nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

Natuur-inclusieve landbouw
26.09.2016  "Zoals een boer fier is op het graan dat hij oogst, mag hij ook trots zijn op de veldleeuwerik die hij beschermt"

Landbouw en natuur leven soms op gespannen voet. Gelukkig zijn er ook raakvlakken die beide kampen dichter bij elkaar kunnen brengen. Ze luisteren naar namen zoals grauwe kiekendief en veldleeuwerik. Op uitnodiging van de Werkgroep Grauwe Gors vervoegde VILT een akkervogelweekend in Hoegaarden. Vogelspotters in het open landbouwlandschap weten als geen ander de boerennatuur naar waarde te schatten. Maar ze zijn ook kritisch omdat de evolutie van de landbouw – schaalvergroting, specialisering en maximalisering van de gewasopbrengsten – ten koste ging van voedsel en beschutting voor soorten die het vroeger beter naar hun zin hadden in akkers en weiden. Sinds 2008 wordt daar een mouw aan gepast met agrarisch natuurbeheer, maar in natuurmiddens is geweten dat subsidies geen verworvenheid zijn. Freek Verdonckt en Ben Koks, boegbeelden van de akkervogelbescherming in respectievelijk Vlaanderen en Nederland, zien het huidige model daarom evolueren naar een ‘natuur-inclusieve landbouw’ die zonder subsidie kan.

Dankzij de inzet van gedreven vrijwilligers weten we hoe het in de intensieve landbouwlandschappen van de Lage Landen gesteld is met akkervogels: verontrustend slecht. Twee personen zijn bijzonder goed geplaatst om deze analyse te maken: Freek Verdonckt en Ben Koks. Verdonckt is werkzaam bij Natuurpunt en vrijwilliger van het eerste uur bij de Vlaamse akkervogelwerkgroep Grauwe Gors. Koks is voltijds vogelbeschermer in Nederland en staat in Europa bekend als de grote kenner van akkervogels. VILT ontmoet hen op een akkervogelweekend in Hoegaarden (op de foto zie je Freek Verdonckt met collega-vogelbeschermer Remar Erens), waar vrijwilligers uit Vlaanderen en Nederland verzamelen blazen. Zij tellen broedparen van grauwe gorzen en hopen een glimp op te vangen van de grauwe kiekendief, een roofvogel met een voorkeur voor een open landschap. Op het plateau van Hoegaarden scharrelt de kiekendief zijn (muizen)kostje samen terwijl gorzen zich te goed doen aan zaden op en rond de akkers. Beiden zijn fan van graanvelden en worden wat dat betreft op hun wenken bediend door de akkerbouwers uit Hoegaarden.

akkervogel.gors_FreekVerdonckt.geVILT.jpg

Het drama van de grauwe gors is dat de populatie krimpt en zijn verspreidingsgebied steeds kleiner wordt. De populatie van deze akkerspecialist is in vrije val: van de 800 à 1.300 broedparen die in 2003 geteld werden, blijft vandaag een schamele 15 procent over. De naar schatting 100 à 150 broedparen trokken zich terug in de graanakkers tussen Hoegaarden in Vlaams-Brabant en Riemst in het zuiden van Limburg. Anders dan de kiekendief die overwintert in Afrika, is de gors een standvogel. “Je kan dus ingrijpen op wat er in zomer en winter misloopt”, zegt Freek Verdonckt.

De focus lag in het verleden vaak op wintermaatregelen omdat je daar het makkelijkst op kan inspelen. Tijdens strenge winters waren ‘intensieve zorgen’ nodig en strooiden vrijwilligers met een hart voor vogels granen, tot er zich in het voorjaar ander voedsel aanbood. Zogenaamde ‘vogelvoedselgewassen’ hebben als meer structurele oplossing het strooien van granen vervangen. Landbouwers sluiten een beheerovereenkomst met de Vlaamse Landmaatschappij waarna ze een vergoeding ontvangen voor het vrijwillig uit productie halen van een akkerrand. Ingezaaid met het juiste zadenmengsel zorgen die randen zowel voor voedsel als voor beschutting.

