nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

Stadslandbouw in Europa
22.02.2016  Wat het is en wat het kan of moet worden

Het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) en de Universiteit Gent ontvangen dinsdag wetenschappers en andere professionelen uit 21 EU-landen in Brussel om een stand van zaken op te maken van onderzoek en beleid inzake stadslandbouw. Het evenement vormt de afsluiting van een vierjarig Europees onderzoeksproject, een zogenaamde COST-actie, die de verschillende invalshoeken, kansen en valkuilen van het fenomeen in kaart heeft gebracht. De laatste jaren staat stadslandbouw flink in de kijker. Op het terrein starten allerlei initiatieven op onder de noemer stadslandbouw: van volkstuinen over verticale landbouw en dakboerderijen tot professionele online boerenmarkten en al dan niet coöperatieve zelfpluksystemen. Lokale zelfvoorziening en sociale aspecten komen vaak terug als drivers.

Antwerpen, Gent, Leuven, Brussel…voorbeelden genoeg van stadslandbouw
Charlotte Prové (ILVO) : “Het enthousiasme voor stadslandbouw uit zich in de groei van onder andere het aantal volkstuinen en gemeenschapstuinen, en via socio-economische projecten of organisaties die aan de slag gaan met voedselproductie in de stad. Zo is er bijvoorbeeld de stadsboerderij La Petite Senne in Sint-Jans-Molenbeek. Met een teeltoppervlakte van 1.100 m² wordt de oogst van ongeveer 100 kilo per week verwerkt in het sociaal restaurant Heksenketel. De boerderij mikt op sociale tewerkstelling, opleiding en werkervaring.”

“Maar ook aan de professionele kant beweegt van alles. Steeds meer landbouwers richten zich voor hun afzet tot de stad of maken gebruik van innovatieve distributiekanalen die de producent met de stedeling verbinden. In 2015 startten ze bijvoorbeeld met het concept ‘Fermet’ in Antwerpen, Gent en Leuven, hoewel het voorlopig op pauze werd gezet . Het concept van Fermet is een online boerenmarkt die je toelaat om op een flexibele manier onder andere verse groenten, fruit en vlees van boeren uit de buurt in huis te halen. Landbouwers experimenteren ook met andere innovatieve businessmodellen zoals Community Supported Agriculture (CSA). ‘Roof food’ is dan weer de eerste dakboerderij (rooftop farming) in Gent die er in lijkt te slagen om een succesvolle bedrijfsvoering uit te werken. De oogst wordt verwerkt in dagschotels, of beter 'dakschotels', die tijdens de lunch kunnen worden afgehaald of geleverd.”

kippen-vrije-uitloop-gevilt.jpg

“Hoe belangrijk stadslandbouw anno 2016 is? Precieze cijfers zijn er vooralsnog weinig. Er zijn bronnen die wereldwijd spreken van 800 miljoen stadslandbouwers, waarvan het grootste aandeel in ontwikkelingslanden. Hoe betekenisvol stadslandbouw precies is voor steden valt moeilijk te becijferen, omdat projecten vaak een onzekere levensduur hebben en/of niet geïnventariseerd zijn. Gewoon de landbouwers tellen die opereren in stedelijk gebied is ook geen optie omdat sommigen niet of nauwelijks interageren met hun directe omgeving en dus kunnen ze geen stadslandbouwers genoemd worden. En dan zijn er nog de projecten die al lang bestonden voor het woord stadslandbouw werd geïntroduceerd. We weten wel dat het vaak gaat om de productie van groenten en fruit. De jongste tijd went men pas aan het idee om ook dierlijke productie toe te laten zoals bijen, varkens, kippen, etc.”

Voedselkilometers en duurzaamheid als argument
De Belgische architect Vincent Callebaut heeft voor de stad New York de utopische toren ‘Dragonfly’ ontworpen. In zijn 600 meter hoge toren vult hij kantoren, onderzoekslaboratoria, wooneenheden en gemeenschappelijke ruimtes aan met een gigantische verticale boerderij. Naar eigen zeggen om het probleem van voedselkilometers en voedseltekorten in steden tegen te gaan. Dit voorbeeld toont aan dat er binnen de stadslandbouw-onderzoekswereld ook futuristische en vaak hoogtechnologische fantasieën rondwaren.

