nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

24.11.2016 Welke inspanning oppert klimaatresolutie voor landbouw?

Het Vlaams Parlement heeft woensdagavond een (niet bindende) klimaatresolutie goedgekeurd om de in Parijs afgesproken klimaatdoelstellingen na te komen. De maatregelen hebben 2030 als tijdshorizon, worden positief onthaald door de milieubeweging en zijn een duidelijke insteek voor de klimaattop van de Vlaamse regering op 1 december. Van een ambitieus klimaatbeleid wordt gezegd dat het de competitiviteit van Vlaanderen versterkt. Toch vreest de landbouwsector afgerekend te worden op biologische processen die van nature gepaard gaan met broeikasgasemissies. In de resolutie gebeurt dat geenszins want daarin ijveren meerderheid en oppositie voor een stimulerend en ondersteunend beleid. CD&V zet in de verf dat de efficiëntie van de Vlaamse landbouw een voordeel is in het licht van de klimaatuitdaging.

Het Vlaams Parlement heeft, met een opvallende eensgezindheid tussen meerderheid (CD&V, N-VA, Open Vld) en oppositie (sp.a en Groen), de klimaatuitdaging vertaald in concrete doelstellingen. De initiatiefnemers voor de resolutie “betreffende een sterk Vlaams klimaatbeleid”, waaronder CD&V’er Robrecht Bothuyne en sp.a-boegbeeld Louis Tobback, vinden de kamerbrede meerderheid van grote betekenis voor Vlaanderen. Dat wordt onderschreven door de milieubeweging want Bond Beter Leefmilieu spreekt van een doorbraak in het Vlaamse klimaatbeleid. Die positieve analyse is onder meer gebaseerd op de voorgestelde kernuitstap en het uitdoofscenario voor stookolieketels en voor wagens met een diesel- en benzinemotor.

Kijk je naar het aandeel dat de verschillende sectoren hebben in de broeikasgasuitstoot in Vlaanderen, dan komt dat voor landbouw op acht procent. Industrie (28%), energie (24%), transport (19%) en huishoudens (13%) zijn grotere vervuilers. Voor bijkomende inspanningen kan dus niet naar één sector in het bijzonder gekeken worden. Iedereen zal zijn bijdrage moeten leveren, “en ook de impact van de ruimtelijke ordening in Vlaanderen mag niet onderschat worden”, zo staat in de aanhef van de resolutie. Aan de Vlaamse regering wordt gevraagd om de aanbevelingen uit de resolutie zo snel mogelijk in beleid om te zetten. De initiatiefnemers zijn er namelijk van overtuigd dat een ambitieus klimaatbeleid opportuniteiten biedt voor de economie en de tewerkstelling in Vlaanderen.

Ter illustratie van de klimaatambities die geformuleerd werden aan het adres van de landbouw, kan je er niet één maatregel uitlichten. De reductie van de broeikasgasuitstoot moet namelijk komen van een pakket dat een 25-tal maatregelen bundelt. De CD&V-fractie in het Vlaams Parlement communiceert er over in termen van “ondersteunen” en “stimuleren”, en dat lijkt inderdaad de rode draad in het maatregelenpakket. Zo wordt bij de Vlaamse regering aangedrongen op een “stimulerend beleid om de CO2-voetafdruk per eenheid product verder te verminderen”. Opvallend, de Vlaamse landbouw krijgt een laboratoriumfunctie toebedeeld als het over precisielandbouw gaat. Door in Vlaanderen voorop te lopen met de modernste technieken en technologieën kunnen we het mondiale klimaatprobleem helpen aanpakken. Agro-ecologie en biotechnologie worden in de opsomming van nieuwigheden verzoenend naast elkaar gezet.

Als het over klimaat en landbouw gaat, dan komt de methaanuitstoot van de veehouderij meestal in beeld. Daarover zegt de resolutie het volgende: “Leg de klemtoon op de voortrekkersrol van Vlaanderen op vlak van klimaatefficiënte land- en tuinbouwproductie, eerder dan op een verdere groei van de veestapel. Stimuleer onderzoek naar het verlagen van de methaanuitstoot van de veestapel en zet optimaal in op de bouw van ammoniakemissiearme stalsystemen.” De verwijzing naar ammoniak is minder relevant in het licht van het klimaatvraagstuk en dient vooral gezien te worden in het kader van de natuurdoelstellingen. Door ammoniakemissiearme systemen behalve in nieuwe ook in bestaande stallen te implementeren, kunnen bepaalde veebedrijven ontwikkelingsruimte krijgen waar ze anders van verstoken blijven. Als algemene vuistregel poneert de resolutie dat bij het nemen van nieuwe klimaatmaatregelen rekening gehouden moet worden met de technische en economische haalbaarheid voor landbouwbedrijven, conform het BBT-principe (best beschikbare technieken).

