nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

05.07.2019 Waarom lopen hoogspanningslijnen niet vaak ondergronds?

De eerste inspraakronde van het Ventilus-project zit erop. Zo’n 1.600 mensen daagden op. En nu, vraagt de Krant van West-Vlaanderen zich af. De meest gehoorde opmerking tijdens de infomarkten was de vraag waarom de 380.000 volts-kabels niet ondergronds kunnen komen. Netbeheerder Elia verwijst naar de bedrijfszekerheid die minder groot is bij een ondergrondse kabel en naar de veel hogere investeringskost. Professor Jan Desmet (UGent) bevestigt dat: “Hoogspanning moet in sleuven van 10 tot 20 meter breed en 2,5 meter diep gelegd worden. Alleen al het installeren kost acht tot tien keer meer dan het plaatsen van luchtlijnen. En dan tellen we er de kost van de onteigeningen nog niet bij.”

Waar in West-Vlaanderen komt de 82 kilometer lange hoogspanningslijn, die de windenergie van op zee naar het binnenland moet brengen? Die vraag bracht 1.600 mensen op de been voor een bezoek aan één van de tien infomarkten in West-Vlaanderen. De Vlaamse overheid en netbeheerder Elia organiseerden het participatiemoment. Hoeveel adviezen en bezwaren ingediend zijn, kunnen zij nog niet zeggen. “Alles is verzegeld toegekomen op ons departement. Begin volgende week hopen we de eerste cijfers te kunnen meedelen”, aldus Brigitte Borgmans, woordvoerder van het Departement Omgeving.

In het najaar komt er een scoping-nota met daarin de alternatieven die onderzocht zullen worden, hoe dit zal gebeuren en hoe de mensen zullen kunnen participeren. Daarna wordt een voorontwerp voor een Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (GRUP) opgesteld, net zoals een milieueffectenrapport (MER). Volgens de planning moeten deze klaar zijn eind 2020, waarna een nieuw participatiemoment start. Volgens de planning moet de Vlaamse regering in 2021 het definitieve tracé bepalen, waarbij de werken eind 2022 van start moeten gaan.

De voorziene 22 kilometer nieuwe hoogspanningslijnen lopen langs de E403, tussen Zedelgem en Roeselare. De felste tegenstand komt dan ook uit de steden en gemeenten langs de autosnelweg. De burgers groepeerden zich in actiegroepen ‘Burgerplatform Leefbaar E403’ en ‘Begraaf Ventilus’. Zij laten hun ongenoegen duidelijk blijken, schrijft de Krant van West-Vlaanderen. Haast op ieder erf langs de E403 prijken slogans tegen het project, tijdens elke infomarkt kwamen de tegenstanders protesteren met spandoeken en zelfs doodskisten en half mei hielden de landbouwers een protestactie met filterblokkades op de op- en afrit in Lichtervelde.

Alle 25 betrokken gemeentebesturen geven negatief advies. Het provinciebestuur wil dat de totale lengte van het bovengrondse net niet wordt uitgebreid, dat de nieuwe lijn gebundeld wordt met bestaande hoogspanningslijnen, autosnelwegen en waterlopen. Zoveel mogelijk moet ondergronds. Die opmerking keert steeds terug, maar een evidente oplossing is dat niet. “Ventilus wordt de ruggengraat van het Belgische elektriciteitsnet en moet een veilige en betrouwbare technologie hebben”, zegt Elia-projectverantwoordelijke Steve Van Muylder in de krant. Hooguit 8 van de 82 kilometer zou onder de grond kunnen.

Die stelling wordt bijgetreden door de wetenschap. “Hoogspanning is geen kabeltje laagspanning dat je 60 cm in de grond steekt”, zegt professor Jan Desmet van de vakgroep Elektrische Energie aan de Universiteit Gent. “Hoogspanning moet in sleuven van 10 tot 20 meter breed en 2,5 meter diep gelegd worden. Alleen het installeren, zonder de kost van de onteigeningen, kost acht tot tien keer meer dan luchtlijnen.” In de Krant van West-Vlaanderen insinueert de professor dat de grond onteigend moet worden omdat landbouwers de grond boven de kabels niet langer mogen bewerken. ABS-voorzitter Hendrik Vandamme spreekt dat echter tegen. “Gewone bodembewerkingen kunnen zonder problemen gebeuren. Enkel handelingen die dieper gaan dan de gebruikelijke landbouwactiviteiten moeten gemeld worden bij Elia, maar die zijn ook niet per definitie verboden”, verduidelijkt hij.

Tweede probleem waar de professor op wijst: het vermogen dat getransporteerd kan worden, ligt veel lager onder de grond. “Als er stroom door een kabel gaat, wordt die warm. Boven de grond kan die afkoelen door de lucht, onder de grond niet. Daarom heb je onder de grond veel meer kabels, spoelen en dergelijke nodig. Een derde reden is de bedrijfszekerheid. In de lucht zijn het stalen kabels, onder de grond koperen. Die zijn veel minder sterk, gevoelig voor aardverschuivingen, dieren en werkzaamheden. De plaatsen waar twee kabels aan elkaar gehecht zijn, zijn tere punten. En vier: onder de grond heb je geen visuele controle. Ik vermoed dat de hoogspanning toch bovengronds zal komen, en hier en daar ondergronds ter compensatie.”

Bron: Krant van West-Vlaanderen

Volg VILT ook via