nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

13.02.2017 Wetenschappers FAVV verdedigen distelbestrijdingsplicht

Er is een Koninklijk Besluit in de maak dat de verplichte distelbestrijding wil reduceren tot één distelsoort, namelijk de akkerdistel, en geografisch tot landbouwpercelen en een bufferzone van 50 meter daarrond. Distelbestrijding is een prikkelbare kwestie want natuurbeschermers vinden het niet meer van deze tijd terwijl landbouwers als de dood zijn voor distelzaden die overwaaien naar hun percelen. Het wetenschappelijk comité van het Voedselagentschap boog zich over het ontwerp-KB en toont zich een voorstander van de status quo. Dat wil zeggen een wettelijk verplichte bestrijding van niet één maar vier distelsoorten, en dat op het gehele grondgebied.

Reeds in 2002 argumenteerden onderzoekers van de KU Leuven dat de oude distelbestrijdingsplicht niet zinvol en zelfs niet wettelijk was. Voor drie van de vier bestrijdingsplichtige distels (speerdistel, kruldistel en kale jonker) achtte het Leuvense natuurlaboratorium verdelging niet zinvol vanuit landbouwkundig oogpunt. Voor akkerdistels luidde het toen dat bestrijden wel zinvol is op landbouwpercelen en in een bufferzone van maximum 50 meter rondom deze gronden. De zienswijze van professor Martin Hemry en zijn collega luidde dat heel wat klachten voorkomen kunnen worden door de bermen te maaien voor de distels in bloei staan.

Vijftien jaar lang is er met dat advies weinig gebeurd. De natuurbeweging is vragende partij voor een versoepeling van de distelbestrijdingsplicht terwijl de landbouwsector zich daartegen verzet uit angst voor een onbeheersbaar onkruidprobleem. In de praktijk wordt de distelbestrijding niet goed nageleefd. Het Voedselagentschap (FAVV) en de politie delen pas waarschuwingen uit na ontvangst van een klacht. In 2014 en 2015 waren er in totaal een 30-tal klachten.

Vermits de klachten ontvangen door het FAVV hoofdzakelijk betrekking hebben op de akkerdistel ontwierp de federale overheid een KB om de verplichte bestrijding te beperken tot deze distelsoort om in geval van slecht nabuurschap te kunnen optreden. Het voorgestelde ontwerp-KB verplicht de bloei, zaadvorming en uitzaaiing van de akkerdistel op landbouwpercelen en in bufferzones van 50 meter rondom deze percelen te beletten.

In geval de gebruiker van een perceel geen actie onderneemt, kan het FAVV nog steeds overgaan tot de ambtshalve bestrijding op kosten van de gebruiker van het perceel. Daartoe vraagt het agentschap de tussenkomst van de burgemeester. Behalve een versoepeling beoogt het ontwerp-KB ook meer rechtszekerheid en duidelijkheid voor de landbouwsector door de juridische basis die dateert van 1987 te actualiseren.

Het wetenschappelijk comité van het FAVV heeft zich over de kwestie gebogen en volgt de overheid niet in haar plannen. Van de vier mag de akkerdistel dan wel de moeilijkst te beheersen distelsoort zijn, de drie andere soorten zijn daarom niet minder onwenselijk. Landbouwers beschikken over steeds minder herbiciden. Ook de evolutie naar minder intensieve teeltsystemen zoals biolandbouw en de diversificatie van grondgebruik, bijvoorbeeld voor paarden, kunnen de verspreiding van akkerdistel, speerdistel, kale jonger en kruldistel in de hand werken.

De wetenschappers van het FAVV houden daarom liever vast aan de verplichte distelbestrijding zoals ze nu bestaat. De enige uitzondering die ze maken is voor de kale jonker wanneer die in natuurgebieden met wetenschappelijke waarde of in natuurreservaten voorkomt. Als de strijd tegen de distels wordt opgegeven in alle natuurgebieden en niet-landbouwpercelen, dan zou de populatie schadelijke distels vermeerderen. En dat vinden de wetenschappers geen goed idee voor een soort die zich zeer makkelijk voortplant en een grote concurrentiekracht heeft.

Ook het voorstel van de federale overheid om de bestrijding van de akkerdistel te beperken tot een bufferzone van 50 meter rond landbouwpercelen, kan niet overtuigen. Het wetenschappelijk advies luidt als volgt: “In de praktijk zijn gebieden waar de schadelijke distels woekeren niet de landbouwpercelen zelf maar de omgeving er rond. Tien procent van het distelzaad kan bij een zwakke wind verder dan 40 meter verspreid worden. Het zaad is zeer kiemkrachtig en de plant vermeerdert zich ook via zijn sterk wortelstelsel. Gelet op het verspreidingsvermogen en de schadelijkheid van deze soort, bevelen we aan om deze onkruiden te bestrijden op het hele grondgebied, dus zonder de afbakening van een bufferzone.”

De meest doeltreffende bestrijdingsmethode van de akkerdistel is de combinatie van maaien en bespuiten met herbicide. Indien de bestrijding enkel door maaien gebeurt, zijn vier à zes maaibeurten per jaar noodzakelijk. De maaibeurten moeten ten laatste in de week na het verschijnen van de eerste bloemen gebeuren en uiteraard vóór de zaadvorming. Het maaisel dient weggenomen te worden want anders wordt de bodem opnieuw voorzien van voedingsstoffen en dat verstikt de andere aanwezige plantensoorten. De speerdistel, de kale jonker en de kruldistel zijn gezien hun tweejarig karakter gemakkelijker chemisch of mechanisch te bestrijden dan de akkerdistel.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: KU Leuven - KULAK

Volg VILT ook via