nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

09.07.2018 Zijn mobiele slachthuizen de toekomst?

De Vlaamse overheid financiert een onderzoek naar mobiele slachthuizen. Die maken het mogelijk om dieren op de boerderij zelf te slachten. Het onderzoek wordt uitgevoerd door BioForum, het steunpunt Korte Keten, Odisee hogeschool, het Voedselagentschap en een aantal landbouwers en groothandelaars. Mobiele slachthuizen voorkomen dat dieren vervoerd moeten worden, wat de hoeveelheid stress aanzienlijk vermindert. “En dat komt de kwaliteit van het vlees ten goede, want door de stress komt een hormoon vrij dat kwaliteitsverlies veroorzaakt”, zegt Paul Verbeke van BioForum.

Doordat verschillende slachthuizen na schandalen rond dierenwelzijn (tijdelijk) de deuren sloten, moeten dieren nu steeds verder vervoerd worden. Tielt, Izegem, Geel, Heist-op-den-Berg, Sint-Truiden ... ze gingen allemaal dicht. “Mensen denken dat dit een goede zaak is, want dat het dierenwelzijn daardoor verbetert, maar niets is minder waar”, zegt bioboer Kurt Sannen. “Doordat er minder slachthuizen zijn, zijn de dieren veel langer onderweg. Daarna moeten ze nog lang in de wachtruimte van het slachthuis wachten, waardoor het stressniveau nog meer stijgt.”

Als slachthuizen sluiten door strengere regels, zijn dieren daar dus ook de dupe van. Mobiele slachthuizen kunnen een uitweg bieden. In Duitsland en Zweden bestaat het systeem al. “Voor runderen is het moeilijk, omdat je het karkas omhoog moet trekken”, legt Paul Verbeke van Bioforum uit. “In Zweden lossen ze dat op door een vrachtwagen te gebruiken met een dak dat omhoog kan schuiven. Maar voor pluimvee is het zeker haalbaar.”
“Er zijn nog de kwesties van de voedselveiligheid en de milieuvergunningen, en de regeling van de afvalverwerking, maar daar geraken we wel uit”, reageert Paul Verbeken. “En economisch lukt het ook wel: er zijn natuurlijk kosten aan verbonden, maar de boer bespaart ook omdat hij niet meer zelf met zijn dieren naar het slachthuis moet rijden. En omdat de kwaliteit van het vlees verbetert, kunnen we ook wel een meerprijs vragen.”

Pieter Coopmans, bioboer in Lummen, bevestigt het probleem. “Vroeger reed ik met mijn koe naar het slachthuis van Genk, dat duurde een halfuur. Maar het slachthuis ging failliet en dus reed ik naar Sint-Truiden, maar ook dat slachthuis kreeg geen nieuwe vergunning. Nu is mijn koe uiteindelijk twaalf uur onderweg voor ze uiteindelijk in Aubel geslacht wordt.” De landbouwer verkoopt het vlees van zijn dieren op de boerderij. “Een bijkomend probleem is dat er maar weinig slachthuizen zijn waar je met een klein aantal dieren terecht kunt. De meeste slachthuizen zijn echter gericht op de massa, omdat het ook allemaal goedkoper moet. Dat krijg je als je een kilo gehakt koopt en er een kilo gratis bij krijgt.”

Bioboer Pieter Coopmans is weliswaar niet zo'n fan van mobiele slachtvloeren. Hij ziet meer heil in kleine, lokale slachthuizen, dichter bij de boeren, waar verschillende soorten dieren in kleine aantallen geslacht kunnen worden. “Ik ben er van overtuigd dat er dan veel meer boeren zouden kiezen voor een kleinschaliger boerderijmodel.”

“Kleinschalige – biologische - veehouders die slachten voor rechtstreekse verkoop, hebben al langer een probleem om op een bereikbare afstand een gecertificeerd slachthuis te vinden”, bevestigt het Departement Landbouw en Visserij. Kleinere slachthuizen zijn gesloten en grotere slachthuizen zijn niet uitgerust om een beperkt aantal dieren te slachten voor rechtstreekse verkoop. “De lange afstanden die men moet afleggen met de dieren zijn een doorn in het oog van veehouders en consumenten.”

In 2013 liet BioForum in het kader van het project Bio zoekt Keten al een studie uitvoeren naar de haalbaarheid van een mobiele slachteenheid. Op dat moment waren er nog veel vragen bij de haalbaarheid en bleek de vraag te klein om het rendabel te maken. Intussen is de urgentie alleen maar toegenomen en is het aantal kleinschalige (bio)veehouders ook toegenomen. “Net over de grens in Duitsland is er een functionerende mobiele slachteenheid en ook in Wallonië onderzoekt men opnieuw de mogelijkheden.”

In een rondvraag van BioForum bij biologische veehouders naar de interesse in een operationele groep, gaven 14 biologische veetelers en één starter aan interesse te hebben. “Daarvan zijn er 11 bereid om mee te investeren in een mobiele slachteenheid en 6 wilden als partner dit project mee indienen terwijl de anderen ook willen nadenken”, aldus het Departement Landbouw en Visserij. “Bij gangbare veehouders gebeurde er vooraf geen rondvraag, maar bij de start van het project zal ook naar hun interesse gepeild worden.”

Bron: De Standaard / eigen verslaggeving

Volg VILT ook via