Heel vaak hamert men in de stadslandbouwinitiatieven op duurzaamheid: zowel stedelingen als verenigingen, overheden en onderzoekers beschouwen het als een waardevolle strategie die kan bijdragen aan de verduurzaming van de steden en hun hinterland. Stadslandbouwprojecten integreren één of meerdere pijlers van duurzaamheid - het sociale, het economische en het ecologische – in hun praktijk. Men maakt het bijvoorbeeld tot een middel om mensen met elkaar, maar ook met de landbouw(er) te verbinden. Stadslandbouw claimt ook dat het de landbouwsector kansen biedt voor nieuwe verdienmodellen. En het herplaatst het voedselvraagstuk van het globale naar een meer lokaal niveau, waardoor er op een meer doordachte en zorgvuldige manier kan worden omgesprongen met schaarse grondstoffen zoals water, energie en grond.

Marginaal of haalbaar en rendabel?
Zullen alle steden binnenkort zelfvoorzienend worden? Een voorzichtige, realistische houding tegenover de doorgaans zeer positieve inschattingen is volgens ILVO-onderzoeker Charlotte Prové welkom. Aan de universiteit van Rennes (Agrocampus Ouest - opleiding ‘duurzame landbouw en territoriale ontwikkeling’) hebben onderzoekers eens een modelberekening uitgevoerd rond de vraag in welke mate een stad van 400.000 inwoners (zoals Rennes) zichzelf zou kunnen voeden via stadslandbouw. In de periode 2010-2013 bleek de lokale voedselproductie en -consumptie marginaal te zijn. Maar in principe zou de stad kunnen instaan voor 38 procent van de behoeften van haar eigen inwoners, als alle landbouwbedrijven binnen de omliggende deelgemeenten voor dat doel geoptimaliseerd worden en als het publieke groen voor een groot deel door eetbaar groen wordt vervangen. Er zou dan ook minder vlees moeten worden geconsumeerd. Nog een stap verder: op voorwaarde dat alle inwoners hun dieet verduurzamen, zou een gebied met een straal van acht kilometer rond de agglomeratie volstaan om de inwoners van Rennes voor 100 procent te voeden. Let wel, deze denkoefening is veeleer een technische berekening in verband met productiemethodes en voedingspatronen. Daarnaast zou zo’n drastische transitie ook alternatieve financieringsmechanismen impliceren, en een beleid dat nieuwe afzetmodellen mogelijk maakt.

Beleid: stimulerend of belemmerend?
Stadslandbouw heeft tot op heden nergens echt voet aan de grond gekregen, spijts alle publieke belangstelling, goesting bij de initiatiefnemers, vragen van de stedelingen, technologische kennis en praktische ervaringen. Naast financiering blijkt het beleid – en misschien vaak het gebrek aan visie en daadkracht - voor de meeste belemmeringen te zorgen. Stadslandbouwinitiatieven kunnen weliswaar hoe langer hoe meer op overheidssteun rekenen. Maar voor een echt stimulerend beleid zijn zowel politieke als niet-politieke actoren erg zoekende. Charlotte Prové: “Wij observeren een groeiend bewustzijn bij politieke actoren dat de ondersteuning van stadslandbouw niet enkel een zaak is van lokale overheden, maar dat ook het regionale, provinciale, nationale en internationale niveau een rol hebben in het ontwikkelen van een stimulerend beleid voor stadslandbouw. Zo is er een hele reeks barrières en beperkingen op hogere beleidsniveaus die de ontwikkeling van stadslandbouw (kunnen) verhinderen.

aardappel_geVILT.jpg

Een voorbeeld van een barrière op Vlaams niveau is dat er binnen de bestemmingsplannen voor landbouw, geen specificaties worden toegelaten. Dit heeft als gevolg dat gemeenten niet de precieze aard van de landbouwactiviteiten op hun grondgebied kunnen sturen. Ze hebben ook weinig instrumenten om de afzet op het lokale niveau te organiseren. Om die reden raadde het advies van het Interbestuurlijk Plattelandsoverleg (IPO) rond Lokale Voedselstrategieën in 2015 de ontwikkeling van instrumenten aan voor ‘gebiedsgerichte differentiatie in functie van landbouw met lokale inzet’.

