nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

10.07.2018 We eten meer gekweekte dan gevangen vis

Meer dan de helft van de vis die wereldwijd gegeten wordt, komt tegenwoordig uit kwekerijen. Dat blijkt uit het visserijrapport van de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties. Aquacultuur is intussen veel meer dan alleen de scampi’s, pangasius en tilapia die in Zuid-Oost-Azië in bassins groot worden. Ook zalm bijvoorbeeld wordt gekweekt in de Noorse fjorden. In België zitten visboerderijen nog in de experimentele fase.

De wereldwijde visproductie piekte in 2016. Er werd toen zo’n 171 miljoen ton vis gevangen. Dat blijkt uit het recent verschenen visserijrapport van de Verenigde Naties. Vis gekweekt in aquacultuur was goed voor iets meer dan de helft van dat gewicht (53%). De totale verkoopwaarde wordt geschat op 362 miljard dollar, waarvan 232 miljard naar aquacultuurbedrijven gaat. Aangezien de productie van wilde vis is sinds eind jaren tachtig ongeveer hetzelfde gebleven is, is vooral aquacultuur verantwoordelijk voor de sterke groei van het aanbod van vis- en schaaldieren.

Het Noordwesten van de Stille Oceaan blijft één van meest productieve visgebieden. Vissers vingen er in 2016 22,4 miljoen ton vis. Op het vlak van aquacultuur blijft China de absolute koploper, al sinds 1991 produceren de Chinese kwekerijen meer vis, schaaldieren en aquatische planten dan alle andere kwekerijen bij elkaar. Andere grote spelers zijn India, Indonesië, Vietnam, Bangladesh, Egypte en Noorwegen. Wereldwijd worden vooral vinvissen gekweekt – ‘gewone’ vissen, dus geen platvissen paling of schaaldieren – de populairste soorten zijn karpers en tilapia. Ook de kweek van aquatische planten kende de voorbije decennia wereldwijd een enorme groei - van 13,5 miljoen ton in 1995 tot 30,5 miljoen ton in 2016. De markt wordt vooral gedomineerd door zeewier.

Ook aan de andere kant van de keten is er een duidelijke stijging te merken. In 2016 at de Belg jaarlijks gemiddeld 23,7 kilogram vis en schaaldieren. Daarmee evenaren we ongeveer het Europese gemiddelde (22,5 kg) en is onze visconsumptie iets hoger dan het internationale gemiddelde (20,2 kg). In 1961 daarentegen consumeerden de Belg nog gemiddeld 10,3 kilo per jaar. Vis is de voorbije decennia dus steeds populairder geworden als voedingsproduct.

In ons land zitten visboerderijen voorlopig nog in een experimentele fase. “We hebben experimenten met mosselen, oesters, sint-jakobsschelpen en zeewier”, zegt Greet Riebbels van het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek. “Vooral voor zeewier is er veel interesse. Het is een van de producten van de toekomst. Het heeft een hoge voedingswaarde, en de kweek is niet schadelijk voor het milieu.”

Het volledige rapport kan u hier terugvinden.

Bron: Eigen verslaggeving / Het Nieuwsblad

Volg VILT ook via