nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

13.07.2017 Voeren wil toeristische troef niet verliezen aan maïs

Radio 2 Limburg meldde recent dat de voor Voeren typisch glooiende weilanden dreigen te verdwijnen. Op hellingen wordt grasland omgeploegd en verschijnt er maïs in de plaats, tot grote ongerustheid van burgemeester Huub Broers. “De maïs dient niet om de koeien van plaatselijke veehouders te voeden, maar wordt door Nederlandse landbouwers en loonwerkers geteeld en afgevoerd naar een biogasinstallatie in Aken”, licht Broers toe aan VILT. Een evolutie die hij om verschillende redenen onwenselijk vindt: het vergroot het risico op bodemerosie en doet afbreuk aan het landschap dat een grote aantrekkingskracht uitoefent op toeristen. Toerisme dat ook voor lokale melkveehouders die een ijssalon of terras uitbaten een bron van inkomsten is, zo benadrukt de burgemeester.

Jaarlijks overnachten 120.000 toeristen in Voeren. Eén van de mooiste plekken van Vlaanderen ontvangt ook een veelvoud aan dagjestoeristen. Allemaal komen zij voor het prachtige landschap want Voeren heeft veel groen dankzij landbouw en natuur, ligt tussen 50 en 287 meter boven de zeespiegel en de heuvels zorgen voor prachtige vergezichten. Zonder dat landschap geen toeristen, zodat burgemeester Huub Broers (Voerbelangen) ijvert voor het behoud ervan. Dat wordt hem momenteel niet makkelijk gemaakt door natuurdoelstellingen die een bosuitbreiding met 155 hectare voorzien en door Noorderburen die grond verwerven in Voeren om er maïs te telen voor een biogasinstallatie.

Over de bosuitbreiding kan burgemeester Broers kort zijn: “Idioterie want Voeren is al één van de bosrijkste gemeenten van Vlaanderen.” Meer bos betekent niet alleen minder vergezichten op het Voerense landschap, maar ook grondverlies voor de plaatselijke landbouwers. Zij hebben het al langer moeilijk omdat de prijzen voor producten zoals melk geen hoge toppen scheren. Bovendien worden zij sinds kort geconfronteerd met Nederlandse collega’s die woekerprijzen betalen voor gronden. Het lokale landschap is de Noorderburen geen zorg dus gaat de ploeg in grasland en verschijnt er maïs in de plaats. Die maïs is bestemd voor energieproductie en wordt, zo tipt een lezer de redactie, door een Waalse loonwerker opgekocht en naar de vergistingsinstallatie in Aken vervoerd. Ook in Nederlands Limburg groeit al een aantal jaren veel biogasmaïs.

Tegen de maïs die de landbouwers uit Voeren onderaan de hellingen telen voor hun koeien heeft de burgemeester niet het minste bezwaar, “maar het gezond verstand zegt dat je percelen op een steile helling niet omploegt”. Door de nieuwe eigenaars van de percelen gebeurt dat wel, en op de dag van het telefoongesprek met VILT moet Huub Broers de gevolgen daarvan onder ogen zien. “Woensdag maakten we een stortbui mee. Een maïsperceel op een helling creëert riolen van afspoelend water en modder. De brandweer heeft op drie plaatsen de modder van de weg moeten spuiten. We kunnen dat als gemeentebestuur niet blijven betalen en het protest van inwoners klinkt steeds luider.”

Volgens Boerenbond is het niet zo dat hellende graslandpercelen massaal geploegd worden in Voeren. Regioconsulent Heidi Pinxten verwijst naar cijfers die landbouwonderzoeksinstituut ILVO vergaarde en waaruit blijkt dat de verhouding gras- en akkerland geen grote veranderingen ondergaat. “Een aantal permanente graslanden zijn geploegd en elders opnieuw als tijdelijk grasland aangelegd. Voor het grasland dat verdwijnt komt er dus ook weer grasland bij. En wie van een grasland een akker maakt, moet rekening houden met de regels van het erosiebeleid”, ontkent Pinxten het probleem, al is ze wel op de hoogte van Noorderburen die in Voeren grond verwerven.

Haar voornaamste vrees is dat extra beperkingen op het scheuren van grasland vooral de plaatselijke landbouwers zullen treffen “want grasland moet van perceel kunnen wisselen in het kader van een normale bedrijfsvoering”. Ook Jean Geelen van de bedrijfsgilde van Boerenbond benadrukte op Radio 2 dat extra regels onwenselijk zijn. “Wij begrijpen dat het landschap behouden moet blijven maar economisch moet het allemaal haalbaar zijn. En dan zouden er net minder regels moeten komen.”

De burgemeester van Voeren wil niet dat het probleem geminimaliseerd wordt: “Beetje bij beetje verdwijnt het grasland op de hellingen. Dat ondergraaft het toerisme, wat samen met landbouw de belangrijkste en ook enige economische sterkhouder is van de gemeente. De kansen voor verbreding van de landbouw situeren zich hier vooral in het toerisme. Onze veehouders hoeven niet te kiezen voor grootschaligheid. Een aantal onder hen baat reeds een ijssalon of terras uit. Door de hellingen te ploegen en het landschap te schaden, doe je naast alle andere inwoners ook die boeren geen plezier. Mijn grote vrees is dat de veeteelt vertrekt uit Voeren want dan is het landschap en bijgevolg ook onze gemeente ten dode opgeschreven.”

Broers benadrukt nog dat hij de plaatselijke landbouwers niet wil benadelen met nieuwe regels want, zo zegt hij, “regels zijn er al genoeg voor de landbouwsector”. Op termijn speelt hij met het idee om voor Voeren een streeklabel uit te werken: “De wijn uit Voeren wordt zelfs in West-Vlaamse restaurants geserveerd. Waarom zou het dan niet lukken om de streekidentiteit van andere landbouwproducten te versterken?”

Bron: eigen verslaggeving / Radio 2

Volg VILT ook via