nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

Landbouwrampenfonds treedt terug zodat verzekeraars grotere taak wacht
30.05.2016  Weersverzekering

Het idee om een brede weersverzekering te introduceren in de Vlaamse land- en tuinbouw heeft wat weg van een zomerstorm: plots steekt het de kop op maar even snel is het weer verdwenen. Waarom zou het nu meer zijn dan een ballonnetje dat wordt opgelaten? Omdat de regionalisering van het landbouwrampenfonds benut wordt voor een grondige hervorming. De Vlaamse overheid wil ondernemers minder ‘pamperen’ en hen meer voor de eigen verantwoordelijkheid plaatsen. Versta daaruit dat – na een overgangsperiode en alleen als er verzekeringsproducten op de markt komen – het landbouwrampenfonds slechts bij uitzondering zal tussenkomen wanneer de schade aan de gewassen ten velde niet gedekt wordt door een weersverzekering. “Vlaanderen zal met behulp van Europese steun de verzekeringspremie subsidiëren”, licht het Departement Landbouw en Visserij een tipje van de sluier. Eén en ander toetsen we af bij KBC Verzekeringen omdat het de verzekeraars zijn die een verzekeringsproduct moeten ontwikkelen dat beantwoordt aan de verwachtingen van overheid én ondernemers.

Vier jaar geleden bereikte de Belgische politiek een akkoord over de zesde staatshervorming. De overdracht van federale bevoegdheden naar de regio’s is de grootste sinds de derde staatshervorming uit 1988. Inzake landbouw werd de Vlaamse overheid onder meer bevoegd voor dierenwelzijn, de pachtwet en het (landbouw)rampenfonds. Officieel zijn de bevoegdheden overgedragen op 1 juli 2014 maar de praktische uitwerking zal gefaseerd verlopen. Zowel de pachtwet als het landbouwrampenfonds worden kritisch tegen het licht gehouden en hervormd waar nodig.

De decretale aanpassingen aan het (algemene) rampenfonds, dat onder de bevoegdheid van Vlaams minister-president Geert Bourgeois valt, zijn klaar. Een uitvoeringsbesluit is in voorbereiding. Eind november keurde de Vlaamse regering het decreet goed, met daarin onder andere een bijsturing van de procedure voor de erkenning als algemene ramp. Voor de hervorming van het landbouwrampenfonds heeft de Vlaamse overheid zichzelf 2017 als deadline opgelegd.

“Het is de bedoeling dat landbouwers vanaf 2017 een schade-aangifte via het loket kunnen doen. Ze zullen dan kunnen aanduiden welke percelen verzekerd zijn”, verklapt Isabelle Magnus, beleidsmedewerker van het Departement Landbouw en Visserij. Wat hebben het landbouwrampenfonds en een brede weersverzekering met elkaar van doen? Behoorlijk veel, leren we uit ons gesprek met Magnus, dat plaatsvond op een moment dat er achter de schermen hard gewerkt werd aan de hervorming. In een vroeg stadium maken we dus kennis met de plannen van de Vlaamse overheid.

wateroverlast_LoonwerkDefour.geVILT.jpg

Verzekerbare risico’s
Landbouwers die in 2011 zware schade leden door het uitzonderlijk droge voorjaar zullen zich ongetwijfeld nog herinneren dat het landbouwrampenfonds niet overal en niet voor de volle pot tussenbeide kwam. De getroffen akkerbouwers waren onaangenaam verrast door de halvering van de vergoeding uit het fonds. “Voor het eerst werden toen de staatssteunregels toegepast”, weet Isabelle Magnus. “Om de verzekeringsbereidheid te stimuleren, schrijft Europa sedert 2010 voor dat een rampenfonds maar 50 procent van de schade mag vergoeden als de schadelijder niet verzekerd is tegen een verzekerbaar risico.”