Vogelbescherming is kennisintensief
In de streken waar nog akkervogels vertoeven, kunnen landbouwers sedert 2008 intekenen op zo’n beheerovereenkomst. Ondanks de toegenomen beschikbaarheid van wintervoedsel houdt men bij de Werkgroep Grauwe Gors het hart vast. Een aantrekkelijke zomersituatie met veilige broedplaatsen en een overvloed aan voedsel voor het grootbrengen van jongen wordt daar immers niet mee gegarandeerd. Net die factoren bepalen het broedsucces van akkervogels, of het nu over een grauwe gors of een patrijs gaat.

De gorzenpopulatie is al enkele decennia in vrije val en heeft het kritisch niveau bereikt waarop het plots gedaan kan zijn. In een poging het tij te keren, verdiepen de vrijwilligers van de werkgroep zich in ‘rechttoe rechtaan’ herstelmaatregelen. Daarvoor gaan ze te rade bij onze Noorderburen. Ben Koks en zijn werkgroep Grauwe Kiekendief maakte van de provincie Groningen namelijk één groot openlucht-labo waar grauwe kiekendieven het goed doen en in hun zog ook andere akkervogels zoals de gele kwikstaart en de leeuwerik. Hun succes komt er niet door het van nature geschikte landschap, maar door toedoen van de mens die het intensieve landbouwgebied met een doordachte inrichting en gepast beheer ‘vogelvriendelijk’ maakte.

natuur.landschap_FreekVerdonckt.geVILT.jpg

In de buurt van Groningen en Flevoland zijn er in totaal wel 450 hectare vogelakkers ingezaaid. Nederlandse akkerbouwers kijken er niet vreemd meer van op dat vogelliefhebbers naar hun percelen turen. Zij ervaren dat als een vorm van maatschappelijke waardering en zijn fier als een vogelnest op hun perceel gespot wordt. In Vlaanderen heeft de argwaan bij landbouwers plaats gemaakt voor een gezonde belangstelling. Vogelbeschermer Freek Verdonckt gaat er prat op dat de Werkgroep Grauwe Gors “warme contacten onderhoudt met boeren”.

Landbouwers zijn naar verluidt aandachtige luisteraars wanneer natuurbeschermers over akkervogels vertellen, foto’s tonen en anekdotes opdiepen. Omgekeerd steekt de werkgroep ook heel wat op van de landbouwers. “Met wederzijdse leergierigheid kom je een heel eind ver”, zegt Verdonckt. Als een samenwerking dan uitmondt in broedsucces zijn ook boeren best wel blij, dat hebben we al vaak mogen ondervinden. . Verdonckt prijst ook de verbindende rol die Regionale Landschappen en de bedrijfsplanners van de Vlaamse Landmaatschappij spelen. “Ook de plaatselijke jagers delen onze bezorgdheid over de achteruitgang van akkervogels.”

Grauwe gors en veldleeuwerik blijven het slechter doen

Aan het akkervogelweekend in Hoegaarden in juni van dit jaar nam een Nederlandse delegatie deel, waar onder heel wat experten van de Werkgroep Grauwe Kiekendief. De Vlamingen waren maar wat blij met hun komst, want iemand als Ben Koks geniet groot aanzien bij vogelbeschermers. Koks rust kiekendieven uit met zenders, volgt hen tot in Senegal en is niet vies van prooi-onderzoek. Door zijn inspanningen is er een schat aan gegevens beschikbaar die het toelaat om akkervogelbescherming wetenschappelijk te benaderen.

