nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

07.03.2018 Welk huisvestingssysteem biedt legkip meeste welzijn?

Sinds de federale evaluatiecommissie in 2009 enkele voorwaarden op papier zette voor de omschakeling naar een leghennenhouderij zonder kooihuisvesting tegen 2025 is de sector voortdurend in beweging geweest, in die mate dat ook de verrijkte kooi intussen al is voorbijgestreefd. Over waar de norm bij de volgende generatie leghennenstallen dan wel moet liggen, bestaat nog geen consensus omdat beide potentiële opvolgers niet vrij van problemen zijn, aldus de Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn. 

In 2009 was dierenwelzijn nog een federale bevoegdheid en besliste de toenmalige evaluatiecommissie dat een verbod op het installeren of in gebruik nemen van kooihuisvesting voor leghennen ten vroegste zou kunnen gebeuren in 2025, en enkel als aan vier voorwaarden werd voldaan. De omschakeling naar niet-kooisystemen mag de Belgische leghennenhouders niet met een (Europees) concurrentienadeel opzadelen; er mogen geen kooisystemen bestaan die een gelijkwaardig of beter dierenwelzijnsniveau garanderen dan de niet-kooisystemen; de hygiënische en sanitaire status van niet-kooisystemen is minstens even goed; en de gezondheid van de dieren en dierenverzorgers is gelijkwaardig.  

Sinds 2014 is dierenwelzijn een gewestelijke bevoegdheid en werd door de Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn een nieuwe evaluatie gepland rond het welzijn van leghennen, op basis van de meest recente wetenschappelijke literatuur. Die evaluatie vond vorig jaar plaats. Een eerste vaststelling is uiteraard dat verschillende retailers en producenten niet gewacht hebben op een nieuwe regelgeving en proactief overgeschakeld zijn op eieren uit niet-kooisystemen. In Wallonië werd intussen beslist dat kooisystemen moeten verdwijnen tegen 2028.

Welke kant gaat het in Vlaanderen op? Er is voorlopig nog geen consensus, aldus de Raad, omdat zowel verrijkte kooisystemen als niet-kooisystemen voor- en nadelen hebben. “Of het ene dan wel het andere systeem de voorkeur verdient, hangt af van het belang dat men hecht aan dierenwelzijn”, zo klinkt het. “Er bestaat vooralsnog geen wetenschappelijke methode om daar objectief een oordeel over te vellen.”

Aan de ene kant zijn de gedragsmogelijkheden voor de leghen in niet-kooisystemen uitgebreider door de grotere beschikbare ruimte en de inrichting. De legkippen kunnen er meer soorteigen nest-, scharrel- en pikgedrag ontwikkelen. Anderzijds komen andere welzijnsproblemen zoals borstbeenletsels, verenpikken en een slechte luchtkwaliteit vaker voor in niet-kooisystemen. Bovendien hangt de “werkelijke staat” van het dierenwelzijn ook af van de opfokcondities, de bedrijfsvoering en de rassenkeuze.

Lang verhaal in het kort: er is weinig nieuwe informatie waaruit zou kunnen besloten worden dat aan de voorwaarden uit 2009 voldaan wordt om te komen tot een verbod op kooihuisvesting. Binnen de leghennenwerkgroep van de Raad werd ook geen consensus gevonden om de voorwaarden aan te passen, en dus blijft het advies uit 2009 ongewijzigd bestaan. De Raad stelt wel voor om netwerkgroepen van pluimveehouders op te richten om goede praktijken uit te wisselen en vraagt ook meer wetenschappelijk onderzoek naar verbeteringen in niet-kooisystemen en een “snel en kostenefficiënt” monitoringssysteem in het slachthuis. 

Meer info: Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn

Bron: Pluimvee

Volg VILT ook via