nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

25.04.2017 WMF waarschuwt voor veeconcentratie in West-Vlaanderen

Op de regionale tv-zender Focus|WTV neemt de West-Vlaamse Milieufederatie (WMF) de intensieve veehouderij op de korrel. De reportage start met buurtbewoners die klagen dat de grote kippenstal in hun achtertuin niet thuishoort in landbouwgebied maar op een industrieterrein en poneert vervolgens dat de concentratie aan veebedrijven nergens zo groot is als in West-Vlaanderen. WMF vraagt aan de Vlaamse en federale overheid om de gezondheidsrisico’s voor omwonenden te onderzoeken. Een Nederlandse studie daaromtrent sneed het thema vorige maand reeds aan zodat VILT aan landbouwonderzoeksinstituut ILVO vroeg om duiding te geven bij de stalemissie van fijn stof.

De intensieve veehouderij wordt met zonden overladen in een reportage op de regionale televisiezender Focus|WTV. Het is de West-Vlaamse Milieufederatie (WMF) die het debat wil starten over de relatie tussen veehouderij en gezondheid. Aanleiding is de grote concentratie aan veebedrijven in de regio. De kustprovincie huisvest ruim 3 miljoen varkens van de in totaal 6 miljoen varkens in Vlaanderen en 11 van de 32 miljoen kippen. Ongeveer elke 450 meter staat een stal.

Het aantal landbouwers neemt ieder jaar met bijna vier procent af, maar de veestapel niet zodat de overblijvende bedrijven groter worden. Ter illustratie: de afgelopen tien jaar (2005-2015) is het aantal vleesvarkens in Vlaanderen gelijk gebleven en het aantal zeugen met 23 procent verminderd. Anno 2015 zijn er zes procent meer kippen. De stijging doet zich vooral voor in de vleeskippenhouderij (+13%).

Zowel het areaal als de veestapel van de overblijvers groeien. De buitenwereld schrikt vooral van de dieraantallen in de pluimvee- en in mindere mate ook de varkenshouderij omdat daar de macht van het getal speelt. Bedrijven met enkele tienduizenden of meer dan 100.000 kippen vinden sommigen eerder thuishoren op een industrieterrein dan in landbouwgebied. Focus|WTV geeft dat aandacht door een reportage te draaien in Wervik, in de tuin van buren van een nieuw gebouwde kippenstal. “Er staan 30 tot 50 huizen rond de kippenstal, maar die is hier neergepoot omdat het in landbouwgebied moet. Maar 135.000 kippen is geen landbouw meer”, zegt een buurtbewoner.

De West-Vlaamse Milieufederatie wijst op de gezondheidsrisico’s voor omwonenden, “tot op anderhalve kilometer van een stal volgens internationale studies”. Bart Vanwildemeersch (WMF) zegt dat het door de aanwezigheid van resistente bacteriën en door de verspreiding van fijn stof komt. Hij hekelt het gebrek aan onderzoek in Vlaanderen naar het effect van intensieve veehouderij op de menselijke gezondheid, en hoopt dat de Vlaamse en federale overheid daar wat aan willen doen. Onderliggend ijvert de milieufederatie voor een ander (kleinschaliger) landbouwmodel “dat beter opbrengt voor boer, buurt en beest”.

Boerenbond schrikt van deze uitlatingen en benadrukt dat veehouders zich aan strenge regels houden en er grote inspanningen gebeuren om de stalemissie te reduceren. Met resultaat, want uit cijfers van de Vlaamse Milieumaatschappij blijkt dat de uitstoot van fijn stof en ammoniak sterk gedaald is. Raadpleging van het milieurapport maakt duidelijk dat de ammoniakemissie in Vlaanderen met 22 procent verminderde sinds 2000, wat grotendeels te danken is aan de landbouw en meer bepaald aan de kleinere veestapel, emissiearme stalsystemen en het emissiearm toedienen van drijfmest.

De uitstoot van fijn stof is in het geval van de kleinste en voor de gezondheid meest schadelijke partikels (PM2,5) voor zes procent toe te schrijven aan landbouw. Tussen 1995 en 2014 realiseerde de sector een stofreductie van 47 procent door een lager energieverbruik, de omschakeling naar aardgas in de glastuinbouw en de dalende veestapel tot 2008. Voor grotere stofdeeltjes (PM10) is landbouw met 27 procent, een aandeel dat ongewijzigd bleef tussen 2000 en 2014, de voornaamste bron. Dit heeft vooral te maken met een (toenemende) bewerking van de bodem.

Wat het antibioticagebruik betreft streeft de sector naar een halvering van het diergeneeskundig gebruik tegen 2020. Tussen 2011 en 2015 was er al een antibioticareductie van 16 procent, terwijl de meeste maatregelen dan pas in voege gingen. “Misschien komt de sector statisch over, maar de cijfers tonen aan dat we niet stilstaan. Bij een stabiele of licht stijgende productie is de milieudruk duidelijk gedaald”, zegt Boerenbond-woordvoerder Anne-Marie Vangeenberghe. “Het feit dat we voeding produceren die aan de basis ligt van een goede gezondheid verdient erkenning. De uitstoot die veehouderij als neveneffect heeft, proberen we te reduceren.”

Dat het in Vlaanderen volledig ontbreekt aan wetenschappelijke kennis inzake de gezondheidseffecten van emissies door veehouderij spreekt Vangeenberghe tegen. Ze verwijst naar de kennisopbouw door landbouwonderzoeksinstituut ILVO. Op vraag van VILT heeft ILVO het eigen onderzoek rond stofemissies en de wetenschappelijke literatuur daarrond toelicht in een wekelijkse duiding. Lees in dat verband ook het (kortere) nieuwsartikel ‘Verrassende bevindingen omtrent stallucht en gezondheid’, verrassend omdat het effect niet per definitie negatief is. Nederlands onderzoek wees namelijk uit dat in de buurt van een veebedrijf wonen voor gezonde mensen, niet voor wie al een longaandoening heeft, een beschermend effect kan hebben tegen astma bijvoorbeeld.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via