nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

13.11.2015 "Waarom worden marktkansen bio niet benut?"

Vlaanderen is verre van zelfvoorzienend als het gaat over biologische landbouwproducten en het ziet er niet meteen naar uit dat de Vlaamse biosector die achterstand spoedig zal goedmaken. Integendeel, momenteel lijkt die achterstand nog te groeien, want terwijl de Vlaming in 2014 3,5 procent meer uitgaf aan bio, stagneert het bioareaal in Vlaanderen – het daalde vorig jaar zelfs met 0,5 procent. Waarom spelen niet meer landbouwers in op dat gat in de markt? BioForum-directeur Lieve Vercauteren probeerde er tijdens een debat van Jong Groen een antwoord op te formuleren.

Terwijl in heel Europa op gemiddeld 5,8 procent van het landbouwareaal biologisch geboerd wordt, blijft het Vlaams areaal steken op een schamele 0,8 procent. En dat is niet omdat de Vlaming geen bioproducten lust. Wel integendeel: terwijl de totale voedingsuitgaven vorig jaar met bijna 1 procent daalden, spendeerde de Vlaming 3,5 procent meer aan bio dan in 2013. Er ligt met andere woorden een erg interessante marktopportuniteit voor het grijpen, en dat lijken ook heel wat jonge, enthousiaste starters te beseffen: alleen al in 2014 zijn er 39 nieuwe biobedrijven opgestart in Vlaanderen, terwijl er 15 de brui aan gaven. De reden waarom die instroom het areaal niet de hoogte in jaagt, is dat 30 van die nieuwe bioboerderijen niet groter zijn dan drie hectare. 

“Starters halen zo veel mogelijk uit de beschikbare oppervlakte, maar veel van de mensen die bij ons afstuderen ambiëren eigenlijk wel iets groter”, klonk het eerder al bij Ineke Dockx van het opleidingscentrum voor biolandbouw Landwijzer. “Het probleem is dat ze daar geen plaats voor vinden”, zo vult Vercauteren aan. “De landbouwgrond in Vlaanderen is erg duur, en dus is het voor ‘nieuwe’ boeren – jongeren waarvan de (groot)ouders geen landbouwers (geweest) zijn en waar bedrijfsovername dus niet aan de orde is – heel erg moeilijk om voldoende grond bijeen te zoeken om een leefbaar bedrijf op uit te bouwen. Ze zijn dan vaak veroordeeld tot seizoenpacht, een systeem waarbij ze geen enkele zekerheid hebben dat ze dat stukje grond zullen kunnen blijven bewerken. En dat is problematisch voor een sector waar bodemzorg – een werk van lange adem – centraal staat.”

En dus is de grote kwantitatieve winst te boeken bij gangbare boeren die wél over een mooi bedrijfsareaal beschikken. Maar hoe komt het dat er niet meer gangbare landbouwers de sprong naar biolandbouw wagen? “De drempel is blijkbaar toch nog redelijk hoog”, stelt Vercauteren vast. “Dat heeft voor een deel zeker te maken met het feit dat je als gangbare boer dan afscheid moet nemen van zowat al je erfbetreders, die vaak vertrouwenspersonen zijn voor boeren. Doordat heel veel van die mensen uit het gangbare circuit erg weinig kaas hebben gegeten van biolandbouw, krijgt een landbouwer bij de omschakeling plots een heleboel nieuwe gezichten over de vloer, en dat vooruitzicht voelt blijkbaar vaak niet erg prettig.”

“Dat heeft ook te maken met opleiding”, gaat Vercauteren verder. “Biolandbouw krijgt erg weinig aandacht in het landbouwonderwijs, zowel in het middelbaar onderwijs als in het hoger onderwijs. Dat zorgt ervoor dat iedereen die uiteindelijk beroepsmatig in de landbouwsector terechtkomt een bepaalde kijk op landbouw heeft meegekregen waar bio amper of geen deel van uitmaakt. Daarbij komt nog dat er te weinig omkadering is voor zo’n omschakeling. Hier zou de overheid veel meer kunnen doen.”

“Onze landbouwminister Joke Schauvliege zegt wel dat ze de biolandbouw wil steunen, maar als je kijkt naar de inspanningen die in andere Europese landen vanuit het beleid worden geleverd, dan kan je alleen maar vaststellen dat dat niet van harte is”, zo analyseert Vercauteren het beleid. “Dat zie je ook aan de budgetten die vanuit de overheid worden uitgetrokken voor biolandbouwonderzoek. De minister schermt met het argument dat het budget in verhouding is met de grootte van onze sector, maar die is voorlopig nog steeds klein, dus om een sprong van betekenis te maken moet dat budget, net zoals in Nederland gebeurd is, fors worden opgetrokken.”

Daarnaast is ook het intensieve karakter van onze Vlaamse landbouw een belemmering. “Alles wat niet grondgebonden is, kan bijna onmogelijk omschakelen”, aldus Vercauteren. “Naast gezondheid, billijkheid en zorg is het respect voor kringlopen namelijk één van de basisprincipes van de biolandbouw. En zonder grond om voedergewassen te telen voor je varkens, koeien of kippen en om hun mest op kwijt te kunnen wordt zo'n kringloop wel heel moeilijk. Toch begrijp ik niet dat er bijvoorbeeld in de melkveehouderij niet meer boeren de overstap naar bio maken. Er zijn momenteel een twintigtal biomelkveehouders, maar dat zouden er veel meer kunnen zijn. In tegenstelling tot heel wat pluimvee- en varkenshouders beschikken zij vaak wel over behoorlijk wat land. En de prijzen voor gangbare melk zijn erg slecht, dus waar wachten ze nog op?”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via