw en akkerbouw. Het aantal bedrijven is ten opzichte van 2005 met 30% teruggelopen. Vooral kleinere bedrijven stoppen. De sector realiseert in 2015 een eindproductiewaarde van 5,4 miljard euro. De vijf belangrijkste sectoren zijn varkens, groenten, runderen, melk en sierteelt. Circa 61.000 mensen zijn tewerkgesteld in de land- en tuinbouw.
• De voedingsindustrie neemt binnen de totale Vlaamse industrie 20% van de omzet, 18% van de industriële investeringen en 19% van het aantal arbeidsplaatsen in.
• Binnen de toeleveringssector spelen de mengvoederindustrie (omzet van 4,7 miljard euro), de agrochemie (4,4 miljard euro) en de uitrustingssector (1,5 miljard euro) een vooraanstaande rol.
• Vlaanderen telt circa 33.000 horecazaken, vooral restaurants en drinkgelegenheden. In de sector werken 27.000 zelfstandigen en 68.000 werknemers, goed voor bijna 40.000 voltijdsequivalenten. De omzet klokt af op 7,4 miljard euro.
• De Belgische visserijvloot realiseerde in 2015 een aanvoer van 22.500 ton, goed voor een aanvoerwaarde van 82 miljoen euro. Tong en pladijs zijn de belangrijkste vissoorten. Er zijn in België 271 bedrijven zijn die aan visverwerking doen. Voor 68 ervan is het de hoofdactiviteit.

Het voedingssysteem beschikt niet alleen over troeven en opportuniteiten om op nieuwe trends in te spelen, maar kampt ook met knelpunten op sociaal, gezondheids-, milieu- en economisch vlak. Enkele voorbeelden:
• Uit de voedselconsumptiepeiling blijkt dat we te weinig groenten en fruit, brood en graanproducten, aardappelen en deegwaren eten. De consumptie van kaas, vlees en de restgroep van alcoholische en gesuikerde dranken, snoep en gefrituurde snacks ligt hoger dan aanbevolen. In het algemeen eten we te weinig koolhydraten en iets te veel vetten. De overdaad aan calorieën, nog versterkt door de evolutie naar een sedentaire levensstijl, maakt dat 44% van de Vlamingen een te hoge body mass index en 15% zelfs obesitas heeft. Tegelijk heeft 3% van de Vlamingen onvoldoende financiële middelen om zich om de twee dagen een maaltijd te veroorloven.
• Veel land- en tuinbouwers kampen met een gebrekkige rentabiliteit. Ze worden vaak geconfronteerd met marktprijzen die de kostprijs van de productie niet dekken en ondervinden problemen om bij te benen met de groeiende concurrentie en de vrijere marktomgeving. Bovendien bepalen slechts enkele aankopers welke prijs de meeste landbouwers en hun andere toeleveranciers voor hun producten krijgen. Zowel in de retail als in de voedingsindustrie is er een sterke concentratie.
• De milieu-impact van onze voeding overspant het hele productie- en consumptiesysteem, van de landbouw en visserij over de toelevering, de verwerking, de verpakking, de distributie, de opslag en het gebruik tot de fase waarin de voeding afvalstof wordt. Voor consumenten is de milieu-impact geen eenvoudig beslissingscriterium omdat een heldere en eenvoudige meetlat ontbreekt. Milieuwinst valt er onder meer te boeken met productiviteitsverhoging, minder voedselverlies en vleesmatiging.

Ten slotte bevat het rapport enkele oplossingsrichtingen:
• Een gemeenschappelijke strategie van overheid, bedrijfsleven en onderzoek rond de Flanders Agrofood Valley kan bijdragen tot een innovatieve, duurzame en multifunctionele bedrijfsvoering bij agrovoedingsbedrijven.
• Een duurzamere consumptie is een sleutel tot systeemverandering en een drijfveer voor innovatie.
• Zowel de landbouw als de voedingsindustrie kan stappen zetten om duurzamer te produceren. Hightech en kwaliteit kunnen hand in hand gaan, zoals bij precisielandbouw.
• Duurzamere relaties tussen schakels in de keten, meer kennisuitwisseling en transparantie kunnen leiden tot een eerlijkere waardeverdeling en internalisering van externe kosten.
• Een coherent voedselbeleid moet rekening houden met de verwevenheid van productie, verwerking, distributie en consumptie.
• Vernieuwende praktijken zoals voedselteams, stadslandbouw, zelfoogstboerderijen en buurderijen experimenteren vandaag al met nieuwe economische bedrijfsmodellen en sensibiliseren de consument.

Daarnaast kunnen onderzoek en innovatie bijdragen tot de evolutie naar een duurzaam voedselsysteem.
Een duurzamer voedselsysteem is een gedeelde verantwoordelijkheid van alle actoren binnen de overheid, het bedrijfsleven, het middenveld, onderzoeksinstellingen en de consumenten. ‘Voedsel om over na te denken’ wil de hand uitreiken voor een dialoog.

Meer weten? Het nieuwe Landbouw- en Visserijrapport kan je raadplegen via de website van het Departement Landbouw en Visserij, of langs die weg bestellen in boekvorm.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via