nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

02.05.2019 Wervel wil meer overheidsingrijpen inzake landbouw

Als het van Wervel afhangt, dan schrijven de nieuwe beleidsmakers na de verkiezingen aan een landbouw- en voedselbeleid waarin een veel actievere rol is weggelegd voor de overheid. De beweging voor een gezonde landbouw kijkt bijvoorbeeld naar de overheid om de prijzen van landbouwgrond te plafonneren. De grondprijs weerspiegelt immers een speculatieve waarde, en niet meer wat een boer of tuinder op een hectare kan verdienen met zijn arbeid. Meer in plaats van minder overheidsbemoeienis zie je ook terugkomen in de vragen voor aanbodbeheersing op EU-niveau en het oriënteren van de landbouwbedrijven rond de steden op de voedselvoorziening van de stedelingen.

Grond is het basisproductiemiddel van een landbouwer zodat Wervel er zijn politiek memorandum mee begint. Concreet kijkt de organisatie naar de overheid om landbouwgrond te beschermen tegen speculatie en ander landgebruik dan landbouw. Zowel de verkoop- als de pachtprijs van landbouwgrond worden geplafonneerd als het van Wervel afhangt. Grondgebondenheid vindt de organisatie belangrijk voor een veebedrijf. Idealiter combineert een landbouwer dierlijke en plantaardige productie, maar kringlopen kan je ook sluiten door akkerbouwers en veehouders beter te doen samenwerken.

In zijn memorandum overtuigt Wervel beleidsmakers van het belang van grond om te komen tot een moderne landbouw gebaseerd op agro-ecologie. “Landbouwbodems kunnen de afvoer van oppervlaktewater bufferen en grondwater opslaan. Waterbeheer kan je net als het verhogen van de biodiversiteit integreren in een agro-ecologische landbouw.” Boslandbouw is een stokpaardje van Wervel – dat deel uitmaakt van het consortium Agroforestry Vlaanderen – en wordt hier genoemd als landbouwpraktijk ter verbetering van de bodemvruchtbaarheid.

Waar minister Van den Heuvel recent in het Vlaams Parlement verklaarde dat minder vlees produceren in eigen regio de vleesconsumptie van de Vlaming niet doet dalen, vindt Wervel dat je een landbouw- en voedselbeleid niet los van elkaar kan zien. “Streef in het voedingspatroon naar een goed evenwicht door het gebruik van meer plantaardige eiwitten en minder dierlijke eiwitten. Zorg dat er minder reclame gemaakt wordt voor suiker- en vetrijke voedingswaren, en doe de Vlaming minder bewerkte en meer verse voedingswaren eten. Openbare diensten kunnen in hun grootkeukens voorrang geven aan lokale en seizoensgebonden producten, afkomstig van landbouwbedrijven die duurzame praktijken toepassen.” Onder de noemer Lunch met LEF verbindt en verbetert Wervel de eet- en landbouwcultuur en start het daarvoor bij schoolmaaltijden. LEF staat voor lokaal, ecologisch en fair.

Op initiatief van de Vlaamse provincies start eerstdaags de tweede Week van de Korte Keten. Wat kunnen overheden nog allemaal doen om de lokale landbouw te ondersteunen? Wervel reikt enkele ideeën aan: “Richt regionale groothandelsmarkten op die zich bij lokale producenten bevoorraden tegen kostendekkende prijzen. Bouw zones uit rond steden waar aan landbouw gedaan wordt in functie van de voedselvoorziening van die steden.” Beide voorstellen worden momenteel voor het eerst op een wat grotere schaal in de praktijk gebracht, meer bepaald door de projecten Brussel LUST en Kort’Om Leuven. Daar lees je eerstdaags meer over op VILT.be.

Het politiek memorandum van Wervel besluit met een pleidooi voor een grondige hervorming van het Europees landbouwbeleid dat in grote mate de Vlaamse landbouwpolitiek bepaalt. Waar de Europese Commissie resoluut kiest voor meer marktoriëntering (bv. afschaffing melk- en suikerquota), houdt Wervel net een pleidooi voor een betere bescherming van de interne landbouwproductie. De organisatie wil wat dat betreft de klok terugdraaien met productiequota gebaseerd op de binnenlandse vraag. Internationale handelsakkoorden zouden gebaseerd moeten zijn op reële behoeften en gelijkwaardige normen.

Landbouwers verdienen volgens Wervel de garantie op een rechtvaardig inkomen. Het bestaande systeem van Europese inkomenssteun draagt daar volgens de organisatie onvoldoende toe bij. Het kan naar verluidt wel bijgeschaafd worden door bijvoorbeeld kleine bedrijven en diverse samenwerkingsvormen positief te discrimineren. Europa zou de rechtstreekse steun in de ogen van Wervel nog meer moeten laten afhangen van het leveren van maatschappelijke diensten zoals biodiversiteit en koolstofopslag in de bodem. Een nieuw idee is om het aantal arbeidsplaatsen op een boerderij te laten meetellen bij het verstrekken van inkomenssteun. Een landbouwer die voor jobs zorgt, verdient dan een extraatje ten opzichte van een éénmanszaak.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Agroforestry in Vlaanderen

Volg VILT ook via