nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

30.05.2017 Week van de Bij richt zich ook tot landbouwers

Nog tot 4 juni is het Week van de Bij. Hiermee wil het Departement Omgeving burgers, bedrijven en overheden aanzetten tot acties ten voordele van bijen. Een betere leefomgeving en de bestuiving van fruit en andere landbouwgewassen komen ons allemaal ten goede. Daarom blijft het advies om van je privétuin, bedrijfsterrein of stukje openbaar domein een ‘bijenrestaurant’ te maken. Hoe je daar precies aan begint, is terug te vinden op www.weekvandebij.be. Ook landbouwers kunnen hun steentje bijdragen, leert een reportage op PlattelandsTV.

Voor het eerst in Wallonië en voor de vierde maal in Vlaanderen wordt een week omgedoopt tot de Week van de Bij. Het initiatief gaat uit van de overheid, meer bepaald van het Departement Omgeving, en wil iedereen aanspreken om een kleine inspanning te doen ten voordele van bijen. De instandhouding van een gezonde populatie is van groot belang. Bestuiving door insecten is noodzakelijk voor meer dan driekwart van de voedselgewassen. Honingbijen, solitaire bijen en hommels zorgen ervoor dat we kunnen genieten van heerlijk fruit zoals kersen, appels, braambessen, frambozen en mango's. Ook groenten zoals courgettes, paprika's en avocado's zouden verdwijnen zonder de bij.

Zover mogen we het dus niet laten komen, maar de bijensterfte is in onze contreien wel groot. Het Departement Omgeving noemt drie hoofdoorzaken voor de hoge bijensterfte: de varroamijt, de enorme achteruitgang van het voedselaanbod en het gebruik van pesticiden. De sensibilisering rond Week van de Bij mikt vooral op een groter voedselaanbod voor bijen, want daar kan iedereen aan bijdragen. Al moeten we daarvoor wel een knop omdraaien want een strakke tuin met veel verharding en gazon is geen bron van voedsel voor bijen. Ook landbouwpercelen zijn er steeds properder gaan bij liggen, er blijft geen wild plantje staan. Op de weinige percelen die braak liggen, komen planten niet in bloei door het gebruik van een klepelmaaier.

Wat minder perfectionistisch zijn en een moeilijk te bewerken hoekje braak laten liggen, is dus een manier voor landbouwers om het bijen naar hun zin te maken. Dat kan ook structureler aangepakt worden, in de vorm van een beheerovereenkomst die landbouwers afsluiten met de Vlaamse Landmaatschappij (VLM). Zo’n overeenkomst loopt vijf jaar. In ruil voor zijn inspanningen krijgt de boer een jaarlijkse vergoeding. Verschillende beheerovereenkomsten die VLM aanbiedt, gaan over de aanleg en het onderhoud van gras- en kruidenrijke stroken. Als algemene regel geldt dat hoe meer inspanningen van de boer gevraagd worden, of hoe groter het opbrengstverlies is, hoe hoger de vergoeding is die er tegenover staat. Een ‘zware’ maatregel genereert meer biodiversiteitswinst.

Specifiek om insecten zoals bijen en vlinders aan te trekken, is aan de beheerovereenkomst voor perceelsranden de mogelijkheid toegevoegd om een bloemenstrook te zaaien. Landbouwers kunnen daarvoor opteren als hun perceel grenst aan de zuidelijke kant van houtige landschapselementen zoals een bos, houtkant of heg. Daar heerst namelijk een gunstig microklimaat voor bestuivende insecten. Door de aanleg van een bloemenstrook vergroot het voedselaanbod en nemen hun overlevingskansen toe. Meerjarige bloemenstroken vormen ook voor allerlei andere diersoorten een belangrijk toevluchtsoord. Als vergoeding voor het zaaien van het bloemenmengsel en ter compensatie van de opbrengstderving op die strook ontvangt een landbouwer omgerekend naar een hectare 1.972 euro. In de praktijk is zo’n bloemenstrook meestal maar enkele meters, minstens vijf, breed.

Naar aanleiding van de Week van de Bij is op PlattelandsTV een reportage te zien die deze beheerovereenkomst onder de aandacht brengt van landbouwers. PlattelandsTV merkt daarbij op dat het aantal bloemenstroken op het platteland voorlopig beperkt is, “mogelijk omdat op het merendeel van de Vlaamse akkers gewassen zoals granen en maïs groeien die zonder bestuivers kunnen”. Toch kan het ook daar interessant zijn om bloemenstroken te zaaien omdat ze nuttige insecten aantrekken die hun schadelijke collega’s onder controle helpen houden.

Over de inspanningen die landbouwers verder nog kunnen doen, zegt UGent-onderzoeker Ivan Meeus in de reportage: “Ze kunnen bekijken welke bijensoorten interessant zijn voor een bepaalde teelt en gerichte maatregelen nemen om hen aan te trekken. Vooral in de kersen- en appelteelt is de meerwaarde van een grote diversiteit aan bijensoorten enorm. Daar kan het resulteren in een twee keer zo grote vruchtzetting.” Er zijn zowat 350 soorten bijen in Vlaanderen. We moeten dus minstens zoveel aandacht hebben voor wilde bijen als voor honingbijen. Samen zetten ze op vlak van bestuiving betere resultaten neer dan elk apart.

In Nederland heeft men ervaren dat recent ingezaaide bloemenstroken eerst honingbijen en hommels aantrekken en pas na een paar jaar ook solitaire bijen. Dat hangt ook af van de ingezaaide flora. Phacelia, dat boeren ook telen als groenbedekker, is bijvoorbeeld een interessante plant voor honingbijen en hommels maar niet voor wilde bijen. Het Departement Omgeving kijkt over de grens naar Nederland waar men dit soort kennis al beter in de vingers heeft. De presentatie van specialist Arie Koster die terug te vinden is op de campagnewebsite www.weekvandebij.be zet bijvoorbeeld in de verf dat er naast bloemenstroken langs akkers nog meer mogelijkheden zijn.

Ecologisch beheer van de bermen op het platteland kan een aanvulling zijn op de biodiversiteit in akkerranden, vooral als de bermen en andere grasstroken grenzen aan andere groene landschapselementen zoals bossen, heggen en tuinen. Op het platteland zijn ook hagen en bomen belangrijk voor het voortbestaan van de bij. Boswilg is voor vroege voorjaarsbijen van grote betekenis. Een aantal zandbijen zijn volledig afhankelijk van wilgen. Kortom, het platteland heeft veel potentie als habitat voor bijen.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Limagrain

Volg VILT ook via