Op Europees niveau zijn het onder meer de competitieregels die niet toelaten om ‘lokaal’ als criterium te hanteren voor publieke aanbestedingen. Doorgaans is het criterium de prijs. Er is nu wel een belangrijke wijziging: het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de Europese Unie (GLB) dat zich met zijn financiële mogelijkheden tot voor kort enkel richtte op landbouwers actief in de klassieke vormen van landbouw, en uitsluitend op het ‘platteland’ is aan het opschuiven. Alle maatregelen binnen GLB 2014-2020 zijn voor het eerst ook van toepassing op landbouwers die actief zijn binnen stedelijke regio’s en die voldoen aan de criteria om in aanmerking te komen voor subsidies.

Onderzoek naar stadslandbouw
Heel wat initiatieven uit de academische en onderzoekswereld proberen meer inzicht te bieden in de rol die overheden en andere actoren kunnen spelen in de verdere ontwikkeling van stadslandbouw. ILVO en UGent (vakgroep Sociologie - Joost Dessein en Michiel de Krom) bekijken momenteel de vraag hoe stadslandbouw kan bijdragen aan meer sociale gelijkheid in een stad. Als cases zijn Gent, Warschau (Polen) en Philadelphia (VS) geselecteerd. De eerste resultaten bewijzen hoe belangrijk het is om de ruimtelijke, politieke en socio-culturele context van de stad mee te nemen als je stadslandbouwprojecten ondersteunt. Een algemeen geldende blueprint voor succes is er niet. Maar zeker is dat het niet volstaat om stadslandbouwinitiatieven zomaar te subsidiëren. Beleidsmakers nemen best de ruimtelijke mogelijkheden en de sociale en economische noden van de stad mee in overweging. Want het is de context die in belangrijke mate bepaalt welke actoren zich engageren binnen stadslandbouw, en waar welke vormen van initiatieven opduiken. Daarnaast blijkt in het uitstippelen van een beleid rond voedsel op lokaal niveau participatie van heel verschillende actoren essentieel. Het lokale beleid rond stadslandbouw brengt daarom beter alle actoren rond de tafel samen, eerder dan in een ivoren toren een strategie uit te stippelen. Kortom, het gaat er niet enkel om wat er in een stad allemaal gebeurt, er moet ook ruime aandacht zijn voor hoe het stedelijk beleid stadslandbouwinitiatieven aanpakt en wil ondersteunen.

De vakgroepen Architectuur en Stedenbouw van UGent en KU Leuven reflecteren momenteel over de mogelijke impact van stadslandbouw op ruimtelijke planning en ontwerp. Volgens Michiel Dehaene (UGent & Steunpunt Ruimte) past stadslandbouw niet meteen in de traditionele ruimtelijke zoneringslogica: “Er is planologisch een evolutie mogelijk naar een multifunctionele landbouw, die ook haar plaats krijgt in een sterk verstedelijkt landschap. Zowel de maatschappelijke als economische meerwaarde van stadslandbouw kan niet begrepen worden vanuit de landbouwonderneming an sich, maar draait om de vele positieve bijkomstige effecten die aan deze landbouwactiviteit worden ontleend. Zo bijvoorbeeld de ecosysteemdiensten, het opgebouwd sociaal en cultureel kapitaal, maar ook aan de open ruimte diensten, of zelfs het geproduceerde landschap.”

