nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

29.06.2017 Zal landbouwbudget nieuwe EU-prioriteiten financieren?

Van de Europese Unie wordt steeds meer verwacht, maar het beschikbare budget groeit niet aan het tempo van de ambities. Integendeel, door de Brexit wordt de financiële context waarin de EU moet opereren buitengewoon uitdagend. “De rek is uit de middelen waarover de Unie beschikt. Het geld moet ergens vandaan komen. Of we geven minder uit of we zoeken nieuwe inkomsten”, gooit begrotingscommissaris Günther Oettinger de knuppel in het hoenderhok. In een discussienota schetst de Commissie vijf mogelijke scenario’s die telkens andere budgettaire consequenties hebben. Raken aan het landbouwbudget is daarbij geen taboe. Dat gebeurt namelijk in vier van de vijf scenario's.

Met een witboek over de toekomst van de EU heeft de Europese Commissie eerder dit jaar het startschot gegeven voor een breed en eerlijk debat over het Europa van morgen. Aanvullend worden een aantal discussienota’s gelanceerd over de hoofdthema’s, onder meer over defensie en de sociale dimensie van Europa. De laatste in deze reeks van nota’s gaat over de middelen waarover de Unie van 27 lidstaten zal kunnen beschikken. Keuzes maken doet de Commissie niet, wel opties naar voor schuiven en de voor- en nadelen daarvan bespreken.

De EU-begroting bedraagt ongeveer één procent van het bruto nationaal inkomen van de lidstaten en is dus relatief klein. Van elke 100 euro die een Europeaan verdient, betaalt hij gemiddeld 50 euro aan belastingen en sociale rechten. Slechts 1 euro daarvan gaat naar de EU-begroting. In absolute cijfers gaat het voor de periode 2014-2020 over 1.087 miljard euro. Dat lijkt een niet onaardig bedrag maar er moeten tal van grensoverschrijdende vraagstukken mee aangepakt worden: van klimaat en energie tot migratie, consumentenbescherming, mondialisering, werkgelegenheid, de interne markt en de gemeenschappelijke munt.

Sinds het opstellen van de huidige meerjarenbegrotingen zijn er nieuwe uitdagingen ontstaan: de vluchtelingencrisis, veiligheid gelet op de dreiging die van terrorisme uitgaat, cyberaanvallen, defensie, … allemaal vragen ze om een overkoepelende Europese aanpak. Je kan niet meer blijven doen met minder zodat er tegenover de grotere ambities uiteindelijk ook meer middelen zullen moeten staan. Gelet op de Brexit zou dat een grote financiële inspanning vragen van andere lidstaten. Die discussie is moeilijk zodat de Europese Commissie ze nu breed opentrekt. Waar moet de EU-begroting voor worden gebruikt? Wat is niet mogelijk op nationaal niveau? Op welke manier financieren we de EU?

In de discussienota over de toekomst van de Europese financiën verkent de Commissie vijf scenario’s op basis van verschillende beleidskeuzes die elk hun budgettaire impact hebben. De mogelijkheden variëren van besparen op de uitgaven voor bestaand beleid tot de inkomsten verhogen. Begrotingscommissaris Günther Oettinger zegt daarover: “Het geld moet ergens vandaan komen. We kunnen minder uitgaven doen of nieuwe inkomsten zoeken. Wat het ook wordt, elke geïnvesteerde euro uit de EU-begroting moet een meerwaarde en een positief effect op het dagelijks leven van de burger hebben.”

Een persbericht van de Europese landbouwkoepel Copa-Cogeca verraadt dat er scenario’s op tafel liggen waarbij er gesnoeid wordt in het landbouwbudget. Nog voor de Commissie zijn nota publiceerde, voelde de organisatie de bui al hangen: “In de landbouwuitgaven mag niet gesnoeid worden want het landbouwinkomen bedraagt nu al maar 40 procent van het gemiddelde inkomen in Europa. Ook zou de competitiviteit van de agrovoedingsindustrie in het gedrang komen, en het realiseren van milieu- en sociale doelstellingen wordt er moeilijker door.”

Aangezien de nieuwe meerjarenbegroting zich gelijktijdig aandient met een volgende hervorming van het Europees landbouwbeleid staat ook het landbouwbudget ter discussie, wat Copa-Cogeca daartegen ook probeert in te brengen. In een discussienota kan de 39 procent van het EU-budget die naar landbouw-, natuur-, plattelands- en visserijbeleid gaat moeilijk buiten beschouwing blijven. Eerder deze maand had de voorzitter van het Europees Parlement al duidelijk gemaakt dat er geen taboes zijn. De Italiaanse christendemocraat Antonio Tajan, sinds 1 januari voorzitter, pleitte onomwonden voor een halvering van het landbouwbudget. Onder het motto dat je Europa maar kan veranderen door de budgetten te wijzigen, vindt hij het niet verdedigbaar dat naar een sector die twee procent van de economie uitmaakt bijna 40 procent van het EU-budget gaat.

Nemen we er de vijf scenario’s bij die de Europese Commissie uittekende, dan wordt in twee daarvan fors gesnoeid in de landbouwuitgaven. In het scenario ‘Minder samen doen’ zou er uitsluitend nog inkomenssteun gaan naar landbouwbedrijven die bijzondere beperkingen ervaren, bijvoorbeeld vanwege hun kleinschaligheid, het berggebied of dunbevolkte platteland waar ze actief zijn. Ook in geval van een radicale hervorming verschuift er geld van de “oude” prioriteiten landbouw- en cohesiebeleid naar nieuwe prioriteiten die Europees aangepakt moeten worden. Voor landbouw zou dat opnieuw betekenen minder inkomenssteun, meer nadruk op benadeelde landbouwers en een heroriëntering van de middelen richting agromilieumaatregelen, klimaatmaatregelen en risicobeheersingsinstrumenten voor alle landbouwers.

‘Veel meer samen doen’ betekent dat er ook meer geld naar landbouw terwijl in de twee resterende scenario’s (‘sommigen doen meer’ en ‘op dezelfde voet doorgaan’) de budgetverdeling in grote lijnen stabiel is, maar landbouw- en cohesiebeleid opnieuw inleveren om een aantal nieuwe prioriteiten te financieren. Het is andermaal aan de inkomenssteun van landbouwers dat er dan geknabbeld wordt, met name door hem “doelgerichter” te maken en in te zetten voor risicobeheersingsinstrumenten.

Anders dan de parlementsvoorzitter benadrukt de Commissie wel het belang van een gemeenschappelijk landbouwbeleid. “Het was het eerste gemeenschappelijke beleid van de EU en heeft dankzij een aantal hervormingen grote veranderingen doorgemaakt. In de lopende discussies worden verschillende opties voor verdere hervormingen overwogen. Er gaan steeds meer stemmen op dat het beleid zich meer moet richten op het voortbrengen van collectieve goederen, zoals veilig en gezond voedsel, nutriëntenbeheer, de reactie op klimaatverandering, milieubescherming en op een bijdrage leveren aan de circulaire economie.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via