nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

22.02.2017 Waalse boeren reageren sceptisch op 'zéro phyto'-plan

In Wallonië wordt landbouworganisatie FWA ongemakkelijk van het idee dat landbouwers het in 2030 mogelijk zonder chemische gewasbeschermingsmiddelen moeten stellen. Het ‘zéro phyto’-concept dateert al van 2014 maar viseerde oorspronkelijk de landbouwsector niet. De term dook op toen het gebruik van bestrijdingsmiddelen op het openbaar domein verboden werd. Richting 2019 wil de Waalse overheid ook bij particulieren een gedragswijziging realiseren. Carlo Di Antonio en René Collin, respectievelijk milieu- en landbouwminister, zouden ‘zéro phyto’ graag ook realiseren op het meer dan 700.000 hectare grote landbouwareaal. De Waalse boeren vrezen dat de beleidsmakers elke zin voor realiteit verloren hebben.

Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen staat onder druk. Dat komt het sterkst tot uiting op het openbaar domein want openbare besturen mogen sedert 1 januari 2015 geen herbiciden meer gebruiken om hun terreinen onkruidvrij te houden. Ook burgers mogen de stoep voor hun huis niet meer met onkruidbestrijdingsmiddelen behandelen. Groendiensten van gemeenten hebben het geweer van schouder moeten veranderen. De strijd die ze voortaan met mechanische hulpmiddelen voeren tegen onkruid is een werk van lange adem. Dat het niet vanzelf loopt, heeft meermaals de kranten gehaald. Burgers ergerden zich luidop aan onkruid op kerkhoven en speelpleinen. Gemeentebesturen maakten zich op hun beurt zorgen over de extra werkdruk voor hun groendienst en over het prijskaartje van mechanische onkruidbestrijding.

Ook in de landbouwsector staat het gebruik van chemie ter beheersing van onkruiden, ziekten en plagen onder druk. Je hoeft de laatste editie van het weekblad Landbouwleven maar open te slaan om daarmee geconfronteerd te worden. Met de titel ‘Sproeien loont, maar waarmee?’ wordt een artikel aangekondigd over de gewasbeschermingsmiddelen die in 2016 hun erkenning verloren, of op het punt staan van de markt gehaald te worden. “Voor herbiciden zitten er geen nieuwe moleculen aan te komen. De volgende tien jaar zullen we het dus moeten doen met de middelen die we al hebben”, klinkt het. Landbouwleven schrijft over “een soort chemofobie die in de publieke opinie heerst” om de grote maatschappelijke druk op gewasbescherming te verklaren.

Je zou verwachten dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op landbouwpercelen in het dicht bevolkte Vlaanderen moeilijker ligt dan op de uitgestrekte velden in Wallonië. Het tegendeel is waar want onder impuls van de Waalse ministers van Leefmilieu en Landbouw is over de taalgrens het plan opgevat om richting 2030 te evolueren naar een landbouw zonder chemie. De beleidsmakers wijzen erop dat pesticiden reeds op een groot deel van het Waalse grondgebied gebannen worden, namelijk in alle bossen en tegen 2019 moet ook het gebruik ervan op het openbaar domein herleid zijn tot nul. Beide ministers tillen ook zwaar aan de milieudruk en waterverontreiniging door pesticiden. Bovendien past de aankondiging ‘Wallonie zéro phyto’ in een visie op landbouw waarin bio en de korte keten een veel belangrijkere rol toegedicht krijgen.

De Waalse boeren ervaren al langer dat milieuminister Carlo Di Antonio, die landbouwminister was in de vorige regering, geen fan is van pesticiden. Zo wou Di Antonio gyfosaat verbieden, of op zijn minst beperken, en was hij daarom niet blij dat ons land zich binnen Europa uitsprak voor een verlenging van de markttoelating van glyfosaat. De aankondiging ‘Wallonie zéro phyto’ is de stap te ver voor FWA, de grootste landbouworganisatie in het andere landsgedeelte. Met affiches genre ‘Biollonie, région 100% bio – politique-fiction’ mobiliseert FWA de achterban om samen te komen en het debat aan te gaan met de beleidsmakers.

Voordien is dat niet gebeurd want FWA hekelt dat de Waalse overheid de sector niet consulteerde. Wel is aan landbouwonderzoekscentrum CRA-W gevraagd om in te zetten op alternatieve bestrijdingsmethoden. FWA nodigde zelf experten van de onderzoekscentra en het bedrijfsleven uit om de alternatieve bestrijdingsmethoden op infoavonden voor te stellen aan landbouwers. Daar werd het alle aanwezigen vrij snel duidelijk dat de oogstzekerheid van grote akkerbouwteelten zoals granen, maïs en bieten sterk achteruit zou gaan zonder chemische gewasbescherming. Een nulgebruik van pesticiden blijkt veel meer voeten in de aarde te hebben dan een verdere reductie door aangepaste teelttechnieken. Het succes van een mechanische onkruidbestrijding is bijvoorbeeld sterk afhankelijk van de weersomstandigheden.

De onzekerheid omtrent de alternatieven en het ongeloof bij de leden doet FWA volharden in het verzet. Landbouwminister René Collin probeert de gemoederen te bedaren door één en ander te nuanceren maar hij staat wel achter het ‘zéro phyto’-idee van zijn collega Di Antonio. Hij legt uit dat de maatschappij vragende partij is voor minder pesticiden maar belooft geen middelen te verbieden zonder de boeren effectieve en rendabele alternatieven voor te stellen. “Een landbouwbedrijf moet rendabel zijn om te kunnen overleven, maar het is aan de politiek om langetermijndoelen te formuleren”, aldus Collin.

De kabinetschef van minister Collin verwees op één van de boerenbijeenkomsten naar de melkveehouders die meerwaarde realiseren met biologische melk, en naar de Waalse consument die zich in enquêtes bereid verklaart om meer te betalen voor kwaliteitsvoeding. De overheid verwacht dat bio zijn groei in Wallonië voortzet en er tegen 2020 zo’n 2.000 bioboeren actief kunnen zijn. Gangbare landbouwers vragen zich af of de consument in de toekomst nog meer zal willen betalen voor biovoeding als de gangbare landbouwpraktijk ‘zéro phyto’ wordt. Ook bioboeren bouwen enige reserve in want zij vrezen dat te snel vooruitgang willen boeken in de productiemethode de meerprijs van bio kan doen veranderen in een voorwaarde voor markttoegang.

Bron: eigen verslaggeving / FWA.be

Beeld: Cofabel

Volg VILT ook via