nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

03.03.2015 Voedselproductie wringt met andere ecosysteemdiensten

Voedselproductie is één van de 16 ecosysteemdiensten die door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek beschreven wordt in het Natuurrapport. Vlaanderen voert grote hoeveelheden voedsel in, waaruit INBO besluit dat in het huidige landbouwmodel het aanbod geen gelijke tred kan houden met de groeiende vraag. Zonder ingevoerd voedsel zouden we 60 in plaats van 45 procent van de Vlaamse landoppervlakte moeten bewerken om te blijven voldoen aan onze huidige voedingsconsumptie. Voor onze voedselproductie kiezen we eerder voor technische (bv. glastuinbouw) dan meer natuurlijke oplossingen (bv. agro-ecologie). Dat heeft volgens het rapport negatieve effecten op andere ecosysteemdiensten (bv. bestuiving), wat op zijn beurt weer averechts werkt voor voedselproductie.

De toestand van een ecosysteemdienst wordt bepaald door de verhouding tussen vraag en aanbod, door de trends in die verhouding en door de impact van het gebruik van één ecosysteemdienst op het aanbod van andere ecosysteemdiensten. Er is in Vlaanderen voldoende (veilig) voedsel beschikbaar, al moeten we een groot deel daarvan invoeren.

De eigen voedselproductie steunt op moderne landbouwtechnieken. De opbrengsten per hectare verhogen daardoor maar andere ecosysteemdiensten dan voedselproductie kunnen er negatief door beïnvloed worden. Zo wordt de klimaatregulatie bemoeilijkt door een teveel aan broeikasgassen, drooggelegde gronden brengen de waterproductie in het gedrang, de waterkwaliteit neemt af door nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen die uitspoelen naar waterlopen, enz. Bovendien veroorzaakt een (al te) intensief grondgebruik in veel gevallen net een verlies aan voedselproductie op lange termijn, bijvoorbeeld door een verminderde bodemvruchtbaarheid.

Naarmate één enkele dienst van een ecosysteem wordt gemaximaliseerd, in dit geval voedselproductie, verschuiven we naar meer technische oplossingen (bv. serres en hydrocultuur) waarbij biodiversiteit en natuurlijke processen een ondergeschikte rol spelen. In het Natuurrapport wordt onomwonden geponeerd dat de samenleving gebaat zou zijn met meer agro-ecologische landbouw. De opbrengst per hectare ligt daarbij weliswaar (meestal) lager, maar agro-ecologisch beheerde akkers bieden veel meer andere ecosysteemdiensten. Vandaag wordt deze meer natuurlijke methode van voedselproductie slechts toegepast op één procent van de oppervlakte voor voedselproductie in Vlaanderen.

Hoewel het huidige landbouwmodel volgens de onderzoekers vaak gepaard gaat met een achteruitgang van de biodiversiteit leveren de landbouwgebieden in Vlaanderen toch het merendeel van de ecosysteemdiensten. Dat komt door de grote oppervlakte die ze innemen. Voorbeelden van ecosysteemdiensten in landbouwgebied zijn recreatie op het platteland en CO2-captatie door landbouwgewassen.

Een kleine wijziging in het landgebruik door de landbouw, bijvoorbeeld door de omschakeling naar biolandbouw of een ecologische intensivering, kan een grote winst in ecosysteemdiensten opleveren. Agro-ecologie is volgens het rapport niet de enige manier om de voordelen van landbouw te maximaliseren en de nadelen te minimaliseren. Ook een verdere ecologische modernisering, bijvoorbeeld door de toepassing van precisielandbouwtechnieken, kan een oplossing bieden. De winst van zulke maatregelen voor de maatschappij is mogelijk veel groter dan wanneer we zouden investeren in ecosystemen met een groot potentieel aan diensten per hectare, maar met slechts een kleine oppervlakte in Vlaanderen.

Meer info: NARA-T 2014

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Loonwerk Defour

Volg VILT ook via