nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

27.03.2019 Voorstel van mestdecreet ingediend in parlement

Op voorstel van de Europese Commissie gaven de lidstaten van de Europese Unie woensdag positief advies over de Vlaamse derogatie. Dat advies opent de weg naar een definitieve goedkeuring van de derogatie door de Europese Commissie, op voorwaarde dat het mestdecreet tijdig gestemd wordt in het Vlaams Parlement. Over de wettekst is er reeds een politiek akkoord tussen meerderheidspartijen CD&V, Open Vld en N-VA. Dat kwam er na nieuwe verstrengingen die niet in de ontwerptekst van MAP 6 stonden waarover de landbouworganisaties mee onderhandeld hebben. De aangepaste tekst, die voorziet in extra inspanningen voor de waterkwaliteit op twee derde van het totale Vlaamse landbouwareaal, is ter goedkeuring overgemaakt aan het Vlaams Parlement.

Dankzij derogatie kunnen landbouwers onder strikte voorwaarden meer dierlijke mest gebruiken dan 170 kilo stikstof per hectare, zoals vastgesteld door de Nitraatrichtlijn. De derogatie resulteert in het beter sluiten van de nutriëntenkringloop in de landbouw. Dat past in de circulaire economie en betekent een belangrijke kostenbesparing voor landbouwbedrijven. Vooral voor de intensieve melkveebedrijven in de Kempen maakt derogatie een wereld van verschil. Zonder deze gunstregeling zouden bedrijven die krap in areaal zitten dierlijke mest moeten afvoeren. Tezelfdertijd moeten ze dan meer kunstmest aankopen om gras en maïs te doen groeien, wat haaks staat op een circulaire economie.

Vorig jaar maakten 2.800 bedrijven gebruik van de derogatie op een areaal van 94.000 hectare, grotendeels gras en maïs maar het kan ook op andere teelten (bieten bijvoorbeeld) met een hoge stikstofopname en lang groeiseizoen. Op die manier werd 7,5 miljoen kilo stikstof aan kunstmest uitgespaard. Vlaams minister van Landbouw Koen Van den Heuvel reageert tevreden op het positief advies in het EU-Nitraatcomité. De Europese Commissie gaf eind vorig jaar al groen licht en nu weet het mestactieplan dus ook de andere lidstaten te overtuigen. “Het is cruciaal dat het mestdecreet zo snel als mogelijk goedgekeurd wordt in het Vlaams Parlement zodat we de derogatie definitief kunnen binnenhalen en onze Vlaamse landbouwers de nodige rechtszekerheid kunnen geven”, besluit Van den Heuvel.

Het voorstel van decreet is dezelfde dag nog ingediend in het parlement door de meerderheidspartijen. “Met deze nieuwe maatregelen sturen we bij om ervoor te zorgen dat de waterkwaliteit in landbouwgebied opnieuw zal verbeteren,” aldus de indieners Tinne Rombouts (CD&V), Wilfried Vandaele (N-VA) en Francesco Vanderjeugd (Open Vld). “De waterkwaliteit in landbouwgebied stagneert de laatste jaren en de uitzonderlijke droogtes van de afgelopen twee jaar zetten de resultaten nog meer onder druk”, analyseert Rombouts. Met ambitieuze maar naar verluidt haalbare maatregelen moet MAP 6 daar verandering in brengen. Het Vlaamse mestbeleid huldigt voortaan het ‘4J-principe’: ‘Juiste dosis’, ‘Juiste tijdstip’, ‘Juiste mestsoort’ en ‘Juiste bemestingstechniek’.

Om dat te realiseren zal het actieplan enerzijds inzetten op een betere implementatie en handhaving met specifieke aandacht voor mestverwerking en kunstmestgebruik. Anderzijds wordt de gebiedsgerichte aanpak geïntensiveerd. Vlaanderen zal daarbij opgedeeld worden in vier gebiedstypes op basis van de gemeten waterkwaliteit. “Voor elk gebiedstype gelden specifieke maatregelen afhankelijk van het nog te bereiken doel. Deze gaan verder dan de voorwaarden van het vorige mestactieprogramma”, legt Wilfried Vandaele uit. “De specifieke maatregelen zullen van toepassing worden op zo'n 400.000 hectare van het Vlaamse landbouwareaal.” Meer landbouwers zullen dus een inspanning moeten doen voor de waterkwaliteit.

“Voor de opdeling van Vlaanderen in de vier gebiedstypes werken we met verlaagde gemiddelde meetwaarden”, vervolgt Francesco Vanderjeugd. “Zo kunnen we beter de gebieden afbakenen waar er een structureel probleem of risico is omdat extreme resultaten (piekmetingen, nvdr.), soms door niet te verklaren omstandigheden, minder bepalend zijn. Bovendien worden de land- en tuinbouwers in deze gebieden ook individueel opgevolgd en krijgen zij de kans om vrijgesteld te worden van de bijkomende maatregelen indien ze op bedrijfsniveau goede resultaten kunnen voorleggen. Dit is een belangrijke stimulans voor boeren en tuinders om de doelstellingen te behalen.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via