Verdonckt benijdt de Nederlanders omdat zij veel sterker zijn in het opvolgen van de resultaten. “Zij weten exact wat het effect van een maatregel op het broedsucces is en steken op die manier de perfecte beheerovereenkomst in mekaar. Dat maakt het mogelijk om met een krap budget de middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten. Wat niet werkt, wordt geschrapt of aangepast, en zo hoort het ook. De beheerovereenkomsten in Vlaanderen missen die wetenschappelijk onderbouwing. Het resultaat is dat ze de voorbije tien jaar de achteruitgang van akkervogels wel vertraagd hebben, maar er niet in geslaagd zijn om de trend te keren. We kunnen er gewoonweg niet omheen dat de grauwe gors en de veldleeuwerik het slechter blijven doen, ook in gebieden waar BO’s worden afgesloten.”

graanrand.akkervogel_FreekVerdonckt.geVILT.jpg

Volgens Verdonckt is het bij soortenbeleid ontzettend belangrijk dat de juiste maatregel op de juiste plek genomen wordt en continu goed opgevolgd en aangestuurd wordt. “Als een krimpende populatie zich terugtrekt in een kleiner verspreidingsgebied, dan moeten we overschakelen naar ‘intensive care’. Ook de versnippering van het leefgebied speelt parten: “hoe groter de afstand die een vogel moet afleggen op zoek naar voedsel, hoe kleiner zijn broedsucces.” Met de ervaringen die in Nederland zijn opgedaan met ‘vogelakkers’ kijken Vlaamse vogelbeschermers reikhalzend uit naar de introductie van deze maatregel in onze regio.

Minister Schauvliege stelde onlangs nog in de Commissie Leefmilieu dat ze er alles aan zou doen om dit jaar al landbouwers te overtuigen voor de aanleg van een vogelakker. De bestaande beheerovereenkomsten voor akkervogels blijven daarnaast gewoon bestaan. Wie voor een vogelakker kiest, richt een perceel in met afwisselend stroken luzerne en kruidenrijke grassen. De luzerne kan tot drie keer per jaar geoogst worden, en vormt dus een welgekomen extra voor veevoeder.

De kennis rond die vogelakkers is de voorbije jaren geperfectioneerd: hoeveel kiekendieven strijken neer, in welke mate vergroot het broedsucces van de veldleeuwerik, hoe vaak mag de luzerne gemaaid worden, welke zadenmengsels onderdrukken onkruid in de natuurbraakstrook, enz. Discussies gaan nu niet meer over de maatregel zelf maar over de vergoeding die er moet tegenover staan. Ben Koks heeft agrarische collectieven rond natuurbeheer bij hun oprichting met raad en daad bijgestaan hoe ze met een eerlijke vergoeding van 1.500 à 1.700 euro per hectare knappe resultaten konden halen. Ondertussen ziet hij met lede ogen aan hoe de maatregel aan inflatie ten onder gaat. Sommige collectieven trokken de vergoeding op tot zelfs 2.850 euro per hectare, waarvan een aanzienlijk deel verdwijnt als overheadkost aan het collectief. In plaats van aan administratie ziet hij dat geld liever besteed aan meer vogelakkers.

Agrarisch natuurbeheer als opstapje naar de natuur-inclusieve boerderij
Vandaag staan tegenover inspanningen rond agrarisch natuurbeheer vergoedingen vanwege de overheid. Op de lange termijn –Verdonckt en Koks denken in termen van 20 jaar – is een model dat steunt op subsidies niet meer haalbaar. De Nederlander is ervan overtuigd dat agrarisch natuurbeheer een tussenstap is richting het ‘natuur-inclusief’ maken van boerderijen. Nu al doen de landbouwscholen jongeren nadenken over bloemenrijke akkerranden. Volgens Freek Verdonckt, beleidsmedewerker bij Natuurpunt, moeten de denkpatronen binnen én buiten de landbouw wijzigen.

