nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

31.07.2017 Waalse voedingsindustrie investeert 12 procent meer

De Waalse voedingsindustrie heeft vertrouwen in de toekomst en investeert 12 procent meer dan vorig jaar, zo meldt FEVIA Wallonië. Tegelijkertijd is de sector beducht voor het zogenaamde “gastronationalisme” en wordt vastgesteld dat bijvoorbeeld het Franse experiment met verplichte oorsprongsetikettering de competitiviteit sterk aantast. De maatregel heeft volgens FEVIA de export van zuivelproducten het voorbije jaar met 30 procent doen dalen. Nog opvallend: tussen 2012 en 2016 steeg het aandeel van de voedingsindustrie in het totaal van industriële investeringen van 15 naar 25 procent. 

Het nieuwe economisch jaarverslag van de Waalse voedingsindustrie bevestigt dat de sector “een locomotief van de Waalse industrie” is. Na een stijging van 19 procent van de investeringen in 2015, groeide ze ook op in 2016 met nog eens 12 procent meer investeringen. Tussen 2012 en 2016 steeg het aandeel van de voedingsindustrie in het totaal van de industriële investeringen van 14,8 procent naar 24,8 procent. Die investeringen vinden vooral plaats binnen de sectoren van de aardappelverwerking, de brood- en banketbakkerij, de dranken, de chocolade, het vlees en de ingrediënten.

In 2016 steeg de omzet van de Waalse voedingsindustrie met 1,5 procent tot 8 miljard euro. Ook de export steeg met 1,5 procent, vooral door meer uitvoer naar landen buiten de Europese Unie. De Waalse voedingsindustrie zorgde ook voor meer industriële werkgelegenheid. In 2016 verschafte ze een job aan 21.395 werknemers, een toename van 4 procent. De voedingsindustrie vertegenwoordigt 17,9 procent van de Waalse industriële tewerkstelling. Dat de gemiddelde leeftijd van die werknemers steeds verder stijgt, baart FEVIA zorgen.

Tegelijk staat de competitiviteit van de sector onder druk, aldus FEVIA, dat verwijst naar de stijgende meerkosten voor energie, de kilometerheffing, de loonkostenhandicap, de opeenstapeling van heffingen en belastingen, de Brexit en het “gastronationalisme”. De Waalse voedingsindustrie maakt zich vooral zorgen om het Franse experiment met verplichte oorsprongsetikettering dat in een jaar tijd de export van zuivelproducten met 30 procent deed dalen, zo klinkt het.

FEVIA staat er ook op te benadrukken dat ze sterk afhankelijk zijn van de Belgische landbouwers. Niet minder dan 60 procent van de verwerkte producten van de Belgische voedingsindustrie zijn afkomstig uit de Belgische landbouw, zo klinkt het. Net zoals de landbouwers zien ook de Waalse voedingsbedrijven af van de schommelingen van de grondstoffenprijzen, aldus FEVIA. Zo was de groei in productievolume in 2016 opvallend hoger dan de omzetgroei. Dit heeft vooral te maken met de lagere prijzen voor zuivel-, vlees- en suikerproducten, zo klinkt het.

Ook de milieu-inspanningen van de voedingsindustrie verdienen een pluim, zo vindt FEVIA. “De sector neemt het voortouw in de strijd tegen klimaatverandering door bijvoorbeeld installaties in gebruik te nemen die hernieuwbare energie produceren”, zo klinkt het. In 2016 namen al 64 Waalse voedingsbedrijven deel aan het “Accord de Branche Energie/CO2”, waarmee ze zich engageren voor de beperking van CO2-emissie en een verhoging van de energie-efficiëntie. Dit sectorakkoord overkoepelt tal van initiatieven om een duurzame groei te verzekeren met een zo beperkt mogelijke impact op het klimaat.

De voedingsindustrie kan enkel in samenspraak met alle actoren van de keten een duurzame groei verzekeren. Op vlak van innovatie werkt de voedingsindustrie samen met Wagralim, de innovatiepool van de agrovoedingsindustrie, en met de andere partners in de voedingsketen, aan het initiatief “D’Avenir” om de duurzame groei van het Waals agrovoedingssysteem te bevorderen. “Het initiatief D’Avenir levert een toegevoegde waarde op aan de Waalse voedingsindustrie, dankzij de kennisuitwisseling en samenwerking met alle betrokken partijen die hieruit voorvloeien”, aldus nog FEVIA.

“De Waalse voedingsindustrie toont opnieuw dat het een enorm groeipotentieel heeft, maar we mogen onze ogen niet sluiten voor een aantal duidelijke obstakels die de groei kunnen afremmen, te beginnen met de opeenstapeling van taksen en heffingen”, zo zegt Guy Paternoster, voorzitter van FEVIA Wallonie. “We moeten de competitiviteit van de sector versterken om ons groeimodel in stand te houden en jobcreatie in Wallonië mogelijk te maken. Ondanks de taxshift bedraagt de loonkostenhandicap nog steeds 17,5 procent. Maar we zien ook dat de meerkosten op de elektriciteitsrekening met 337 procent stegen sinds 2009 en dat de kilometerheffing onze sector hard treft. Dat grensaankopen blijven toenemen sinds 2008 en in 2016 opnieuw met bijna 8 procent stegen is dus geen toeval.” 

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Milcobel

Volg VILT ook via