Als je die regel in het achterhoofd houdt, dan begrijp je wat voor een grote impact een brede weersverzekering heeft. De overheid treedt terug en zal ondernemers meer voor hun eigen verantwoordelijkheid plaatsen, met dien verstande dat Europa en Vlaanderen wel met geld over de brug willen komen om de verzekeringspremie via een subsidie financieel aantrekkelijker te maken voor boer en tuinder. Daarnaast is er nu vaak ook schade aan percelen die buiten het erkenningsgebied van een landbouwramp of algemene ramp vallen. Daarom acht de overheid het noodzakelijk dat er producten komen die elke ondernemer toelaten om zich onafhankelijk te maken van een eventuele tussenkomst van het fonds.

De brede weersverzekering is in de ogen van Europa een staaltje van risicomanagement op bedrijfsniveau. De vraag wat een verzekerbaar risico is en wat niet, is een heel belangrijke. “Als verzekeraar is het opletten geblazen dat je je eigen klanten niet benadeelt door een verzekeringsproduct te ontwikkelen”, vertelt Luc Nijs van KBC Verzekeringen. Hij verklaart zich nader: “Als er een brede weersverzekering beschikbaar is, dan kan de overheid zich met het landbouwrampenfonds afzijdig houden, zelfs al wordt dat verzekeringsproduct door de sector niet als oplossing aanvaardt. Daarom zullen we alleen een brede weersverzekering ontwikkelen als we geloven dat daar voldoende vraag naar is in de land- en tuinbouw.”

wateroverlast.regenschade_LoonwerkDefour.geVILT.jpg

Weinig animo voor het verzekeren van teelten in openlucht
Bij KBC hebben ze zo hun redenen om twijfels te hebben bij het draagvlak voor een weersverzekering in de landbouw. Om te beginnen zijn Belgen niet de meest verzekeringsgezinde der Europeanen. In het zuiden van Europa is die bereidheid er wel omdat het klimaat er anders is en het risico op een teeltmislukking groter. Zo zijn vrijwel alle Spaanse boeren aangesloten bij het sterk door de overheid gesubsidieerde verzekeringssysteem AgroSeguro. Meer naar het noorden van Europa daalt de belangstelling voor een weersverzekering, zelfs bij onze risico-averse Noorderburen. “De brede weersverzekering is daar geen succes”, weet Luc Nijs.

In eigen land heeft KBC al ervaring opgedaan met de hagelverzekering in de fruitteelt. “Fruit is heel gevoelig voor schade. Daarom is een verzekering bij fruittelers populairder dan bij andere land- en tuinbouwers.” Vanwege de gespecialiseerde expertise die een hagelverzekering vergt, werkt KBC samen met de Nederlandse verzekeringsmaatschappij OFH ten behoeve van de circa 100 klanten die fruitplantages lieten verzekeren. Voor andere teelten heeft KBC de kennis vaak in eigen huis. Zo heeft de verzekeraar met de hulp van onderzoekers van de universiteit van Louvain-La-Neuve hagelschade in proefvelden gesimuleerd. Bij de oogst werd gemeten hoe groot de opbrengstderving in maïs, bieten en aardappelen finaal is.

Het tweede bezwaar dat Luc Nijs en zijn collega Rita Van Gasse tegen een weersverzekering maken, heeft betrekking op de premie. “Die zal als te hoog ervaren worden door Vlaamse land- en tuinbouwers”, voelen ze aan. “Al moet dat teelt per teelt bekeken worden. Een fruitteler zal zijn hagelverzekering misschien wel willen uitbreiden. Voor groenten, akkerbouw- en voedergewassen zal de koudwatervrees groter zijn.” Leid daaruit niet af dat fruittelers de enigen zijn die zich vandaag reeds verzekeren. In Vlaanderen zijn er ook siertelers en akkerbouwers die een hagelverzekering hebben, maar de meeste van de in totaal ongeveer 600 verzekeringscontracten sloot KBC met Waalse akkerbouwers.