Een eerste voorwaarde is dat het Europees en Vlaams landbouwbeleid afstapt van “beproefde en falende recepten” en actief het pad naar natuur-inclusieve landbouw toont. “Daarnaast heeft net als in de discussie rond voedselprijzen ook de burger/consument een belangrijke rol te spelen. Verdonckt: “Als mensen een leefbaar en natuurrijk platteland verkiezen, dan zullen zij die keuze ook in de supermarkt moeten maken om op die manier garant te staan voor een eerlijk en leefbaar loon voor de natuur-inclusieve boer die er zijn nek voor uitsteekt.”

blauwekiekendief_FreekVerdonckt.geVILT.jpg

In Nederland is men al eerder tot die conclusie gekomen, getuige de weidemelk die een hevig pleitbezorger vindt in Milieudefensie, de weidevogelkaas – en melk die FrieslandCampina met de hulp van Vogelbescherming Nederland in het winkelrek probeert te krijgen, het sterrenvlees dat gepromoot wordt door de Dierenbescherming, enz. Binnen Stichting Veldleeuwerik nemen boeren zelf het heft in handen. Veldleeuwerik heeft een eigen duurzaamheidssystematiek die bestaat uit tien pijlers. Zo weten leden-telers op welke tien punten ze hun bedrijf kunnen verbeteren. Ondertussen doen circa 1.000 akkerbouwers mee.

Door onze Noorderburen wordt het debat over natuur-inclusieve en diervriendelijke landbouw intensief gevoerd. Hier in Vlaanderen wordt er volgens Verdonckt nog te weinig over gepraat. Net zoals in Nederland wordt landbouw in onze regio bedreven op erg dure grond, wat het niet vanzelfsprekend maakt om het maximaliseren van de productie per hectare los te laten. De beleidsmedewerker landbouw van Natuurpunt kijkt nadrukkelijk richting beleidsmakers om de switch in landbouwmodel te faciliteren. “De individuele boer wordt meegezogen in de productiedrift en daar zijn niet alleen de grote spelers van de agro-industrie verantwoordelijk voor. Heel wat beleidskeuzes en -instrumenten maken landbouwers in wezen enkel nog meer afhankelijk van een landbouwmodel dat naast de veldleeuwerik, ook jaarlijks honderden boeren de afgrond in duwt”, verwoordt Freek Verdonckt de kritiek van de natuurbeweging. Hij benadrukt dat Natuurpunt in zijn communicatie soms hard is voor het landbouwmodel, maar de individuele boer niet met de vinger wijst. “Hij zit gevangen in een intensief model waarvoor hij niet verantwoordelijk is.”

vogelbeschermer.kiekendief_FreekVerdonckt.geVILT.jpg

Projecten zoals ‘weidevogelboer’ van Vogelbescherming Nederland ziet Ben Koks als een opstapje naar een groen landbouwmodel dat volledig zelfbedruipend is. “Een weidevogelboer is een rundveehouder die één derde van zijn bedrijfsareaal vogelvriendelijk inricht, denk bijvoorbeeld aan ‘plas-dras-zones’ en zones met kruidenrijk grasland”, vertelt Ben Koks. De minder intensieve graslanduitbating laat zich deels terugverdienen door de gezondheidsvoordelen van het voederen van kruidenrijk gras aan de koeien en door de hogere prijs die de consument er in de winkel voor over heeft. Ook vogelakkers hebben landbouwkundige voordelen. Luzerne verbetert namelijk de doorwortelbaarheid van de bodem, voegt als vlinderbloemige stikstof toe en doet het organische stofgehalte in de bodem toenemen. Akkerranden worden ook aangeprezen als thuishaven voor nuttige insecten die plaaginsecten bestrijden. Toch kunnen de meeste projecten die de brug slaan tussen landbouw en natuur vandaag nog niet gebolwerkt worden zonder subsidie. De zoektocht naar het te gelde maken van natuur-inclusieve landbouw duurt dus voort.

