nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

14.12.2016 Voedselkilometers en voetafdruk geven onvolkomen beeld

Over de wisselwerking tussen milieu, landbouw en voeding is al veel geschreven. Hoe je het ook draait of keert, het voedselsysteem zal altijd een impact op het milieu hebben. De meeste consumenten leggen nauwelijks een link tussen milieu en hun voedingspatroon. Voor consumenten die daar wel rekening mee willen houden in hun voedselkeuze zijn er een aantal hulpmiddelen. Om te beginnen het aantal voedselkilometers. Alleen bepaalt de afstand die voedsel aflegt slechts gedeeltelijk de milieu-impact ervan. Andere vaak gebruikte indicatoren zijn voetafdrukken: voor CO2, water en de productieve oppervlakte die nodig is.

Het nieuwe Landbouwrapport (LARA) ambieert met het hoofdstuk ‘Impact van voeding’ geen volledige weergave van de impact die onze voedselkeuzes hebben. Wel wil het duidelijk maken dat die impact veel verder reikt dan ons bord of budget. Ons gedrag kan systemen bevestigen, maar veranderingen kunnen ook een hefboomeffect hebben en zo het hele voedselsysteem beïnvloeden. Alleen al over de milieu-impact van voeding valt veel te vertellen. Zo veel dat het voor consumenten moeilijk is om weloverwogen beslissingen te nemen.

Wie een milieuverantwoorde menukeuze wil maken, kan terugvallen op een aantal indicatoren zoals voedselkilometers en CO2-voetafdruk. Indicatoren bieden consumenten en beleidsmakers de kans om stil te staan bij de milieu-impact van voedingskeuzes. Tezelfdertijd geven ze aan hoe complex de milieu-impact binnen het huidige voedselsysteem ligt. De toenemende liberalisering van de wereldhandel maakt dat ons voedsel van over heel de wereld komt. Veel voedselkilometers zijn daarvan het gevolg. Landbouw- en voedingsproducten vertegenwoordigen 28 procent van het volume dat getransporteerd wordt over Europese wegen.

Je kan je voedselkeuzes laten leiden door het aantal voedselkilometers, alleen moet je dan weten dat de afstand die voedsel aflegt slechts deels de milieu-impact ervan bepaalt. Van alle broeikasgassen uit voedselproductie komt 11 procent voor rekening van vervoer. De productie en verwerking ervan is goed voor 83 procent van de totale uitstoot. Een voorbeeld: Vlaamse tomaten leggen minder voedselkilometers af maar vragen wel verwarmde serres terwijl Spaanse tomaten van de zon profiteren. De totale broeikasgasemissie inclusief transport van Spaanse tomaten is daardoor kleiner, tenzij de Vlaamse kweker gebruikmaakt van een warmtekrachtkoppeling in zijn serre.

Voedselkilometers zijn met andere woorden nuttig om één milieuaspect in beeld te brengen, maar schieten tekort voor genuanceerde beslissingen over de milieu-impact van een voedingsproduct. Ook een voetafdruk, zoals de CO2- of watervoetafdruk, beperkt zich tot een bepaalde milieu-impact. Zo’n voetafdruk geeft weer hoeveel hulpbronnen een land of regio wereldwijd gebruikt voor zijn consumptie, of hoeveel vervuiling die consumptie wereldwijd veroorzaakt.

De Vlaamse CO2-voetafdruk van melk, rund- en varkensvlees werd in 2011 berekend. Vergelijken met andere landen is lastig omdat er geen internationale standaard was op het moment van de studie. Volgens de beschikbare gegevens zorgt het intensieve karakter van de Vlaamse veeteelt voor een lagere koolstofvoetafdruk in vergelijking met buitenlandse extensieve veeteelt. Dat gunstige resultaat volgt uit de focus op efficiëntie, op het aantal liter of kilogram van het eindproduct.

Ecologische voetafdruk wordt gehanteerd als maatstaf voor de hoeveelheid productieve land- of zeeoppervlakte die nodig is om te voldoen aan de vraag naar hernieuwbare grondstoffen en om het geproduceerde organische afval en de CO2-uitstoot te verwerken of te absorberen volgens de huidige stand van de technologie. Het resultaat wordt uitgedrukt in ‘globale hectare per persoon’.

Volgens een eerlijke verdeling over de wereldbevolking van zeven miljard mensen beschikt elke persoon over 1,8 globale hectare. De ecologische voetafdruk van een Vlaming is daarentegen negen globale hectare groot. Als iedereen zo boven zijn stand zou leven, dan zijn er vijf aardes nodig. Zowel vanuit ecologisch als sociale rechtvaardigheidsperspectief is een hoge voetafdruk problematisch. Er valt vooral wat aan te doen door minder dierlijke producten te eten en door voedselverspilling tegen te gaan.

De watervoetafdruk is een maat voor het watergebruik van een product gemeten over de hele productieketen. De extreem hoge watervoetafdruk van rundvlees (15.415 liter per kilo) is voor 99 procent toe te schrijven aan de productie van voeder voor het vleesvee. De hoeveelheid water die nodig is om ruwvoeder en granen voor krachtvoeder te telen, wordt mee in rekening gebracht. Ongeacht of het gaat om irrigatiewater dan wel om neerslag. De productie van landbouwproducten is goed voor 92 procent van de wereldwatervoetafdruk en 89 procent van de Europese watervoetafdruk.

De voedselvoetafdruk is een indicator die specifiek voor Vlaanderen vorm gegeven werd. Hij berekent de oppervlakte die theoretisch nodig is om alles te produceren wat de Vlaming momenteel consumeert. Producten die hier niet groeien, worden daarbij vervangen door lokale producten. Om de voedselconsumptie van alle Vlamingen te kunnen invullen, is in totaal 825.392 hectare ‘moderne landbouw nodig. Van de benodigde oppervlakte is 28 procent voor plantaardige voedingsmiddelen en 72 procent voor diervoeding. Het huidig landbouwareaal volstaat dus niet om 100 procent lokaal in ons voedsel te voorzien.

Meer info: LARA 2016

Bron: LARA 2016

Beeld: Hortiplan

Volg VILT ook via