Veruit de meeste land- en tuinbouwers knappen af op de jaarlijkse premie, laat dat duidelijk zijn. De kunst zal dus zijn om de premie zo laag mogelijk te houden. Bij maximale solidariteit zou je het risico kunnen uitsmeren over alle teelten maar in de praktijk is dat niet prettig voor de verzekerde die gewassen teelt met een laag saldo per hectare. Differentiëren dus, zoals het nu ook al gebeurt in de hagelverzekering. “Behalve met gevoeligheid van een teelt voor weerschade kunnen we ook met de ligging van percelen rekening houden. Uit ervaring weten we bijvoorbeeld dat hagelschade vaker voorkomt in bepaalde regio’s in Wallonië”, aldus Rita Van Gasse. Dat Vlaanderen zo klein is en een storm hier makkelijk de hele regio kan doorkruisen, is een groot nadeel. Voor de verzekeraar is de risicospreiding daardoor te beperkt zodat hij de grote financiële gevolgen van een storm zal vrezen.

wateroverlast.schade_LoonwerkDefour.geVILT.jpg

Doen rampenfondsen aan concurrentievervalsing?
De wijze waarop het rampenfonds georganiseerd is, kan landbouwers in verschillende regio’s en lidstaten in een andere concurrentiepositie plaatsen. Het spreekt vanzelf dat een ondernemer geen geld uitgeeft aan een verzekering als hij weet dat het rampenfonds van de overheid in geval van nood toch hulp biedt.

Magnus merkt op dat in ons land het rampenfonds in het verleden veel actiever is tussengekomen bij landbouwschade dan het landbouwrampenfonds. “Sinds de schade door overstromingen opgenomen is in de brandpolis van particulieren gaat 90 procent van de betalingen uit het rampenfonds naar de landbouwsector. Regen-, storm- en windschade aan veldgewassen is immers niet verzekerd. Het landbouwrampenfonds treedt alleen in werking bij (langdurige) weersfenomenen die de burger geen schade berokkenen maar de boer wel. Daarvoor moeten we al terug naar het extreem droge voorjaar van 2011.”

Ter vergelijking: drie tot vier keer per jaar wordt/werd een rampgebied erkend waar de schadelijders kunnen terugvallen op het algemeen rampenfonds. Beide fondsen putten geld uit dezelfde enveloppe. Als die ontoereikend is, dan is een regeringsbeslissing nodig om het financiële gat dicht te fietsen.

erosie_LoonwerkDefour.geVILT.jpg

Overheid gaat premie voor weersverzekering subsidiëren
De Vlaamse overheid is er zich van bewust dat een weersverzekering voor fenomenen als stormschade, hagel, overvloedige neerslag en vorst de toegang tot het rampenfonds afsnijdt. Dat zou onrechtvaardig zijn als de verzekering in kwestie onbetaalbaar duur is. Net daarom geniet het Franse systeem de aandacht van de Vlaamse overheid. De Franse overheid trekt zich pas terug van zodra een kwart of meer van de landbouwers tegen een risico verzekerd is. Veel aandacht gaat ook naar het betaalbaar houden van de taxatie van de schade. Nieuwe technologie kan een uitkomst bieden.

Dankzij de gedetailleerde waarnemingen van KMI en VMM zou de verzekeringsmaatschappij kunnen werken met een indexsysteem en steekproefsgewijze controles door taxateurs om de kosten te drukken. Daarbij gaat een forfaitaire schadevergoeding uitgekeerd worden bij overschrijding van een drempelwaarde, bijvoorbeeld de hoeveelheid neerslag in een bepaalde tijdspanne. Dit zou de schadetaxatie aanzienlijk goedkoper maken en kunnen helpen om de premie betaalbaar te houden.