Natuur in landbouwgebied is geen bedreiging

In Vlaanderen zijn landbouwers op hun hoede als hen gevraagd wordt om de natuur te omarmen. De lugubere boerengrap over de kamsalamander – “sla hem dood in je velden, anders gaat je bedrijf op slot” – is Freek Verdonckt niet onbekend. “De angst voor natuurdoelstellingen in landbouwgebied is overdreven, tenzij je van mening bent dat natuur er niet thuishoort. Voor Natuurpunt hoort biodiversiteit zich niet te beperken tot natuurgebieden. Ze is ook noodzakelijk daarbuiten, niet in het minst voor het functioneren van de landbouw maar evengoed voor het welzijn van de mensen.” In landbouwmiddens zet men de deur op een kier voor ‘boerennatuur’ maar leeft toch vooral de angst dat je natuurbeschermers een hand geeft en ze een arm pakken.

Tegen die achtergrond moet je bijvoorbeeld het voorstel voor een apart statuut van ‘tijdelijke natuur’ in landbouwgebied begrijpen. Verdonckt ziet het als volgt: “Geef boeren hun vrijheid binnen duidelijk afgebakende ecologische randvoorwaarden. Een waardevolle haag of poel verplaats je niet zomaar, maar een vogelakker, bloemenrand of leeuwerikenvlakje is net zo ontworpen om dynamisch mee te draaien in een teeltrotatie. Akkernatuur hoeft daarom geen bedreiging te zijn. Een kiekendief die landt op een akker levert net publieke appreciatie op.”

Ben Koks ziet grote parallellen met de discussies in Nederland en benadrukt dat de natuurbeweging niet wil dat landbouwbedrijven op slot gaan. “De hakken gaan nog te snel in het zand. Negatieve aspecten worden erg benadrukt.” Hoe doorbreek je dat? “Als er belastinggeld mee gemoeid is – zoals dat het geval is bij de inkomenssteun aan landbouw –, dan moet de overheid het algemeen belang in acht genomen de regie nemen. Laat landbouw functies combineren. Dwing dat niet af maar beweeg landbouwers daar op een positieve manier toe. Zoek mee naar mogelijkheden voor natuur-inclusieve boerderijen.” Bij onze Noorderburen hebben zogenaamde ‘agrarische collectieven’ de regie overgenomen van de overheid die terugtrad. Intussen houden 39 regionale collectieven en één landelijk collectief zich bezig met agrarisch natuurbeheer. Koks gelooft in de gezamenlijke inzet, maar is toch geen fan. “Er is bureaucratie geslopen in wat nu een duur en rigide systeem is. De boerencollectieven zijn sterk uit op geld om hun eigen voortbestaan te verzekeren.”

akkervogel.BO_FreekVerdonckt.geVILT.jpg

Die honger naar subsidies maakt de agrarische collectieven volgens Koks kwetsbaar. Het droombeeld van Ben Koks en Freek Verdonckt is een landbouw die de biodiversiteit omarmt zonder dat de overheid dit bedrijfsmodel financieel moet bijpassen. Beiden benadrukken dat ze de landbouwsector niet terug in de tijd willen flitsen. “Akkerbouw op een grotere schaal kan er net voor zorgen dat een boer eerder geneigd is om een deel van zijn oppervlakte extensief te bewerken. De grotere gezinsbedrijven in Duitsland, met een areaal dat kan oplopen tot 400 hectare, malen niet om een akkerrand”, aldus Koks. Freek Verdonckt maakt de vergelijking met de bijdrage van Hesbaye Frost: “De grote groenteverwerker uit Waremme engageerde zich voor het beschermen van akkervogels. Samen met natuurbeschermers en groentetelers wordt een pilootproject opgezet rond grauwe gors.”

Verdonckt herinnert zich nog het eerste nest veldleeuweriken dat hij zag, “nadat een gepassioneerde boer het mij aanwees”. Wat dat betreft is er toch wat heimwee naar het verleden omdat landbouwers toen meer met de natuur bezig waren. De vogelbeschermers onder de huidige generatie boeren zijn geen romantische types, zo benadrukt zijn Nederlandse collega. Zij beoordelen akkervogelmaatregelen economisch, en zien dat het plaatje klopt. Op termijn zal de economische meerwaarde van een natuur-inclusieve bedrijfsvoering nog duidelijker worden, menen Koks en Verdonckt.