Zoals de klimaatresolutie in algemene termen pleit voor een zuinig ruimtegebruik doet de tekst dat ook specifiek voor landbouw, wat resulteert in een oproep om verticale landbouw en ruimtebesparende meerlagige teeltsystemen te ondersteunen. Zuinig ruimtegebruik wordt ook vertaald naar de andere ecosysteemdiensten dan voedselproductie die een landbouwer kan leveren op eenzelfde stuk grond. Daarom luidt de aanbeveling: “Onderzoek hoe groene en blauwe diensten in de landbouw gevaloriseerd kunnen worden als verdienmodel.” Als de landbouwsector in de aanloop naar de eerste Vlaamse Klimaattop hamerde op de inspanningen die al geleverd zijn, dan werd onder meer verwezen naar de productie van hernieuwbare energie. Daar zet de resolutie verder op in: zonnepanelen, kleine windturbines, pocketvergisters, energiebesparing, enz.

Landbouw is deel van het klimaatprobleem én van de oplossing, wat door de resolutie vertaald wordt naar koolstofopslag in de bodem, boslandbouw, erosiebestrijding en de valorisatie van nevenstromen tussen agrovoedingsbedrijven en uit de vergisting. Een hinderpaal die al even mee gaat, is dat het restproduct van vergisting (digestaat) voor de volle 100 procent het statuut van dierlijke mest krijgt als de biogasinstallatie deels gevoed wordt met mest. Het Vlaams Parlement zou dit graag verholpen zien.

Wie van de klimaatresolutie verwachtte dat ze vleesproductie en -consumptie aan de schandpaal zou nagelen, komt van een koude kermis thuis. Heel genuanceerd klinkt het: “Promoot een evenwichtig en gezond voedingspatroon. Zoek naar novel foods en eiwitrijke alternatieven voor vlees. Ondersteun de productie van nieuwe of zeldzame teelten die bijdragen aan een gezond voedingspatroon. Blijf tegelijk inzetten op het onderzoek naar alternatieven voor soja in veevoeder.”

De CD&V-fractie in het Vlaams Parlement is er als eerste bij om over het landbouwluik in de klimaatresolutie te communiceren. “Onze Vlaamse land- en tuinbouwers hebben reeds veel inspanningen geleverd om meer duurzaam te produceren. De sector houdt daarbij het evenwicht tussen klimaat en economie. Ook in de toekomst willen we verdere ontwikkeling en evolutie mogelijk maken. Klimaat en economie, hand in hand. Dit is ook de essentie van de klimaatresolutie die kamerbreed werd goedgekeurd in het Vlaams Parlement”, zegt mede-initiatiefnemer Robrecht Bothuyne (CD&V). Hij vindt de lage CO2-uitstoot per eenheid product een sterke troef van de Vlaamse landbouw, en zegt dat de klimaatresolutie daarom de klemtoon legt op ondersteunen en stimuleren.

Collega Bart Dochy vult aan: “Land- en tuinbouw is en blijft in de eerste plaats een economische sector. Het is aan de overheid om individuele bedrijfsontwikkelingen op maat van het bedrijf en de bedrijfsleider te faciliteren en te ondersteunen. Dit betekent dat er zowel voor bedrijfsgroei, als voor verbreding en korte keten plaats is in Vlaanderen. Dit ligt ook in de lijn met de recent in het Vlaams Parlement unaniem goedgekeurde resolutie omtrent schaalverandering.” Het is de ondernemer die volgens Jos De Meyer, voorzitter van de landbouwcommissie, zelf moet beslissen welke richting hij uit wil met zijn bedrijf.

“Ook maatwerk voor gewas en dier is de toekomst”, meent partijgenoot Tinne Rombouts, die tevreden is met de brede erkenning voor de inspanningen die landbouwers reeds leverden. “Met smart farming en precisielandbouw zijn in de toekomst nog grote efficiëntiewinsten te boeken, zowel economisch als milieukundig. Het verplaatsen van veeteelt naar het buitenland zou, gezien de duurzame investeringen in de Vlaamse landbouw, de uitstoot mondiaal vergroten en dus een foute keuze zijn. In plaats daarvan moeten we de kennis en knowhow omtrent klimaatvriendelijke landbouwproductie in eigen regio nog breder ingang doen vinden, en zelfs uitdragen naar derde landen die er van kunnen leren.”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: ILVO

Volg VILT ook via