Om conform de regels van de Wereldhandelsorganisatie te zijn, mogen overheden alleen verzekeringen subsidiëren die schade groter dan 30 procent vergoeden. “Anders dreigen gewasverzekeringen marktverstorend te werken”, legt de beleidsmedewerker uit. Een deel van het risico moet nog altijd bij de landbouwer-ondernemer liggen zodat hij ‘van nature’ gestimuleerd wordt om goede praktijken toe te passen. Ondernemerschap wil ook zeggen dat je je aanpast aan veranderende omstandigheden, bijvoorbeeld een klimaatverandering die sommige teelten meer en andere minder geschikt maakt. Hoewel de schadedrempel op 30 procent ligt, kan vanaf de eerste euro schade vergoed worden zodra de drempel bereikt is, tot maximaal 80 procent van het geleden verlies.

storm.onweer.schade_geVILT.jpg

Oud versus nieuw beleid
Voor de hervorming van het Europees landbouwbeleid in 2014 bestond die premiesubsidie voor verzekeringen reeds. De overheidsbijdrage kwam voor driekwart van Europa en bestond voor minimum 25 procent uit Vlaamse middelen. Het geld werd gezocht bij niet-gebruikte middelen voor inkomenssteun aan landbouwers. In het vernieuwde landbouwbeleid blijft het zo dat maximum 65 procent van de verzekeringspremie gesubsidieerd kan worden. Vlaanderen opteert voor een tussenkomst van 50 procent. Zo krijg je een gelijkstelling met de fruit- en groentetelers die via hun telersvereniging, meestal de veiling waarbij ze aangesloten zijn, vandaag ook de helft kunnen recupereren van de premie die ze betalen voor een (hagel)verzekering.

Allicht zal de brede weersverzekering niet vanaf dag één een groot succes zijn in Vlaanderen. Of het zou hier heel anders moeten lopen dan in Nederland. Daar is het rampenfonds volledig verdwenen maar niet iedereen nam een weersverzekering in de plaats. Nochtans staan Nederlanders bekend als ‘verzekeringsgezinder dan Belgen’ en ligt de premiesubsidie daar nog iets hoger (+- 60%). Vandaar de verwachting in Vlaanderen dat het budget niet snel opgesoupeerd zal zijn. Als dat op een dag toch gebeurt, dan is het niet de bedoeling om de subsidie evenredig te verminderen. De overheid zal altijd in de helft van de verzekeringspremie tussenkomen, alleen niet voor iedereen in geval van budgettaire perikelen. Wie alleen zijn risicovolle percelen verzekert, zal in zo’n geval achtergesteld worden op een collega die een groter areaal in bescherming neemt. Zo wordt indirect ook tegemoetgekomen aan het bezwaar van verzekeraars dat telers enkel hun meest risicovolle percelen zullen verzekeren.

Opbrengst en inkomen zijn in de landbouw niet hetzelfde
Je kan je afvragen waarom de overheid niet ineens werk maakt van een inkomensstabilisatietool. Een weersverzekering kijkt alleen naar de kilo’s opbrengstverlies zonder rekening te houden met de prijs. Beeld je de situatie in waarbij 30 procent van de aardappeloogst verloren gaat, maar de resterende 70 procent verkocht kan worden aan hoge prijzen. In die situatie is de teler financieel misschien niet slechter af dan in een jaar met een normale oogst maar met prijsdruk.

“Bestaande verzekeringssystemen houden rekening met de verwachte omzet, bijvoorbeeld het gemiddelde van de laatste drie jaar. Op basis daarvan worden premie en schadevergoeding berekend”, klinkt het bij KBC Verzekeringen. In bovenstaand voorbeeld worden de geoogste aardappelen verkocht aan de hoge marktprijs. Het deel van de oogst dat verloren ging, wordt echter maar vergoed aan een gemiddelde waarde. De keuze voor eenvoud betekent ook de bluts met de buil nemen. De vergoeding via de verzekering kan zowel hoger als lager uitvallen dan de prijs die uit de markt gehaald had kunnen worden.

droogte.vlas_LoonwerkDefour.geVILT.jpg

In andere sectoren zijn er (grote) bedrijven die hun omzet verzekeren en dat van jaar tot jaar laten aanpassen. Ook in de glastuinbouw en intensieve veehouderij zijn er bedrijven die gederfde omzet mee laten verzekeren. “Niet volledig”, merkt Rita Van Gasse op, “want in een serre die vernield is door storm maak je geen nieuwe teeltkosten meer.” Als KBC dat niet in mindering zou brengen, dan wordt de verzekering een bron van winst en dat mag wettelijk niet.

