nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

20.01.2016 Wist je dat overheid gedragscode oplegt bij handhaving?

Gecontroleerd worden, is nooit leuk. Iedereen die een auto bestuurt, kent het ongemakkelijke gevoel dat je ervaart bij een routinecontrole door de politie. Datzelfde gevoel bekruipt een landbouwer wanneer hij controleurs van de overheid op het erf krijgt. Nochtans is gecontroleerd worden ‘part of the job’ voor boer en tuinder als je weet dat onder meer de landbouwadministratie, de Milieu-inspectie, de Vlaamse Landmaatschappij en het Voedselagentschap personeel uitsturen om de regels op het terrein te handhaven. Wederzijds respect spreekt vanzelf, maar wist je dat elke overheidsinstantie een gedragscode hanteert voor zijn personeel? In de hoop dat het de sereniteit tijdens controles kan bevorderen, beschrijft VILT wat je als landbouwer zoal mag verwachten van de man of vrouw die de controle uitvoert.

Een controleur die op pad gestuurd wordt door de overheid probeert zijn werk zo goed mogelijk te doen, net zoals de landbouwer die gecontroleerd wordt iedere dag opnieuw zijn best doet. Toch zullen beide partijen zich dikwijls wat ongemakkelijk voelen. Zelfs al ben je als landbouwer met alles in orde, toch heb je wat het gevoel dat je in de rol van ‘beschuldigde’ gedrongen wordt. Of de controle nu gunstig of ongunstig verloopt, kostbare tijd zal ze altijd in beslag nemen. Als het werk op het veld achterstand oploopt of de routine in de stal doorbroken wordt, kan dat op de heupen werken. Een serene houding bij de gecontroleerde is dan nog altijd de beste garantie dat de controle zo snel als mogelijk achter de rug is.

Geruggensteund door een checklist en met de nodige kennis van de wetgeving bezoekt een controleur een landbouwbedrijf. Voor hem of haar is het duidelijk aan welke regels de landbouwer zich moet houden. Maar wist je dat de controleurs zelf ook een aantal regels in acht moeten nemen? Hun charter of gedragscode is uitgebreider dan je zou verwachten. Wederzijds mogen er dus verwachtingen gekoesterd worden. Opdat die duidelijk zouden zijn, dook VILT in de gedragscodes die vier overheidsinstanties hanteren voor hun personeel met een controletaak.

Zowel het Voedselagentschap, de Milieu-inspectie, de Vlaamse landbouwadministratie als de Vlaamse Landmaatschappij (Mestbank) verwachten een correcte houding van hun controleurs. Bij het betreden van het erf van de boer moeten zij zich bijvoorbeeld voorstellen. Een controleur van het (federale) Voedselagentschap zal daarbij spontaan zijn legitimatiekaart tonen. Ook de medewerkers van het Departement Landbouw en Visserij leggen een legitimatiebewijs voor. De Vlaamse Landmaatschappij en de Milieu-inspectie schrijven voor om de kaart te tonen als daarom gevraagd wordt. Op eenvoudig verzoek zullen ze dat doen, maar anders stellen ze zich gewoon mondeling even voor.

Meestal zal de landbouwer op voorhand telefonisch verwittigd worden van het bezoek. Schrik niet als er een controleur onaangekondigd aan je deur staat. Dat is het goed recht van de overheid want anders zouden mensen met minder goede bedoelingen, en die heb je in elke sector, nooit op heterdaad betrapt kunnen worden. Zo geeft de afdeling Milieu-inspectie van de Vlaamse milieuadministratie met onaangekondigde controles gevolg aan een klacht of calamiteit terwijl de uitgebreide controles op voorhand gepland worden.

Een controle kan plaatsvinden zonder dat de landbouwer daarbij aanwezig is. In de praktijk is dat eerder uitzondering dan regel omdat alle controleurs zich aanmelden alvorens met hun werk te starten. De achtergrond van deze door de Mestbank gehanteerde regel is dat een landbouwbedrijf zich niet kan onttrekken aan een controle. Een bedrijfsleider kan controleurs dus niet aan de deur zetten met de simpele mededeling dat hij het te druk heeft. Anderzijds mogen controleurs zich geen onrechtmatige toegang verschaffen tot bedrijven, daar is de Milieu-inspectie formeel in. Maar in even duidelijke taal wordt door de Vlaamse Landmaatschappij het recht op toegang beschreven: "Controleurs mogen elke plaats op het landbouwbedrijf vrij betreden en het benodigde materiaal meenemen. Voor de bewoonde lokalen mag dat enkel indien de bewoner zijn voorafgaande en schriftelijke toestemming gaf. Anders is er een machtiging nodig van de politierechtbank."

Om te weten wat onrechtmatig is, moeten we in andere charters neuzen. Voor het uitvoeren van toezicht op een erf of bedrijfsgebouwen zijn de handhavers van de overheid niet gebonden aan uren. Een bedrijfscontrole is geen huiszoeking dus kan een controleur zich niet eigenhandig toegang verschaffen tot de woning. Denk nu niet dat een controleur nooit een voet in de woning mag zetten. Als de landbouwer hem bij de start van de controle vriendelijk ontvangt in de keuken of woonkamer, misschien omdat een kantoor ontbreekt, dan is daar niets mis mee.

