nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

16.10.2017 Zonder internet op platteland is farming 4.0 snoeverij

Op een conferentie in Brussel waar de mechanisatiesector uit Europa present tekende, werd ‘Farming 4.0’ in het vooruitzicht gesteld. Afgaand op de woorden van sectorvoorzitter Richard Markwell zal de technologierevolutie in landbouw nog versnellen en brengt de toekomst nog meer automatisering, digitalisering en slimme machines. Daar hangt een prijskaartje aan vast, zo geeft hij toe, maar de Europese landbouw is verplicht om de leiding hierin te nemen. Anders zijn we volgens Markwell niet competitief en niet duurzaam bezig. Eén kanttekening, terwijl fabrikant AGCO luidop droomt van kleine robots die je als een zwerm werkbijen loslaat op een veld blijft een groot deel van het Europese platteland verstoken van een (snelle) internetverbinding.

CEMA, de Europese sectorfederatie van de landbouwmechanisatie, wou met ‘Farming 4.0’ hoge verwachtingen scheppen omtrent de technologierevolutie in landbouw. Het inleidend grapje van moderator Dietrich Holler, over zijn kinderen die technologisch verder staan dan heel wat landbouwbedrijven, werd daarom wat ongemakkelijk onthaald maar hij legde wel de vinger op de wonde. Tijdens de conferentie werd namelijk duidelijk dat de modernste technologie niet meteen zijn weg vindt naar land- en tuinbouwbedrijven. Bovendien heeft Europa nog een hele weg te gaan vooraleer boeren op hun werkterrein kunnen beschikken over snel internet. De afdekkingsgraad van breedbandinternet is in Europa sterk verschillend tussen platteland (47%) en stad (86%). Geen goede internetverbinding is een flinke handicap in de bedrijfsvoering, en staat mijlenver van de “smart, connected and digital farming’ die bejubeld werd tijdens de CEMA Summit.

“Een goede digitale infrastructuur is absoluut noodzakelijk”, erkent DG Connect, het bevoegde directoraat-generaal van de Europese Commissie. “Nu is er een groot verschil tussen stedelijk en landelijk gebied, maar onze ambitie is heel Europa voorzien van breedbandinternet. Het moet voor iedereen beschikbaar zijn, en niet alleen voor de ‘happy few’.” Goedkeurend klinkt de Commissie ook wanneer het over de digitalisering van landbouw gaat. Met enige spijt stelt men wel vast dat de investeringsbereidheid in land- en tuinbouw terugloopt, en die trend is al aan de gang sedert 2008.

De toeleveranciers van land- en tuinbouw zullen dat ook wel voelen, maar CEMA-voorzitter Richard Markwell klinkt toch heel optimistisch: “Op landbouwbeurs Agritechnica die volgende maand in Hannover plaatsvindt, draait alles rond automatisering, digitalisering en het met elkaar in verbinding zetten van machines. Dat is geen science fiction want de technologierevolutie in de landbouw versnelt nog, naar landbouw 4.0.” Dat verhoogt naar verluidt niet enkel de productiviteit, maar past ook in het streven naar een duurzame en tegelijk competitieve landbouw in Europa.

Van landbouwers en loonwerkers zal ‘farming 4.0’ aanpassingen vergen, bijvoorbeeld betere ICT-vaardigheden. Naar beleidsmakers wordt gekeken om de omschakeling naar digitale landbouw te versnellen. “Europa kan het zich niet veroorloven om deze boot te missen”, klinkt het. Op vandaag stimuleert het beleid op bepaalde punten, en werkt het op andere aspecten tegen. De CEMA-top in Brussel wou alle neuzen dezelfde richting doen uitwijzen.

Alvast positief is dat de Europese Commissie veel belang hecht aan een eengemaakte markt voor digitale producten en diensten. Ook deed de Commissie voorstellen voor het aanpassen van de regelgeving inzake privacy en data, en bijvoorbeeld ook omtrent aansprakelijkheidskwesties en robotica. Naar Europa wordt (uiteraard) ook gekeken voor centen, waarop de vertegenwoordiger van de Commissie de 30 miljoen euro voor het project ‘Internet of Food and Farm 2020’ als voorbeeld gaf. Binnen dat project worden de technologiemogelijkheden verkend in vijf deelsectoren: akkerbouw, melkveehouderij, fruit, groenten en vlees. De eerste resultaten worden begin volgend jaar verwacht.

“In de EU ligt de nadruk op duurzame landbouw, op een optimaal gebruik van inputs. Precisielandbouw kan daarbij helpen. De technologie is er, de adaptatie ervan niet”, constateert Stefan Caspari namens de wereldwijd actieve machinefabrikant Agco, bekend van merken als Fendt, Valtra en Massey Ferguson. De firma legt zich behalve op die producten ook steeds meer toe op diensten, op data-uitwisseling in het bijzonder. Alle moderne technologie die AGCO en andere firma’s op de markt brengen, heeft een hoog prijskaartje maar, zo repliceert Caspari, “de kostprijs van waterzuivering wegens overbemesting is veel groter dan de kostprijs van technologie die toelaat om stikstof precies toe te passen.”

Uitpakken deed Caspari met de video van hun project MARS, oftewel ‘Mobile agricultural robot swarms’. Vrij vertaald zijn dat zwermen kleine robots waarvan AGCO denkt dat ze op lange termijn door de mens bestuurde landbouwmachines gaan vervangen. De capaciteit kan je niet blijven opdrijven door grotere machines te bouwen want die bereiken stilaan hun limiet, op vlak van bodemverdichting maar bijvoorbeeld ook voor het transport over de openbare weg zoals VILT recent nog toelichtte. Wat is dan het alternatief? Kleine robots die met velen autonoom hun werk verrichten. Naar grote percelen stuurt een boer een grotere ‘zwerm’ robots, die trouwens allemaal aan datavergaring doen tijdens hun werkzaamheden. De verplaatsing gebeurt in AGCO’s visie met een eveneens autonome logistieke unit, die de robots ook toelaat om bij te tanken op het perceel.

Toekomstmuziek? Zeker. Science Fiction? Niet volgens de experten verzameld op de CEMA-top in Brussel, waar er een bijna onvoorwaardelijk geloof in technologie heerste. Thomas Böck van de Duitse fabrikant CLAAS hoopt dat de technologierevolutie door Europa in goede banen geleid wordt, om te vermijden dat voor landbouw interessante data (b.v. weer en bodem) verspreid blijven zitten op verschillende en bovendien te kleinschalige (beleid)niveaus. “Je concurreert met de Verenigde Staten en met China, dus moet je Europees denken en een dataplatform met een voldoende grootte schaal opzetten.” Omtrent de bescherming van al die gegevens praat de mechanisatiesector met de landbouworganisaties. Niet alle verzamelde data kunnen immers aan iedereen ter beschikking worden gesteld.

In een tweede artikel gaan we dieper in op de vraag of boeren klaar zijn voor de digitale revolutie.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: AGCO

Volg VILT ook via