Hoewel het zich in de praktijk dus niet gauw zal voordoen dat een landbouwer financieel beter af is door een mislukte oogst die vergoed wordt door een verzekering, heeft het Europa wel aan het denken gezet. Als gevolg daarvan duikt de inkomensstabilisatietool op in de tweede pijler van het hervormd gemeenschappelijk landbouwbeleid. Magnus vat samen: “Als een bedrijf een inkomensdaling kent van meer dan 30 procent ten opzichte van het gemiddelde van de voorgaande drie jaren, kan 70 procent van het inkomensverlies vergoed worden. Daarvan kan 65 procent door de overheid gesubsidieerd worden terwijl de overige 35 procent van een solidariteitsbijdrage uit de sector moet komen.”

Op zich is dit een heel mooie gedachte, maar het is veelbetekenend dat geen enkele lidstaat zich geroepen voelt om het toe te passen. Misschien komt daar na 2020 verandering in, mocht het Europees landbouwbeleid dan nog sterker inzetten op inkomensstabilisatie. De Vlaamse beleidsmakers zijn afgeknapt op de kostprijs van zo’n inkomensstabilisatietool, op een betaling die te laat komt als je pas het jaar nadien het inkomensverlies uit de boekhouding kan aflezen en op de vaststelling dat nog heel wat landbouwers geen boekhouding bijhouden.

Isabelle Magnus voegt daar nog twee bedenkingen aan toe: “De markt moet zijn werk nog kunnen doen. En ten tweede is er de vaststelling dat de compensatie voor een inkomensdip niet werkt in een sector die langere tijd in crisis verkeert.” Of dat een sterkte of een zwakte is, laat zij in het midden. Voor de Europese Commissie is dat alleszins geen bezwaar want die wil hiermee aangeven dat in een sector zo nodig ook een herstructurering moet kunnen plaatsvinden.

droogte.regenhaspel_LoonwerkDefour.geVILT.jpg

Een inkomensstabilisatietool is een mooie gedachte, beamen ze bij KBC, ware het niet dat de markt een nog groter risico inhoudt dan het weer. De grote uitdaging is om tot een praktisch haalbare regeling te komen. Dat is toekomstmuziek want Vlaanderen volgt nu het denkspoor van een brede weersverzekering. Onder meer door de ruime dekking van het (landbouw)rampenfonds had zo’n verzekering in het verleden weinig kans op slagen. Nu Europa steeds strenger wordt met staatsteun zal onvermijdelijk op termijn én na een overgangsscenario het oogstrisico meer bij de landbouwer komen te liggen. Dit kan voor de verzekeraars een aanmoediging zijn om producten voor deze markt te ontwikkelen. Maar één ding is zeker, zowel de uitwerking van het beleidskader als de invulling daarvan door verzekeraars zal snel moeten gaan indien men de timing wil respecteren.

Isabelle Magnus van het Departement Landbouw en Visserij: “We beseffen dat het al dan niet slagen van ons opzet sterk afhankelijk is van de wil van de verzekeringsmaatschappijen om verzekeringsproducten te ontwikkelen en op de markt te brengen. Al zien we ook meer en meer dat buitenlandse verzekeraars deze producten beginnen aan te bieden op de Belgische markt. We kiezen voor een scenario met een zachte overgang, waarbij we de kans geven aan de verzekeringsmarkt om zich te ontwikkelen. Slechts in een ontwikkelde verzekeringsmarkt zal de overheid terugtreden en rampenschade niet rechtstreeks meer vergoeden maar de landbouwsector ondersteunen via een premiesubsidie en/of herverzekering.”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: VILT / Boerenbond / Loonwerk Defour

Volg VILT ook via