Het Voedselagentschap schrijft in zijn charter dat “specifieke familiale omstandigheden” zo nodig een uitstel van de controle rechtvaardigen. We kunnen ons voorstellen dat het voor de controleur in kwestie niet makkelijk is om dat altijd juist in te schatten. Bovendien veronderstelt het oprechtheid bij de gecontroleerde. Bij het Departement Landbouw en Visserij is men voorzichtig met het verlenen van uitstel van controle. Als daarom verzocht wordt en de gecontroleerde heeft duidelijk gegronde redenen, dan kan een controleur uitstel verlenen als zijn dienstinstructies dat toelaten. De omstandigheden en de redenen hiervoor moet hij rapporteren. Zo nodig neemt de controleur bewarende maatregelen zodanig dat een volwaardige controle mogelijk blijft.

Na de kennismaking wordt aan de landbouwer uitgelegd wat er gecontroleerd wordt. Dat hoeft geen éénrichtingsverkeer te zijn want er is altijd de mogelijkheid tot vragen stellen. Wanneer beide partijen zich aan tafel zetten, mag een landbouwer het de controleur gerust wat aangenamer maken met een koffie en een koekje. Maar hou het daar dan ook bij. Iets wat op een geschenk zou kunnen lijken, zoals een gratis zak aardappelen, moet door de controleur beleefd geweigerd worden. Anders komt zijn integriteit in het gedrang. Als ook een ‘pintje’ of ‘druppel’ afgeslagen worden, interpreteer dat dan niet als onbeleefdheid. Alcoholconsumptie tijdens de werkuren zou immers niet op prijs gesteld worden door de oversten van de controleur.

Controleur en gecontroleerde mogen geen familieband of zakenrelatie hebben, schrijft het Departement Landbouw en Visserij voor. Een logische voorwaarde die je ook in de andere gedragscodes ziet opduiken, bijvoorbeeld bij de Vlaamse Landmaatschappij: “Persoonlijke belangen mogen geen weerslag hebben op de objectiviteit van de controleur.” In de praktijk komt dat neer op geen controles bij familie, vrienden, klanten, …, zelfs niet in de eigen gemeente.

Komen ze met twee, wat bij de Milieu-inspectie en de Mestbank bijvoorbeeld altijd het geval is, dan is dat een extra garantie op integriteit en veiligheid. Je merkt dat alle overheidsinstanties er heel veel belang aan hechten dat hun controleurs ‘onverdacht’ zijn. Daarin gaan ze veel verder dan de richtlijn om geen geschenken te aanvaarden. Zo geeft de Vlaamse landbouwadministratie officieel briefpapier mee aan zijn controleurs zodat ze niet tegenover de landbouwer zouden plaatsnemen met pen en papier met daarop het logo van derden. En de Vlaamse Landmaatschappij heeft een ‘netwerk integriteit’ dat er over waakt dat cumulatie van functies nooit tot insinuaties van belangenvermenging kan leiden. Zo nodig wordt de inspecteur op non-actief gezet of wordt hij enkel ingezet in bepaalde regio’s of sectoren.

Wanneer een controleur een stal wil betreden, dan kan de veehouder hem vragen om bedrijfskledij aan te trekken. Het Voedselagentschap geeft zijn controleurs als instructie mee dat ze “al de nodige voorzorgsmaatregelen moeten nemen om te voorkomen dat ze ergens schadelijke ziekten binnen brengen”. Dat is bij de Vlaamse overheidsinstanties niet anders. Zo luidt het bij de Milieu-inspectie dat “alle veiligheidsbepalingen en hygiënische voorschriften op het gecontroleerde bedrijf nageleefd moeten worden”. Sanitaire voorschriften kunnen verschillen van bedrijf tot bedrijf zodat een landbouwer zelf de nodige richtlijnen moet geven. Hij mag een controleur die zijn stal betreedt met dezelfde sanitaire voorzorgsmaatregelen opzadelen als een dierenarts of andere bezoeker.

Bij het afsluiten van de controle wordt de landbouwer in kennis gesteld van de vaststellingen die gebeurden. In de mate van het mogelijke geeft een controleur van de landbouwadministratie aan wat de gevolgen van de controle kunnen zijn, zonder op de finale beslissing vooruit te lopen. Het controleverslag wordt ter plekke gemaakt en ondertekend door alle betrokken partijen. Opmerkingen van de landbouwer worden er letterlijk in genoteerd. Ook het Voedselagentschap maakt er in zijn charter een punt van om te informeren over de resultaten van de controle en de mogelijkheden tot beroep. Wordt er een proces-verbaal opgemaakt, dan horen de opmerkingen van de landbouwer daar ook in thuis.

Weet tot slot dat de controleurs die je als landbouwer over de vloer krijgt, discreet moeten zijn over hun vaststellingen. Net zoals een bankier of advocaat mogen zij de (persoonlijke) informatie die ze vergaren door hun opdracht niet rondbazuinen. Ook hebben ze zich niet te moeien met het privéleven van de gecontroleerde personen.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via