nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

21.05.2019 Voorzitter milieucommissie heeft vertrouwen in MAP6

De berichtgeving over fraude bij de verwerking van mest voedt de kritiek op het mestbeleid. Een nieuw mestactieplan is door de milieubeweging en de oppositie in het Vlaams Parlement nog nooit op applaus onthaald, maar dit keer is hun verzet toch wel heel hardnekkig. Als voorzitter van de commissie Leefmilieu wenst Tinne Rombouts (CD&V) te reageren: “Aan de Mestbank is uitdrukkelijk de opdracht gegeven om de focus te verleggen naar praktijken die invloed hebben op het milieu, met extra aandacht voor mestverwerking, in plaats van zich te richten op administratieve controles. Dat fraude aan het licht komt, is dus het resultaat van de terreincontroles die de voorbije jaren zijn ingevoerd en opgedreven.” De goedkeuring van MAP6 – unaniem, zo hoopt Rombouts – helpt volgens haar bij het sluiten van de resterende mazen in het net.

Het eerste mestactieplan (MAP) dateert van 1995. Sindsdien worden van de landbouwsector stevige inspanningen verwacht om de oppervlaktewaterkwaliteit te verbeteren. “De eerste jaren waren de resultaten daar ook naar, maar de laatste stappen zijn duidelijk de moeilijkste”, zegt Vlaams parlementslid Tinne Rombouts (CD&V). “Bovendien laten de productiefactoren in de landbouw zich niet beheersen zoals in andere economische sectoren.” Ze geeft aan dat het weer altijd een onzekere factor vormt, en de voorbije jaren meermaals roet in het eten strooide. In 2016 was het bijvoorbeeld veel te nat en in 2017 en zeker in 2018 veel te droog. Een jaar met een slechte oogst is ook een jaar waarbij er meer nitraat in de bodem achterblijft en dreigt uit te spoelen. Geremd in hun groei door ongunstige weersomstandigheden kunnen planten dan niet alle stikstof opnemen.

De onzekerheid die eigen is aan een productieproces in openlucht zorgt er samen met het steeds strengere mestbeleid voor dat landbouwers op een minutieuze manier dienen te werken. Rombouts: “Als mest verkeerd wordt gebruikt, heeft dat daarom ineens grote gevolgen, zeker wanneer er enkelingen zijn die fraude willen plegen.” De voorzitter van de milieucommissie laat dus verstaan dat de meerderheid van de landbouwers te goeder trouw is. In De Standaard luidde het nog dat er op grote schaal gesjoemeld wordt met mestverwerking en daarmee miljoenen worden verdiend. Het bestaan van fraudepraktijken zoals vrachtwagens die zonder lading een mesttransport richting verwerkingsinstallatie registreren, werd door de Vlaamse Landmaatschappij bevestigd. Over de omvang van de fraude gaf de waakhond van het mestbeleid geen uitsluitsel.

Los van de recente onthullingen was handhaving altijd al een prioriteit van het mestbeleid. “In MAP6, dat morgen ter stemming voorligt in een speciaal bijeengeroepen plenaire vergadering, is die focus ook vertaald in een aantal extra handhavingsinstrumenten”, weet Tinne Rombouts. Ze staaft dat met een aantal voorbeelden. Alle mesttransporten in gebieden waar de waterkwaliteit nog niet in orde is, zullen bijvoorbeeld door een erkend mesttransporteur moeten gebeuren zodat de Mestbank ze kan volgen via AGR-GPS. Mestverwerkers zullen een debietmeter moeten installeren, wat volgens Rombouts een rechtstreeks gevolg is van de feedback die het parlement gaf op het laatste jaarrapport van de Mestbank.

Verder komen er hogere boetes voor wie tegen de lamp loopt. Waar de nadruk in het mestbeleid tot dusver sterk op dierlijke mest lag – vanuit het idee dat kunstmest duur is en boeren dus niet meer zullen strooien dan nodig – wordt het kunstmestgebruik door MAP6 beter in beeld gebracht. Door de fraudezaak wordt dierlijke mest nu plots afgeschilderd als een afvalproduct van de veehouderij. Daarom wil Rombouts ook even kwijt dat boeren en tuinders geen kwaliteitsvol voedsel kunnen produceren zonder bemesting van hun velden. “Voor een rechte wortel en een mooi grote kool is mest net de belangrijkste grondstof.” Net daarom zit de politica zo gebrand op een goedkeuring van het nieuwe mestbeleid. Als Europa van Vlaanderen geen goedgekeurd plan van aanpak onder ogen krijgt, dan blijft de derogatie uit. Dat zou de kringloop op grondgebonden (melk)veebedrijven verstoren en hen verplichten om dierlijke mest af te voeren en in de plaats kunstmest aan te wenden.