Enkele voorwaarden om dit te realiseren zijn volgens de onderzoekers een stedelijke ontwikkelingslogica die deze “neveneffecten” erkent en opneemt in ruimtelijke planning en ontwerp. In de praktijk gaat het dan om het creëren van relaties tussen landbouwers onderling – die door samenwerking hun bedrijf economisch sterker verankeren –; tussen landbouw, milieu, waterbeheer en energie; en ook tussen producent en consument.

Soms komt de vraag naar resultaten of aanbevelingen rechtstreeks vanuit het beleid. Gent bestelde in 2015 een inventarisatiestudie van de huidige landbouw- en voedselproductieactiviteiten op Gents grondgebied. Het onderzoeksteam bestaande uit SUM Ontwerp- en Consultancybureau, ILVO en Paul De Graaf Ontwerp en Onderzoek ontwierp een ruimtelijke visie op landbouw, die past in de ambitie van Gent om tegen 2050 een klimaatneutrale stad te zijn. In het uitgebreide rapport wordt een stappenplan opgemaakt voor het vrijwaren van open ruimte voor en door een meer duurzame landbouw.

bioserre_GeVILT.jpg

Ten slotte trekt ook Europa aan de onderzoekskar. Vanuit de universiteit van Aachen (RWTH prof. Frank Lohberg) startte vier jaar geleden het onderzoeksnetwerk ‘COST Action TD1106 Urban Agriculture Europe’ waarin deelnemers uit 21 Europese landen een toekomstige onderzoekagenda en beleidsaanbevelingen voor stadslandbouw in Europa formuleren.

COST is een Europees netwerk dat internationale samenwerking tussen onderzoekers, ingenieurs en wetenschappers ondersteunt in Europa. Er kwam onderzoek in de casestudygebieden Aachen, Barcelona, Dublin, Genève, Milaan, Sofia, Warschau en ook in het Ruhrgebied. Er waren 19 korte onderzoeksmissies waarin onderzoekers specifieke onderzoeksvragen over stadslandbouw beantwoordden zoals: Hoe kunnen beleidsprogramma’s in Frankrijk stadslandbouw ondersteunen in de regio Provence-Alpen-Côte d’Azur? Wat is de culturele dimensie van stadslandouw in London? Hoe kunnen relaties tussen stad en platteland opgebouwd worden vanuit het perspectief van Zweden? Hoe stimuleer je stadslandbouw in een stad als Warschau?

Er werd een governance tool uitgewerkt die betrouwbare hulp kan bieden bij het uitstippelen van beleid(saanbevelingen). Er zijn interessante socio-economische perspectieven en mogelijke businessmodellen beschreven. De ruimtelijke uitdagingen zijn door een team van geografen, ontwerpers en architecten verhelderd. Binnen het verband tussen stadsplanning en de ontwikkeling van landbouw als een stadsfunctie werken zij met het nieuwe begrip ‘stedelijk metabolisme’. Dat heeft te maken met de transitie van steden naar een duurzame, rechtvaardige samenleving zowel op fysiek als op sociaal-politiek vlak. Het resultaat van vier jaar studie is ten slotte ook een boek, een inventaris van stadslandbouwinitiatieven in Europa, telkens beschreven met hun kenmerken en typologie en gaande van particulier tuinieren tot professionele landbouw. Het is een database geworden van liefst 248 initiatieven. Je krijgt veeleer een blik op de grote diversiteit dan een volledige systematische ‘telling’ van de Europese stadslandbouw.

Aanbevelingen vanuit de 21 Europese onderzoekspartners
Europa benadert stadslandbouw voorlopig niet als een apart beleidsonderwerp. De aanbevelingen vanuit het COST-onderzoeksnetwerk wijzen vooral op de raakvlakken van stadslandbouw met diverse beleidsthema’s. Stadslandbouw kan bijdragen aan de doelstellingen van de Europese Commissie op vlak van tewerkstelling, sociale vooruitgang, sociale inclusie en bescherming van kwetsbare groepen. Maatregelen van het Europese sociale beleid focussen ook op armoedereductie en inclusieve groei. Hier heeft stadslandbouw een rol in de voedselzekerheid, opleidingskansen en tewerkstelling, gezondheid van de meest kwetsbare Europese burgers. Hoewel iedere lidstaat instaat voor eigen onderwijs beschouwt Europa 2020 onderwijs, onderzoek en innovatie als essentieel voor economische groei en stelt zij hier strategische doelstellingen op.