Nood aan boeren die rationeel en resultaatgericht aan natuurbeheer doen
In Vlaanderen merkt Freek Verdonckt nog een zekere schroom om de bedrijfsvoering om te gooien en als boer uit te pakken met natuurbescherming. “Dat een boer fier is op zijn rol als voedselproducent is evident, maar eigenlijk mag hij even trots zijn wanneer hij de veldleeuwerik beschermt. Sterker nog, hij zou er een stuk marktwaarde mee kunnen creëren” Wanneer landbouworganisaties verkondigen dat het boerenlandschap (gratis) te danken is aan landbouw, dan maakt hij zich telkens de bedenking dat deze stelling genuanceerder is dan dat. “Generaties boeren hebben inderdaad ons platteland gekneed, maar niemand kan ontkennen dat dit de voorbije decennia veel te bruut is gegaan. Burgers horen dankbaar zijn voor de bijdrage van de landbouw aan het landschap, maar hun bezorgdheid dat dit landschap en zijn natuurwaarden voor kinderen en kleinkinderen bewaard blijft, is even legitiem.”

Wie zich verantwoordelijk stelt voor een landschap, moet er volgens Verdonckt ook garant voor staan dat het niet degradeert. “Landbouw heeft daar ook alle belang bij. Landschapszorg en maatregelen voor akkernatuur worden vandaag door het beleid gekoppeld aan subsidies of inkomenssteun aan de landbouwer. In ruil voor deze publieke middelen verwacht de burger naast inspanningen ook concrete resultaten. “Als natuurindicatoren vervolgens blijven wijzen op een achteruitgang van de biodiversiteit in landbouwgebied, dan dreigt het draagvlak voor steun aan agrarisch natuurbeheer af te kalven en maken beleidsmakers komaf maken met agrarisch natuurbeheer. Zo zijn we nog veel verder van huis.”

natuurliefhebber.landschap_FreekVerdonckt.geVILT.jpg

Verdonckt en Koks zetten die redenering op met (de vergroening van) het gemeenschappelijk landbouwbeleid in het achterhoofd. Die vergroening kreeg veel kritiek te slikken vanuit de natuurbeweging omdat ze een groen sausje zou gieten over bestaand beleid en ten velde geen verandering hebben teweeg gebracht. Bij Natuurpunt worden ze niet wild enthousiast van gewasdiversificatie en ecologische aandachtsgebieden wanneer beide maatregelen zo laagdrempelig ingevuld worden dat het geen oplossing biedt voor de vrije val van natuur in landbouwgebied. “Reserveer die 30 procent aan inkomenssteun voor landbouwers die resultaatgericht aan natuurcreatie in landbouwgebiedwillen doen en daarvoor geen vergoeding uit de markt kunnen halen”, oppert Verdonckt. “Zo kan de overheid boeren voor haar kar spannen die rationeel kiezen voor natuur-inclusieve landbouw. Zij hebben niet enkel oog voor de subsidie maar beseffen ook dat hun boerderij er veerkrachtiger en klimaat-robuuster door wordt.”

Die omslag moet naar verluidt veel sterker vanuit het landbouwbeleid gefaciliteerd worden. Zonder medewerking van de hele keten heeft het evenwel geen kans op slagen. De meest succesvolle voorbeelden uit Nederland hebben er ketenpartners, inclusief de burger/consument bij betrokken. “Aan de biodiversiteit in landbouwgebied werk je samen. De juiste aanpak is pragmatisch maar tegelijk resultaatgericht want de natuur heeft harde spelregels. Met goede bedoelingen alleen kom je er niet”, besluiten Verdonckt en Koks in koor.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Freek Verdonckt

Volg VILT ook via