nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

24.01.2017 Wat is duurzaam en hoe erover te discussiëren?

De voorbije dagen werd op de opiniepagina’s van De Standaard flink gediscussieerd over duurzame voedselsystemen. Ook BioForum laat zich niet onbetuigd in het debat en dient bioloog Olivier Honnay (KU Leuven) van antwoord. “De redenering van Honnay is gebaseerd op foute veronderstellingen”, zo klinkt het. Tegelijk grijpen verschillende stemmen uit de Gentse faculteit Bio-ingenieurswetenschappen de gelegenheid aan om te pleiten voor een genuanceerd debat om ervoor zorgen dat de consument niet afhaakt en het woord duurzaamheid niet uitgehold wordt tot een hol containerbegrip. 

Het debat rond duurzame voeding dat de voorbije dagen in de krantenpagina’s werd gevoerd, beroert de gemoederen. Na de kritische noot die Olivier Honnay in De Standaard bij biolandbouw plaatste, wil BioForum graag nog een laatste keer reageren. BioForum betoogt dat voedselzekerheid als argument om te focussen op een maximalisatie van de output kortzichtig is. De wereldhongerproblematiek is namelijk erg complex, zo klinkt het. Simpelweg meer voedsel produceren neemt de honger niet weg. Ook de rest van het betoog van Honnay berust volgens BioForum op foute veronderstellingen.

De krant heeft de discussie op de spits gedreven. In Natuur.focus, het tijdschrift over natuurstudie dat uitgegeven wordt door Natuurpunt, geeft de Leuvense hoogleraar conservatiebiologie meer uitleg bij zijn visie. Hij blijft er bij dat natuur best beschermd wordt in natuurgebieden en biolandbouw als 'land-sharing-scenario' weinig biodiversiteitswinst oplevert, behalve mogelijk voor het bodemleven. Maar dat neemt niet weg dat de milieu-impact van biolandbouw kleiner is dan die van de conventionele landbouw. Daarom adviseert Honnay om biolandbouw in de eerste plaats te concentreren rond natuurreservaten. Zo dienen biologische landbouwpercelen als buffer voor het behoud van de milieukwaliteit in de reservaten. Omgekeerd kan de biolandbouw, die meer afhankelijk is van door biodiversiteit geleverde ecosysteemdiensten dan de conventionele landbouw, baat hebben bij de biodiversiteit in de natuurgebieden.

In de marge van het debat laten ook enkele stemmen uit de Gentse faculteit Bio-ingenieurswetenschappen zich horen. Zij fronsten de wenkbrauwen bij het lezen van verschillende “Trumpiaanse statements”. Wat betekent duurzaam nu echt? “Of het nu om landbouw en voeding gaat of om andere sectoren of praktijken, in essentie tracht men met duurzame ontwikkeling oplossingen te vinden voor meerdere en gelijktijdig optredende, hardnekkige problemen die sterk met elkaar interageren”, aldus de wetenschappers. “En dus onderkent men de nood aan ‘systeemveranderingen’, geschraagd op kennis van hele systemen en dus ook van de talrijke interacties tussen meerdere relevante aspecten.”

“Maar laat dit gewenste systeemdenken nu net iets zijn dat absoluut geen mainstream praktijk is in een samenleving die verkokerd is, en die volhardt in werk- en denkwijzen van aparte sectoren, bevoegdheden én wetenschappelijke disciplines”, zo klinkt het. “Wat we kunnen als de beste is een complexe problematiek verdelen in hapklare brokjes en voor die hapjes deeloplossingen bedenken en opinies ventileren. Voor wie het aspect ‘beschikbare grond’ belangrijk is, bijvoorbeeld voor meer natuurgebieden, is de rekening dan snel gemaakt: voor eenzelfde hoeveelheid geoogst product vraagt biolandbouw om relatief meer grond dan intensieve landbouw en dus: slecht! Dat is nogal kort door de bocht.”

“Het is duidelijk dat veel meer aspecten dan grondbehoefte alleen in acht genomen moeten worden voor een de(r)gelijke analyse: gebruik van synthetische gewasbeschermingsmiddelen en kunstmeststoffen, voedselkilometers, direct en indirect energieverbruik, veerkracht van een gezonde bodem, ecosysteemdiensten van teeltsystemen, toegevoegde waarde per eenheid product, ethische aspecten van productiepraktijken, sociale rol van landbouw en voeding, sociale gelijkheid, verspilling van voedsel, enzovoort”, zo klinkt het kritisch.

“Met een dergelijke holistische evaluatie-oefening kan een veel meer genuanceerd ‘oordeel’ vorm krijgen”, aldus de wetenschappers. “En dan zal ongetwijfeld blijken dat zowel gangbare, intensieve praktijken als het biologische alternatief, respectieve voor- en nadelen hebben. Er dringen zich inspanningen op van interdisciplinaire overweging; en het is vrij waarschijnlijk dat een modus van co-existentie zich aftekent, waarbij beide modellen (en vele tussenvormen) een legitiem alternatief kunnen bieden. Een systeem waarin meerdere modellen naast elkaar bestaan, is trouwens een geheel met veel meer veerkracht.”

“Een Vlaamse boer - een biologische nota bene - verwoordde het ooit zo: het onderscheid biologisch-gangbaar lijkt me onzin; uiteindelijk moeten we streven naar één landbouw en die noemen we misschien best de ‘logische landbouw’; waarvoor geen kant-en-klaar receptenboek bestaat maar die in functie van specifieke omstandigheden het beste combineert van diverse werelden”, zo staat te lezen. “En wat je daarbij vooral nodig hebt, is gezond boerenverstand.”

“Het heen-en-weer en gratuit lanceren van ongenuanceerde stellingnames over het wel of niet duurzaam zijn van deze of gene praktijk, zelfs los van inhoudelijke correctheid, draagt niet meteen bij aan tastbare vooruitgang van duurzame ontwikkeling in de echte wereld”, zo luidt de conclusie. “Het brengt burgers in alsmaar toenemende verwarring en onzekerheid. En dat is alleen maar een voedingsbodem voor ‘foert’. Voor bedrijven, overheden, academici,… die het begrip ‘duurzaam’ hanteren en duurzaam handelen belangrijk vinden, is het een morele verantwoordelijkheid om op correcte wijze te communiceren; en dat wil ook zeggen in het ware belang van het algemeen, en zeker niet op basis van een naar eigen dada vertekend beeld.” 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via