Stadslandbouw kan hier ondersteunen door doelstellingen voor duurzame stedelijke ontwikkeling in daden om te zetten. Daarnaast kan stadslandbouw ook een positieve impact hebben op Europa’s klimaatdoelstellingen. Het verlagen van de temperatuur in de steden is een voorbeeld. Een andere belangrijke klimaatdoelstelling is het behoud van de biodiversiteit. Kleinschalige, en experimentele landbouw zijn belangrijk voor de biodiversiteit in stedelijke regio’s. Stadslandbouw kan ook een strategie zijn in het versterken van het culturele erfgoed in de Europese lidstaten. Stadslandbouw gaat vaak over lokale, traditionele praktijken die op deze manier actueel blijven en de lokale identiteit versterken. Tot slot wordt het potentieel van stadslandbouw vooral toegeschreven aan haar sector-overschrijdende karakter. Een meer geïntegreerde aanpak, waarbij stadslandbouw de bovengenoemde beleidsdomeinen met elkaar verbindt, is precies waar stedelijke ontwikkeling nood aan heeft.

sla.labo.plantonderzoek_ILVO.geVILT.jpg

De Belgische partners van de COST Action – Charlotte Prové (ILVO) en Michiel Dehaene (UGent) - zijn tevreden over de intensieve dialoog die Europees werd opgestart. Prové: “We staan eerder op een begin- dan op een eindpunt. Stadslandbouw groeide op korte tijd uit tot een verzamelnaam voor een erg heterogene set aan ideeën en praktijken. De agenda’s die onder de noemer stadslandbouw worden ontwikkeld, lopen niet gelijk. De breuklijnen die zich binnen het veld van de stadslandbouw aftekenen, tussen agro-ecologische benaderingen en meer traditionele landbouwmodellen, tussen sociale en economische doelstellingen, tussen professionele en niet-professionele landbouw vragen een grondig maatschappelijk debat.”

Dehaene voegt hieraan toe dat stadslandbouw de niet geringe verdienste heeft om één en ander scherp te stellen, wat relevant is voor de conventionele landbouw. Voedselproductie is geformuleerd als een stedelijk vraagstuk. Het debat nodigt uit tot nieuwe voedselproductieparadigma’s eerder dan tot kant-en-klare recepten. Het enige mogelijke antwoord op deze onzekerheid zijn gerichte experimenten die een collectief leerproces kunnen schragen. Net via concrete initiatieven ontstaat een intelligent en gedifferentieerd beleid. Met andere woorden, het echte werk moet nog beginnen.
Een boek en een rondleiding in Brussel

Het boek ‘Urban Agriculture Europe’ is geschreven door de COST-partners uit de verschillende landen. Het boek is te bestellen via de website Urban agriculture Europe. Na het slotevenement, op 24 februari, bezoeken de Europese onderzoekers, professionelen en beleidsmakers de Brusselse stadslandbouwers van Littlefood, Abattoir, Parckfarm en Le Début des Haricots, met uitleg van onderzoeker Bénédikte Zitouni (Université Saint-Louis in Brussel). In het onderzoeksproject ‘Un nouvel hinterland? Histoire, pratiques et espaces d’agriculture urbaine à Bruxelles’ wordt het idee van levensonderhoud gekoppeld aan stadslandbouw. Marco Volpe van de landbouwcel van het Brusselse gewest, die zich ontfermt over de resterende 244 hectare landbouwgrond in Brussel, legt uit hoe ze samen met Leefmilieu Brussel verschillende stadslandbouwinitiatieven ondersteunen. Brussel heeft in 2015 het strategische plan ‘Duurzame Voeding’ gelanceerd.

Bron: |

Beeld: ILVO / VILT

In samenwerking met: ILVO

Volg VILT ook via