Op de gestage verbetering van de waterkwaliteit waarin het mestbeleid jarenlang resulteerde, zat vertraging sinds MAP4 en MAP5 bleef ver onder de verwachtingen. Tinne Rombouts wijst op de weersextremen die de laatste jaren voor stoorzender speelden. Ze vindt het te gemakkelijk van de oppositiepartijen om het geloof in het mestbeleid op te zeggen. “Ik zie geen alternatief voor MAP6, of we komen terecht in het afbouwscenario voor de veestapel dat sommigen wensen terwijl er geen lineair verband is tussen waterkwaliteit en omvang van de veestapel.” Het is niet de hoeveelheid mest die hier geproduceerd wordt die van belang is voor de waterkwaliteit, wel de hoeveelheid die aangewend wordt op akkers en weiden en de manier waarop. Door mestverwerking en export van ruwe dierlijke mest is de mestbalans al jarenlang in evenwicht op Vlaams niveau.

Omdat de aanwending van mest zo bepalend is voor de waterkwaliteit noemt Rombouts het positief dat het aangepaste Mestdecreet het coördinatiecentrum CVBB erkent in zijn rol van begeleider ten velde. “Dat pareert ook de kritiek op het gebrek aan mankracht bij de Vlaamse Landmaatschappij. Net als bij andere overheidsdiensten zijn ook daar besparingen doorgevoerd, maar de cel Handhaving bleef daarvan gespaard. Bedrijfsbegeleiding verdween als dienstverlening vanuit VLM, maar die taak verschoof naar CVBB. Hun taak is tweeledig, enerzijds de landbouwers begeleiden en anderzijds de problemen uit de praktijk capteren en voorleggen aan beleidsmakers.”

In de reflectienota van Groen over MAP6 staat onverhulde kritiek op het besluitvormingsproces. Het parlement zou in zijn rol miskend zijn. De voorzitter van de milieucommissie weerlegt dat met klem: “Als ik zie hoeveel tijd het parlement heeft uitgetrokken voor het nieuwe mestbeleid, dan zijn alle mogelijkheden benut geweest. Woensdag debatteren we een laatste keer, maar de besprekingen over MAP6 zijn in feite al gestart toen de Mestbank zijn Voortgangsrapport in het parlement kwam toelichten. Met opmerkingen die er toen kwamen, is er rekening gehouden in het voorstel van decreet. Andere opmerkingen of eisen van bepaalde partijen zijn niet weerhouden, maar daar is heus wel over nagedacht en gedebatteerd.” Gelet op de techniciteit van het Mestdecreet, de vele betrokken partijen en het voorafgaand overleg met Europa is de complexiteit van dit dossier groot en kan het parlement niet van A tot Z bij het mestbeleid betrokken zijn. Dat heeft de volksvertegenwoordigers volgens Rombouts niet belet om het mestbeleid mee in een beslissende plooi te gieten.

Het CD&V-parlementslid kan zich helemaal vinden in wat ze zelf “een adequate aanpak” noemt. Dat er nu fraude aan het licht komt, vindt Rombouts geen teken van zwakte van het mestbeleid maar juist het resultaat van de terreincontroles die de voorbije jaren zijn ingevoerd en opgedreven. De Mestbank is zich steeds meer gaan richten op praktijken met een schadelijke milieu-impact in plaats van te controleren op de ‘mestboekhouding’. Rombouts ijvert voor een constructieve samenwerking om de resterende mazen in het net zo snel mogelijk te sluiten. “Daarom moeten we morgen het nieuwe mestdecreet goedkeuren en ik hoop daarbij op een unanimiteit,” aldus de politica. “Door land- en tuinbouwers aan te moedigen om de doelstellingen te halen, zullen we meer resultaten boeken dan wanneer we hen stigmatiseren. Zij die misbruik maken van het systeem en daarmee de goede inspanningen van hun collega’s en de verbeteringen van de waterkwaliteit tenietdoen, doen de deur dicht voor de eigen sector. Het nieuwe mestactieplan geeft nieuwe werkinstrumenten. Het is aan de Mestbank om deze op de meest milieuefficiënte manier in te zetten en eventuele fraudepraktijken te stoppen. Alleen zo kunnen we betere resultaten boeken!”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Vlaamse Landmaatschappij

Volg VILT ook via