nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

10.12.2017 Waardering van Vlaming voor landbouw blijft groot

Het laatste decennium is de waardering van de burger voor de Vlaamse land- en tuinbouw relatief hoog en stabiel. Dat blijkt uit een onderzoek dat werd uitgevoerd door de Universiteit Gent in opdracht van VILT. De landbouwer krijgt een score van 7,3 op 10 van de Vlaming, de sector krijgt 7,1 op 10. “We zien dat de perceptie over dierenwelzijn en duurzaamheid licht terugloopt, terwijl de sector op dit vlak ernstige inspanningen heeft gedaan. Daarom blijven het belangrijke aandachtspunten voor de landbouw om over te communiceren”, zegt UGent-professor Gino Verleye, die het onderzoek tijdens Agribex voorstelde.

VILT houdt al 20 jaar lang de vinger aan de pols wat betreft het landbouwimago. Elke vijf jaar wordt in een grootschalige enquête gepolst naar het beeld dat de Vlaming heeft van de sector. De basis van de vragenlijst is al editie na editie dezelfde, actuele thema’s worden er telkens aan toegevoegd. Tijdens de laatste vier onderzoeken mocht VILT rekenen op de expertise van professor Gino Verleye, verbonden aan de vakgroep Communicatiewetenschappen van de Universiteit Gent. Onderzoeker van dienst was deze editie Katja Zadorina.

In totaal werd een representatieve steekproef van 942 Vlamingen bevraagd in de periode 17 maart tot en met 22 maart 2017, dus voor de beelden van Animal Rights de pers bereikten en voor de fipronilcrisis de pluimveesector trof. Daaruit blijkt dat de Vlaming landbouw vandaag nog steeds ziet als een belangrijke economische sector die zich mag richten op export en die jobs creëert. De prijsvorming voor de boer wordt evenwel als problematisch gezien: slechts 16 procent van de Vlamingen is van mening dat landbouwers een eerlijke prijs krijgen voor hun producten. Inkomenssteun is voor twee derde van de Vlamingen gerechtvaardigd als daar extra dierenwelzijns- en milieueisen tegenover staan.

Op vlak van dierenwelzijn zien we dat slechts een kleine minderheid (12%) oordeelt dat de landbouwer vandaag zijn dieren niet met respect behandeld. 44 procent noemt landbouw zelfs vooruitstrevend op vlak van dierenwelzijn. Toch is bijna zes op tien Vlamingen ervan overtuigd dat dieren het beter hebben op kleinschalige dan op grootschalige landbouwbedrijven. Slechts 14 procent van de Vlamingen vindt dat de sector in de toekomst moet stoppen met het kweken van vlees. Al vindt een derde wel dat insecten, soja, algen en vis een alternatief kunnen zijn voor de vleesproductie.

“Een andere belangrijke driver voor het imago is milieu”, zo vertelt professor Verleye. We zien dat 23 procent van de Vlamingen land- en tuinbouw vandaag als milieuvervuilend percipieert. Bijna zes op tien meent dat landbouw de jongste jaren met steeds meer respect voor het milieu produceert. Een opvallende vaststelling volgens Verleye is dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen onder druk komt te staan. Zo denkt 45 procent van de respondenten dat het huidige gebruik ervan een gevaar inhoudt voor mens en milieu. De Vlaming ziet ook een rol weggelegd voor de landbouw in de transitie naar groene energie. Zowat zeven op tien ziet land- en tuinbouwbedrijven als geschikte locaties voor groene energieproductie en zes op tien is bereid groene stroom of groene warmte af te nemen van een boer uit de buurt.

Op vlak van ruimte zien we dat 63 procent van de Vlamingen ervan overtuigd is dat landbouw vandaag voor open ruimte zorgt. Net iets meer vindt dat het Vlaamse landbouwareaal niet verder mag krimpen. Gezien de beschikbare ruimte beperkt is, vindt een derde van de respondenten dat natuur voorrang moet krijgen op landbouw. Voor 15 procent mag wonen voorrang krijgen op landbouw en voor 11 procent krijgt industrie voorrang. Op de vraag of de stallen die vandaag gebouwd worden eerder thuishoren op een industrieterrein dan op het platteland, antwoordt 28 procent ja.

Als we kijken naar de schaalvergroting in de landbouw, dan zien we dat net iets meer Vlamingen de sector vandaag als familiaal in plaats van als industrieel beoordeelt. Slechts 23 procent vindt dat landbouw kleinschalig moet zijn. Eenzelfde aantal Vlamingen vindt dat de omvang van de Vlaamse veestapel te groot is. Ook voor de toekomst zien we geen uitgesproken mening over de schaalgrootte van landbouwbedrijven.

Omdat sinds 2002 gewerkt met eenzelfde vragenlijst en dezelfde analysetechnieken is een vergelijking in de tijd mogelijk. Daarbij valt het op dat de landbouw anno 2017 iets minder goed scoort op vlak van duurzaamheid dan vijf of tien jaar geleden. Vlamingen hebben minder de indruk dat het gebruik van kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen daalt dan in 2012. Ook het idee dat landbouw de jongste jaren met steeds meer respect voor het milieu produceert, verliest wat terrein.

Cijfers tonen nochtans aan dat de landbouw in realiteit wél heel wat sprongen vooruit heeft gezet: de Vlaamse broeikasgasuitstoot is teruggelopen, net als de druk van gewasbescherming, de uitstoot van fijn stof, het gebruik van kunstmest en het energiegebruik. Ook zien we dat de agromilieumaatregelen, inspanningen die landbouwers doen om hun areaal milieuvriendelijker te bewerken dan wettelijk is verplicht, aan belang winnen. “Dit doet ons besluiten dat er een discrepantie is tussen de identiteit en het imago van de sector. De cijfers tonen aan dat landbouw belangrijke stappen vooruit heeft gezet, maar de Vlaming percipieert dit niet zo”, verklaart professor Verleye.

Meer weten over het imago van de Vlaamse land- en tuinbouw? Lees er maandag alles over in geVILT. 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via